Project: Verbinden met de natuur

Kernbegrippen

  • GAIA Hypothese
  • Kosmische denkers
  • Ecologische leefstijl (Arne Naess)
  • Deep Ecology
  • Biomimicry
  • ‘Life’s Principles’
  • Integrale ecologie (Ken Wilber)
  • Bronfenbrenner ecologisch model
  • Kosmopolitisme
  • Bioregionalisme
  • Bioregionaal leven

Introductie

Na vele generaties van gefabriceerd stadsleven zijn steeds meer filosofen en religies gaan speculeren dat mensen op de een of andere manier afgescheiden zijn van de natuur. Sterker nog, er zijn mensen die vaak ook werken voor bedrijven, die zich feitelijk als superieur aan de natuur beschouwen. Met als gevolg dat er keuzes worden gemaakt met een desastreuze impact. Zoals bijvoorbeeld de massale aanleg van palmplantages, waardoor dagelijks grote gebieden tropisch regenwoud verdwijnen. En het overvloedige gebruik van fossiele brandstoffen, met alle klimaatveranderingen als gevolg. Het leven op aarde bestaat drie en een half miljard jaar. Er is dus iets inherent duurzaam aan de manieren van de natuur. Wanneer mensen hun overmoed kunnen laten vallen en de natuur als een leraar en gids kunnen benaderen, zullen veel belangrijke lessen worden onthuld. Biomimicry designers kennen al de waarde van de natuur en gebruiken ontwerpen uit de natuur voor hun innovatieve duurzame ontwerpen. In dit thema is het doel de band van de leerling met de natuur te herstellen, met inbegrip van speciale plaatsen in de woonomgeving, landschappen en hun kenmerken, bomen, bloemen, vogels, dieren, andere wezens, bodem, lucht, water enz. Gezien de toenemende scheiding van onze mainstream-cultuur van de natuur, min of meer overal ter wereld, moet speciale aandacht worden besteed aan het scheppen van mogelijkheden en omgevingen, waarin de leerlingen zelf hun eigen verbinding met de natuur als geheel en met specifieke elementen en processen zouden kunnen vinden. “Er kan geen vrede zijn tussen mensen zonder vrede met de planeet” – Thomas Berry  

Wat is hier in belangrijk?

  • De verbinding met de natuur te ervaren, en de betekenis van deze verbinding te integreren in de beslissingen die we maken in het leven.
  • De natuur als inspiratiebron en informatiebron ervaren.
  • Verdiepen in manieren waarop inheemse en traditionele culturen zich verhouden tot de natuur en de aarde en deze wijsheid te kunnen gaan gebruiken.

Hoe kun je leren over de verbinding met de natuur?

  • Door te onderzoeken wat je kunt leren van lokale traditionele ecologische kennis, inheemse wijsheid, lokale boeren en ouderen.
  • Door de richtlijnen voor het ontwikkelen van bioregionalisme toe te passen om op maat gemaakte ontwerpen te realiseren die een project verbindt met zijn regio.

Download Project

De Opdracht

De opdrachtgever wil dat meer mensen een diepe band met de natuur krijgen. Hij vraagt jullie hoe hij deze mensen hiertoe kan motiveren. Hij wil dat ze geïnspireerd worden door de natuur. En dat ze deze inspiratie gebruiken in hun dagelijks leven.

Korte projectomschrijving

In deze opdracht stel je je eigen onderzoeks- en ontwerpvraag op aan de hand van drie case studies uit de praktijk:

  1. IEDER ZIJN PLAATS
  2. HET LEVENDE DORP
  3. ZOOLOGICAL MUSEUM

Werkwijze

Onderzoeks- en ontwerpvragen

  • Je stelt je eigen onderzoeks- en ontwerpvragen op. Samen met je klas kies je een onderzoeks- en ontwerpvraag waar de hele klas aan zal werken. Samen met je klas stel je deelonderzoeksvragen op.

Teamvorming

  • Samen met je klas maak je teams op basis van deze deelonderzoeksvragen De teams gaan deze deelonderzoeksvragen beantwoorden.

Product Backlog

  • Je formuleert in een Product Backlog wat je wilt leren over de deelonderzoeks- en ontwerpvraag van jouw team.

Definition of Done (DoD)

  • Je hebt samen met je team twee ervaringsmomenten meegemaakt waarin je zelf een diepe band met de natuur voelde en geïnspireerd raakte door de natuur.
  • Je hebt een kaart van de bioregio gemaakt en alle natuurgebieden in de regio in kaart gebracht. Je hebt de vijf belangrijkste lokale planten en vijf belangrijkste lokale dieren in dit gebied gefotografeerd en beschreven. Je hebt van deze kaart een infographic gemaakt over de lokale planten en dieren uit jouw bioregio.
  • Samen met andere groepsleden hebben jullie nagedacht over de relatie die jullie hebben met de natuur en wat een diepgaande relatie met de natuur mensen kan geven. Je hebt verschillende manieren onderzocht waarop de natuur mensen kan inspireren. Je hebt hier met je groepje een mindmap van gemaakt en een persoonlijk reflectieverslag geschreven.
  • Je hebt in je directe omgeving onderzocht wat er te doen is voor mensen om een diepere relatie met de natuur te ervaren. Je hebt hiervan met je groepje een lijst gemaakt en van elk voorbeeld een korte beschrijving gemaakt.
  • Jullie hebben in kaart gebracht wat in de directe omgeving een mooie toevoeging en waardevol zou kunnen zijn om de relatie tussen mens en natuur te versterken. Jullie hebben democratisch gekozen welk idee volgens jullie de meeste potentie heeft. Als groepje hebben jullie dit idee uitgewerkt in een powerpointpresentatie, waarbij jullie verschillende argumenten hebben gegeven waarom dit idee een waardevolle toevoeging zou kunnen zijn voor de directe omgeving. Deze powerpoint heb je gepresenteerd aan je medeleerlingen en je hebt er feedback op gekregen.
  • Je hebt onderzoek gedaan naar relevante organisaties, overheid en/of bedrijven die je bij je ontwerp zou kunnen betrekken. Je hebt contact opgenomen met relevante organisaties, bedrijven en/of de overheid en op een gestructureerde manier informatie verzameld voor je ontwerp. Deze informatie heb je verwerkt in een verslag.
  • Je hebt samen met je groepje een ontwerp gemaakt over hoe je mensen in je directe omgeving kunt motiveren om een diepere relatie met de natuur op te bouwen. Dit heb je verwerkt in een presentatie.
  • Je hebt het ontwerp samen met je groepje gepresenteerd. Je hebt een persoonlijk verslag geschreven van de presentatie in wat je het meest hebt geleerd tijdens het onderzoek en het werken aan dit project.

Sprints

  • Je voert de twee uitgewerkte sprints uit volgens de bijgeleverde sprint Backlog
  • Je bedenkt zelf de overige benodigde sprints die nodig zijn om de DoD te behalen.
  • Je stelt een sprintplanning op en zorgt voor de tijdsbewaking.

Eindoplevering

  • Je presenteert de bevindingen van jouw team aan de rest van de klas. De eindresultaten presenteer je met alle teams samen aan de opdrachtgever.

 

Case Studies

Case Study 1:IEDER ZIJN PLAATS

Dit is Naomi, zij speelt graag in de natuur. Achter haar huis is een weiland dat wordt begrensd door een sloot. Naomi gaat daar vaak heen. Ze zoekt er bijvoorbeeld kikkervisjes. Of ze speelt met het zand. Ze vindt het heerlijk om het zand tussen haar handen te laten glijden. Ze geniet van de stilte en van het contact met de planten en dieren om haar heen.

Op een dag kwamen er grote machines het land oprijden. Er werden grote platen hout en bouwketen neergelegd. Er kwam geen water meer in de sloot. De kikkervisjes stierven. En het werd te gevaarlijk voor Naomi om in de wei te spelen. Naomi mist nu heel erg de natuur waar ze van hield. Ze vraagt zich af waar alle planten en dieren zijn gebleven die in de sloot en het weiland leefden. Als Naomi nu naar buiten gaat, is er altijd lawaai. Wat Naomi meemaakt, is iets wat veel kinderen meemaken. Steeds meer natuur verandert in een bouwput. Tussen 1996 en 2015 is er in Nederland bijna 60.000 hectare aan woonwijken, werkterreinen en infrastructuur bijgebouwd. In 20 jaar tijd is dat iets minder dan de helft van de grootte van de provincie Utrecht. Ofwel, een hele gemeente Haarlem die er per jaar bij komt. *1

*1: (Bron: https://www.pbl.nl/blogs/nederland-versteent-1-%E2%80%93-tijd-voor-een-betonstop)

 

Vragen om over na te denken

Ecologisch:

Wat denk je dat er gebeurd is met de planten en dieren die in het weiland en de sloot stonden waar Naomi speelde?

Economisch:

De woningnood is in veel steden groot. Zijn er ook nog andere manieren om de woningnood op te lossen, in plaats van nieuwbouw?

Sociaal:

Hoe zou het zijn als mensen, planten en dieren de leefomgeving samen zouden delen, bijvoorbeeld door natuurvriendelijk te bouwen?

Cultureel:

Veel planten en dieren moeten hun leefgebied opgeven voor menselijke activiteiten, zoals ontbossing en bouw. Kun je in je directe omgeving plekken aanwijzen waar natuur is verdwenen ten behoeve van stedenbouw of akkerbouw?

Ik:

Wat vind jij ervan dat er steeds meer natuur verdwijnt ten behoeve van menselijke activiteiten, zoals woningbouw, bouw van bedrijventerreinen, akkers en wegenbouw?

 

Enkele feiten:

Het ruimtebeslag bestaat uit de ruimte die onze nederzettingen innemen, zoals door woningbouw, industriële en commerciële doeleinden, vervoersinfrastructuur, recreatiedoeleinden en kassen. Ook parken, tuinen, bermen en dijken maken hier deel van uit.

De term ruimtebeslag is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor “nederzettingsgebied”.

Case study 2:HET LEVENDE DORP

Roos woont in een heel bijzonder huis, haar ouders zetten zich in voor de bouw van een ‘levend dorp’. In deze huizen is de natuur volledig geïntegreerd in het huis, dus is er niet alleen veel natuur rondom het huis maar ook binnen!

De droom van de ouders van Roos is om te laten zien dat je samen kunt leven met de natuur. Een ‘levend dorp’. Met de techniek van ‘Levend Bouwen’ willen de ouders een groen en eetbaar paradijs creëren. En huizen bouwen van levende bomen, met de beproefde technieken van arborsculpture en treeshaping. Met permacultuur en foodforest ontwerpen willen ze een eetbaar eco-dorp realiseren. Ze willen dit bouwen op een akker, en nieuwe, eetbare natuur creëren. Ze willen geen bestaand bos vernietigen voor woningen en een groentetuin. In het dorp willen ze experimenteren met levend, maar ook organisch en recyclebaar bouwen.

Creatieve manieren van bouwen, beginnend met het materiaal dat je bij de hand hebt. En niet met een blauwdruk.

Bron : https://www.hetlevendedorp.nl/

 

Vragen om over na te denken

Ecologisch:

Waarom denk je dat de ouders van Roos in een huis willen wonen dat leeft? Bijvoorbeeld door levende bomen te laten vergroeien met het huis?

Economisch:

Denk je dat het voor haar ouders makkelijk is om een akker of veld te vinden en toestemming te krijgen van de overheid om daar een ‘levend dorp’ te bouwen? Wat is er volgens jou makkelijk en wat is er moeilijk in?

Sociaal:

Waarom denk je dat de ouders van Roos een dorp willen realiseren met de techniek van ‘levend bouwen’?

Cultureel:

Ken jij voorbeelden van Arbosculptuur of treeshaping? Zo ja, welke? Zo nee, kun je er afbeeldingen van vinden op internet?

Ik:

Zou jij willen wonen in een ‘levend dorp”?

 

Enkele feiten:

Levend bouwen is het vormen en laten groeien van levende bomen tot multifunctionele objecten. Door bomen uit dezelfde familie met elkaar te laten vergroeien, is er sprake van Arborsculptuur. Onderhoud is het jaarlijks vlechten van de uitlopers; dit is Treeshaping. Dus de bomen vormen de structuur van het gebouw en de wortels de fundering.

Permacultuur is een ontwerpmethode, gebaseerd op ethiek, ecologie en andere wetenschappen, voor het ontwerp van de menselijke omgeving. omgeving op een manier die duurzaam en economisch stabiel is.

Case study 3: ZOOLOGICAL MUSEUM

Arnold van den Burg en Kas Koenraads hebben het Zoölogisch Museum opgericht. Het Zoölogisch Museum bevat een collectie geïllustreerde verhalen die in woord en beeld vertellen over het leven van dieren en hoe zij omgaan met hun omgeving.

Arnold en Kas willen het museum laten uitgroeien tot een internationaal erkend kennisplatform over de interacties tussen lichaamsgedrag en leefomgeving. Hun belangrijkste doel is om iedereen die geïnteresseerd is in de eigenschappen van dieren en de achtergronden van het leven dat ze leiden te informeren en te enthousiasmeren.

Arnold en Kas werden geïnspireerd door een uitspraak van Baba Dioum uit 1968: “Mensen beschermen alleen wat ze koesteren, koesteren alleen wat ze begrijpen en begrijpen alleen wat hen geleerd wordt” (Baba Dioum, 1968). Deze zin vat voor hen prachtig de relatie tussen educatie en natuurbehoud samen. Met hun museum willen ze een unieke kijk bieden op dieren in de context van hun omgeving, die iedereen zal aanspreken die geïnteresseerd is in het hoe en waarom van de dierenwereld.

Bron : https://www.zoologicalmuseum.nl/

 

Vragen om over na te denken

Ecologisch:

Hoeveel dieren in Europa zijn volgens jou bedreigd en staan op de Rode Lijst? Welke bedreigde dieren ken jij?

Economisch:

Wat is de grootste economische oorzaak van het uitsterven van planten en dieren soorten?

Sociaal:

Waarom denk je dat lokale boeren in het Amazonegebied steeds dieper het oerwoud intrekken om daar akkers te creëren door bomen te verbranden?

Cultureel:

Kunt u uitleggen wat Baba Dioum bedoelde met zijn uitspraak?

‘Mensen beschermen alleen wat ze koesteren, koesteren alleen

wat ze begrijpen en begrijpen alleen wat hen geleerd wordt’.

Ik:

Wat kun je zelf doen om planten en dieren te beschermen?

Enkele feiten:

De Rode Lijst van de IUCN is een uitgebreide bron van informatie over bedreigingen, ecologische kenmerken en habitats van dier- en plantensoorten. De lijst vermeldt ook beschermingsmaatregelen die kunnen worden genomen om uitsterven te voorkomen of te beperken.

In Europa als geheel is er minder dan de helft van de oorspronkelijke biodiversiteit. De belangrijkste oorzaken van dit verlies aan biodiversiteit zijn veranderingen in natuurlijke habitats door intensieve landbouwproductie-systemen en bouwactiviteiten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgewerkte sprints

The Cosmic Walk

Het ontwikkelen van een gevoel voor de uitgestrektheid van de natuur wat zorgt voor meer geïnspireerde eco-designs.

Open sprint

 

Verstil in de natuur

Leren dat de natuur als je maar goed kijkt en luistert je allerlei oplossingen kan bieden voor de problemen van alle dag.

Open sprint


 

Overige sprints

Geluiden wandeling

Je leert tijdens de geluidenwandeling aandachtig luisteren.

Beschrijving

 

Leren van de natuur

Vind bio-geïnspireerde oplossingen die oplossingen kunnen bieden voor de klimaatcrisis.

Beschrijving

 

Welk spoor laat jij na?

We gaan sporen onderzoeken die mensen en dieren achter laten in de natuur.

Beschrijving

 

Het Pachamama Allience programma

De opdracht sluit aan bij het ‘awakening the dreamer’ programma ontwikkeld door het Pachamama Allience insituut.

Beschrijving

 

Het raamwerk van de integrale ecologie (vier kwadranten)

In deze opdracht leer je hoe integrale ecologie de complexiteit van alle verschillende invalshoeken op het gebied van ecologie samenbrengt.

Beschrijving

 

‘Life’s Principles for designs’

In deze opdracht leer je de ‘Life’s Principles’ ontworpen door het Biomimicry instituut, toepassen en verwerken in een ontwerp.

Beschrijving

 

Richtlijnen voor het ontwikkelen van bioregionale gevoeligheid in ontwerpen

In deze opdracht bepaal je aan de hand van de hoofdrichtlijnen bioregionalisme de bioregio van de school of van de plek waar je woont.

Beschrijving

 

Essentie

  • Jongeren ervaren verbinding met de natuur, en kunnen de waarde van deze verbinding integreren in hun leven.

Cognitief

  • De gewone soorten planten, vogels en dieren in huis en op school kunnen benoemen.
  • De belangrijkste natuurlijke cycli, zoals de watercyclus en het bodemvormings- proces kunnen beschrijven.
  • Het belang van diversiteit in (eco)systemen uit kunnen leggen .
  • Een ecosysteem kunnen beschrijven.
  • De toestand van de plaatselijke ecosystemen (natuur) kunnen analyseren en voorstellen kunnen doen om de gezondheid en de diversiteit ervan te verbeteren.
  • De concepten van normale en diepe-ecologie beschrijven.

Houding

  • De natuur in stilte kunnen beleven (beluisteren, observeren) gedurende verschillende perioden in alle seizoenen.
  • Enkele lokale planten en /of diersoorten kunnen tekenen door middel van observatie van dichtbij .
  • Een gedicht of verhaal over de natuur kunnen schrijven.
  • Deel nemen en bij dragen aan festivals of ceremonies in de natuur .
  • Een persoonlijke band met een dier (soort) ontwikkelen.

Vaardigheden

  • Een herbarium kunnen aanleggen van veel voorkomende soorten.
  • Foto’s maken van planten- en diersoorten en deze samenbrengen in een visueel-esthetische vorm. (diavoorstelling, tentoonstelling, enz.).
  • De plaatselijke natuur op de een of andere manier helpen Sporen van dieren.
  • Vuur kunnen maken, bushcraft kunnen gebruiken.
  • Een stuk grond kunnen regenereren.
  • Een ontwerp kunnen maken voor een klein gebied. Veel buiten spelen, ook op bomen, in het bos Ga op verschillende wandelingen.
  • Geïnspireerd worden door iets in de natuur door directe ervaring.

Verdiepende vragen voor de Product Owner

  • Heeft u de kernwaarden die worden beschreven door het ‘Deep Ecology Platform’ gedefinieerd voor jongeren en geïmplementeerd in uw project voor jongeren?
  • Heeft u samen met de jongeren gereflecteerd in hoe de kernwaarden, beschreven door het ‘Deep Ecology Platform’ weerspiegeld worden in de uitvoering van hun projecten? En wanneer ze niet worden weerspiegeld, heeft u dan aan jongeren gevraagd dit te motiveren?
  • Zou het mogelijk en wenselijk zijn om de activiteit ‘kosmische wandeling’ uit te voeren als onderdeel van uw project?
  • Hoeveel tijd besteedt u binnen uw project voor jongeren aan natuurbeleving en activiteiten in de natuur?
  • Heeft u overwogen een pelgrimstocht te organiseren om de kwesties die in het jongerenproject spelen of de kwesties die spelen op de locatie van het project nader te onderzoeken met de groep?
  • Heeft u de ‘Life’s Principles’ in uw project kunnen implementeren?
  • Heeft u jongeren uitgelegd hoe biomimicry designers de natuur gebruiken ter inspiratie voor het ontwerpen van nieuwe innovaties?
  • Heeft u jongeren gestimuleerd de ‘Life’s principles’ toe te passen in hun ontwerpen?
  • Heeft u jongeren laten onderzoeken wat ze kunnen leren van lokale traditionele ecologische kennis, inheemse wijsheid, lokale boeren en ouderen?
  • Zou het gebruik van de integrale ecologie (vier kwadranten) jongeren kunnen helpen meer duidelijkheid te krijgen over materiële en immateriële, de innerlijke, uiterlijke, persoonlijke en collectieve dimensies van hun projectontwerp?
  • In hoeverre sluit uw project aan bij het idee van ‘kosmopolitisch bioregionalisme’?
  • Heeft u onderzocht hoe de ‘richtlijnen voor het ontwikkelen van bioregionalisme’ jongeren kan helpen om een op maat gemaakt ontwerp te realiseren dat hun project verbindt met zijn regio?

GAIA Hypothese (SDG 14 en SDG 15)

“De Gaia-hypothese is een wetenschappelijke hypothese die stelt dat de biosfeer op de niet-levende omgeving inwerkt op een zodanige manier dat er een zelfregulerend complex systeem ontstaat zodat er gunstige omstandigheden blijven bestaan voor het leven op Aarde. De hypothese werd door de wetenschapper James Lovelock geformuleerd in 1969. Hij beschreef alle levende materie op aarde als één organisme en noemde dit naar de Griekse godin van de aarde, Gaea. De Amerikaanse microbioloog Lynn Margulis was de mede-ontwikkelaar van de hypothese. Eén van de hulpmiddelen om dit te onderbouwen was het numeriek model Madeliefjeswereld (Daisyworld). Er zijn aanwijzingen dat er inderdaad zulke systemen voorkomen: De eencellige alg Emiliania huxleyi komt in de oceaan voor en de algenbloei kan met satellietfoto’s waargenomen worden. Deze algenbloei beïnvloedt wolkenvorming: er ontstaan gassen (dimethylsulfide) die in de atmosfeer omgezet worden tot zuren die condensatiekernen vormen; daardoor ontstaan er kleinere waterdruppels in de wolken, waardoor de wolken witter worden en meer zonlicht weerkaatsen. De algenbloei veroorzaakt zo indirect afkoeling van de planeet; het is dus een negatief terugkoppelingseffect. De GAIA-gedachte heeft naast wetenschappelijke interesse ook spirituele aanhang gekregen. Dit heeft de wetenschappelijke acceptatie aanvankelijk gefrustreerd.” Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gaia-hypothese

Kosmische denkers (SDG 15)

Ons criterium voor het selecteren van ‘kosmische denkers’ is de originele bijdrage en inspiratie van de persoon in woord of actie aan de opkomende wereldvisie, waarmee ideeën worden uitgedrukt voor het transformeren van deze planeet in een meer duurzame en spirituele wereld. Twee  grote ‘kosmische denkers’ van onze tijd, die het meest hebben bijgedragen aan het nieuwe paradigma denken, zijn historicus en expert op het gebied van oosterse religies, Thomas Berry en evolutionair bioloog Elisabet Sahtouris. Beide richten zich op het zeer grote beeld van de evolutionaire ontwikkeling van het leven op aarde. Thomas Berry vult ons met inspiratie met zijn brede “Story of the Universe” en zijn overzicht van de menselijke conditie. Daarom noemt hij zichzelf een ‘geoloog’. Elisabet Sahtouris relativeert het, zoals ze overtuigend beweert vanuit het standpunt van een bioloog dat de ware bestemming van de mensheid te vinden is in samenwerking in plaats van concurrentie, consistent met het opkomende wereldbeeld van totale verbondenheid Andere kosmische denkers zijn onder andere:

  • Thomas Berry (The Great Work)
  • Rudolf Steiner (Anthroposophy)
  • David Bohm (The Implicate Order)
  • Arne Naess (Deep Ecology)
  • Fritjof Capra (The Web of Life)
  • Bill Mollison (Permaculture)
  • Joanna Macy (American Buddhist)
  • Ken Wilber (Integral Theory)
  • Stanislav Grof (Transpersonal Psychology)
  • Vandana Shiva (Indian Activist)
  • Helena Norberg-Hodge (Ladakh, ISEC)
  • Thich Naht Hahn (Plum Village)
  • The Dalai Lama (Eastern Spiritual Leader)
  • Ari Ariyaratne (Sarvodaya)
  • Sulak Sivaraksi (Spirit in Education)
  • Johan Galtung (Peace Research)
  • Duane Elgin (Voluntary Simplicity)
  • Eckhart Tolle (Western Spiritual Leader)
  • David Korten (from Empire to Earth Community)
  • Elisabet Sahtouris (Evolutionary Biology)

 

► Kenmerken van een ecologische leefstijl (Arne Naess) (SDG 13)

  • Gebruik van eenvoudige middelen en niet aanhollen achter alle nieuwigheden
  • Activiteiten die zo direct mogelijk inherente waarden dienen of bezitten
  • Gevoeligheid bevorderen voor goederen waarvan er voor iedereen voldoende zijn
  • Geregeld verblijven in situaties van inherente of intrinsieke waarde.(i.p.v. nastreven van ‘kicks’)
  • Solidariteit op wereldvlak (“Think globally, act locally”)
  • Leefstijlen kiezen en waarderen die voor de hele wereldbevolking haalbaar zijn
  • Voorrang aan zinvol werk geven boven geld verdienen  
  • Leven in een collectief i.p.v. als individu in een anonieme samenleving
  • Deelnemen in de productie van eerste levensbehoeften
  • Vitale behoeften bevredigen i.p.v. begeerten en verlangens

Kernwaarden van het Deep Ecology Platform (SDG 13)

  1. Het welzijn en de bloei van het menselijke en niet-menselijke leven op aarde hebben waarde op zich (synoniemen: intrinsieke waarde, intrinsieke waarde, inherente waarde). Deze waarden zijn onafhankelijk van het nut van de niet-menselijke wereld voor menselijke doeleinden. 2. Rijkdom en diversiteit van levensvormen dragen bij aan de realisatie van deze waarden en zijn ook waarden op zich. 3. Mensen hebben niet het recht om deze rijkdom en diversiteit te verminderen, behalve om aan vitale behoeften te voldoen. 4. De huidige menselijke bemoeienis met de niet-menselijke wereld is buitensporig en de situatie verslechtert snel. 5. De bloei van het menselijk leven en culturen is verenigbaar met een substantiële afname van de menselijke bevolking. De bloei van het niet-menselijke leven vereist een dergelijke afname. 6. Beleid moet daarom worden gewijzigd. De beleidsveranderingen zijn van invloed op fundamentele economische, technologische en ideologische structuren. De resulterende stand van zaken zal sterk verschillen van het heden. 7. De ideologische verandering heeft voornamelijk betrekking op het waarderen van de levenskwaliteit (wonen in situaties met inherente waarde) in plaats van vast te houden aan een steeds hogere levensstandaard. Er zal een diepgaand besef zijn van het verschil tussen groot en groots. 8. Degenen die de voorgaande punten erkennen, worden uitgenodigd direct of indirect deel te nemen aan de poging om de noodzakelijke veranderingen door te voeren.

Biomimicry (SDG 15)

De term biomimicry is afgeleid van de samentrekking van de Griekse woorden bios ’leven’ en mimesis ’imiteren’, dus letterlijk ’het leven imiteren’. Oftewel: leren van de natuur in plaats van over de natuur. De term biomimicry werd voor het eerst gebruikt door Janine Benyus in haar boek ‘Biomimicry, innovation inspired by nature’ (1997). De natuur herbergt een aantal basisprincipes die Janine M. Benyus heeft beschreven in haar boek. Zo beschrijft ze hoe we van de natuur kunnen leren als het gaat om oplossingen voor onze huidige problemen en uitdagingen. Met haar 3,8 miljard jaar aan ervaring kan zij dan ook dienen als een model, maatstaf of mentor bij de creatie van een Future Proof Organisatie. Benyus onderscheidt de volgende drie toepassingsgebieden:

  • Natuur als een model: “Imiteer of haal inspiratie uit ontwerpen en processen om onze problemen op te lossen.”
  • Natuur als een maatstaf: “Met 3,8 miljard jaar ervaring weet de natuur wat werkt, wat past en wat goed blijft.”
  • Natuur als een mentor: “Bekijk en waardeer de natuur om ervan te leren.”

► ‘Life’s Principles’ (SDG 12. SDG 13 en SDG 15)

“De Amerikaanse organisatie Biomimicry3.8 (Janine Beyus) die de basis heeft gelegd voor het Biomimicry denken, heeft na diepgaand onderzoek zes basisstrategieën gedestilleerd die voor alle organismen op Aarde gelden. Deze basisprincipes noemen we de life’s principles. Het zijn de principes die aan de basis liggen van het succes van het leven op Aarde. Je kunt ze zien als ontwerpprincipes van organismen die hen in staat stellen succesvol te overleven op een planeet waarop de omstandigheden cyclisch veranderen, waar grondstoffen gelimiteerd zijn en waar chemie plaats vindt op basis van water. Het zijn basale en tegelijk ook duurzame strategieën:

  1. gebruik maken van milieuvriendelijke stoffen 2. efficiënt omgaan met grondstoffen 3. inspelen op lokale omstandigheden 4. aanpassen aan veranderende omstandigheden 5. evolueren om te overleven 6. ontwikkeling en groei integreren”

Bron: vertaling in het Nederlands van hoofdstuk 2 uit het boek 4’33” time for a circular economy van de Fontys Hogeschool.

Pachamama Alliance (SDG 13)

Pachamama Alliance is een wereldwijde gemeenschap die mensen de kans biedt om te leren, contact te maken, te engageren, te reizen en het leven te koesteren met als doel een duurzame toekomst te creëren die voor iedereen werkt. Met wortels diep in het Amazone regenwoud, integreren hun programma’s inheemse wijsheid met moderne kennis om persoonlijke en collectieve transformatie te ondersteunen die de katalysator is om een ecologisch duurzame, geestelijk bevredigende, sociaal rechtvaardige menselijke aanwezigheid op deze planeet voort te brengen. Pachamama Alliance heeft het up-to-us- ontwikkelingspad gecreëerd om een kritieke massa van pro-activistische leiders op te leiden, te inspireren en te engageren die zich inzetten voor het tot stand brengen van een bloeiende, rechtvaardige en duurzame wereld voor iedereen. De eerste stap op het pad is het Awakening the Dreamer-programma, een transformerende educatieve workshop waarin de rol wordt onderzocht die mensen kunnen spelen bij het creëren van een nieuwe toekomst. Je kunt dit programma vinden met onderstaande link, https://www.pachamama.org/engage/awakening-the-dreamer

Integrale ecologie van Ken Wilber (SDG 15)

Integrale ecologie is de toepassing van Ken Wilber’s integrale theorie in milieustudies en ecologisch onderzoek. Het veld werd in de late jaren 1990 ontwikkeld door integraal theoreticus Sean Esbjörn-Hargens en milieu-filosoof Michael E. Zimmerman. Integrale ecologie maakt gebruik van een raamwerk van acht ecologische wereldbeelden, acht ecologische vormen van onderzoek, en vier terreinen.

Bronfenbrenner ecologisch model (SDG 15)

De theorie van Bronfenbrenner kent een ecologisch model. Hij omschrijft de omgeving van mensen als een soort ui, met verschillende lagen. Deze “ui” heeft 5 lagen, en elke laag heeft een verschillende invloed op de ontwikkeling van een mens. Hoe dichter de laag bij iemand staat, hoe meer directe invloed die laag op die persoon heeft. Hoe verder weg de laag bij deze persoon staat, hoe meer indirecte invloed die laag op de deze persoon heeft. Indirecte invloed klinkt misschien alsof het minder invloed heeft op iemand, maar ook een factor die indirect invloed heeft kan enorm veel bepalen (Van der Wal & de Wilde, 2017).

Kosmopolitisme (SDG 17)

Van kosmopolitisme is sprake als iemand een gevoel van verbondenheid met de mensheid in het algemeen ervaart, dat sterker is dan enig gevoel voor nationale of regionale identiteit. Een dergelijke verbondenheid wordt ook wel aangemerkt als wereldburgerschap.

Wat is bioregionalisme? (SDG 15)

Bioregionalisme is een mooie naam voor het leven van een ‘geworteld’ leven. Het bioregionalisme, dat soms ‘op zijn plaats’ wordt genoemd, betekent dat je je bewust bent van de ecologie, economie en cultuur van de plek waar je woont en dat je je committeert aan het maken van keuzes die ze verbeteren.

Hoofd richtlijnen van bioregionalisme (SDG 13, SDG 14 en SDG 15)

  • De wereld bestaat uit bioregio’s. Bioregio’s worden gedefinieerd door geografie, flora en fauna, topologie, milieu – verschillende sociale, culturele en economische kenmerken en ontstaan daar waar fysieke verbindingen zinvol zijn.
  • Bioregio’s zijn lokaal gericht, op een schaal waar iedereen echt impact kan bereiken.
  • Bioregio’s zijn divers en uniek. Overal ter wereld zijn er tienduizenden ecosystemen, duizenden ecoregio’s, honderden bioregio’s, en net als bij elk ecosysteem, zullen de oplossingen die nodig zijn om hetzelfde probleem aan te pakken net zo divers zijn. Deze diversiteit is een bioregionale kracht en vertegenwoordigt een gezonde uitwisseling van ideeën, dialoog en beweging.
  • Bioregionalisme verbindt mensen met inheemse manieren van leven.
  • Cultuur heeft z’n wortels liggen in de geschiedenis van een plek. Bio-regio’ is simpelweg een afkorting voor ‘bio-culturele regio’ – en benadrukt zowel de diversiteit van de plek, als de mensen die er wonen. Veel van deze eigenschappen komen voort uit het gezamenlijk delen van een land; waar dezelfde gewassen groeien en op dezelfde manier om wordt gegaan met de weerpatronen en het klimaat. Als er sprake is van een natuurramp, zoals een overstroming, een aardbeving, een bosbrand, droogte of verzilting, dan beïnvloedt dit de hele bioregio.
  • Bioregionalisme bouwt aan identiteit. We praten erover als een sociale en culturele beweging omdat cultuur de som is van onze interpersoonlijke interacties. Cultuur betekent onder andere eten, drinken, muziek, sport en recreatie en de onderwerpen die het hart raken.
  • Bioregionalisme handelt plaatselijk en verbindt globaal. Lokaal willen bioregionale bewegingen de regionale autonomie en onafhankelijkheid vergroten door naar lokale bronnen van hernieuwbare energie toe  te werken, van wereldwijde naar lokale voedselvoorraden over te schakelen, duurzame vormen van huisvesting en transport te bevorderen, lokale valuta’s en economieën te creëren die welvaart binnen gemeenschappen houden, lokale democratie te creëren die mensen de mogelijkheid geven om invloed in het besluitvormingsproces te hebben.
  • Bioregio’s zijn ankers voor verandering. Door problemen tot een lokaal niveau te herleiden, kunnen we mensen verbinden met degenen die al werken om een ​​verschil te maken. Bioregionalisme gaat er vanuit dat verandering thuis begint, en dat iedereen dat verschil kan maken.
  • Een bioregionale beweging is een gatewaybeweging. Bioregionale bewegingen helpen elkaar in moeilijke tijden, luisteren en leren van bewoners over de hele wereld, passen lessen aan die kunnen werken voor hun eigen gebied en delen openlijk hun modellen voor succes.
  • Bioregionalisme gaat verder dan de grenslijnen op een kaart In plaats van politieke grenslijnen, is iedereen op een rechtvaardige manier in staat om een ​​duurzaam milieubeleid, groeimanagement en -planning, rampenparaatheid en respons te creëren en echte oplossingen en consensus te creëren voor de meest uitdagende kwesties.
  • Bioregio’s zijn proactief. De bioregionale benadering kan worden gezien als “proactief” in plaats van een vorm van protest tegen bestaande sociale, economische en politieke regelingen.
  • Bioregio’s bouwen aan wereld die ze graag willen zien. En dat betekent niet wachten tot anderen het voor ons doen.
  • Bioregionalisme ondersteunt een holistische systeembenadering. Bioregionalisme biedt een kader voor het creëren van een bioregio die duurzaam, autonoom, veerkrachtig en onafhankelijk is, en pleit voor holistische systeem benaderingen.
  • Bioregionalisme bouwt op uit de “schelp van het oude” En werkt op twee sporen om verandering te bereiken. Aan de ene kant bevordert het beleid en initiatieven die aansluiten bij het bioregionaal bewustzijn,  terwijl aan de andere kant actief alternatieven worden gecreëerd die veerkrachtiger, duurzamer en democratischer zijn.

Bioregionaal leven (SDG 13)

Een bioregionaal bewust leven leiden, betekent dagelijks keuzes maken die zich richten op de lokale ecologie, economie en cultuur. Dit kan een van de volgende zaken betekenen:

  • Lokaal geteeld voedsel (en organisch) kopen.
  • Grote detailhandelsketens vermijden ten gunste van winkels die lokaal eigendom zijn.
  • Op zoek naar producten die dicht bij huis zijn gemaakt door bedrijven die sociaal en ecologisch verantwoord zijn.
  • Bankieren met banken die in handen zijn van de lokale overheid, vooral banken die in de gemeenschap investeren.
  • De vogels, dieren, bomen, planten en weerpatronen van uw plaats kennen, evenals landkenmerken en grondsoorten.
  • De menselijke culturen begrijpen die uw plaats in het verleden hebben ingenomen en hun manier van leven respecteren.
  • Leer je buren kennen en “op elkaar letten”.
  • Op zoek naar entertainment dat in uw regio ontstaat; ondersteuning van lokale artiesten, musici, theatergezelschappen, verhalenvertellers.
  • Minder tv kijken en meer tijd doorbrengen met geliefden of buren die games spelen, muziek maken en samen met jou plezier willen beleven.
  • Weten waar uw afval vandaan komt en uw afval tot een minimum beperken.
  • Weten waar je drinkwater vandaan komt en conservatief water gebruiken.
  • Weten waar uw elektriciteit wordt opgewekt en waar mogelijk gebruik maken van duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie.
  • Stemmen bij lokale verkiezingen en betrokken zijn bij politieke besluitvorming.
  • Rechtstreeks betrokken zijn bij de opvoeding van uw kinderen, of ze nu op school zitten of via thuisonderwijs worden onderwezen.
Play Video