Ruilhandel

In den beginne was er ruilhandel. Op een zeker moment is de ruilhandel verdwenen en vanaf dat moment werd er geld gebruikt om te handelen. Waarom?

Ervaren wat de functie van geld is en dat geld de handel een stuk eenvoudiger maakt.

De positieve kant van geld en de initiële waarde van geld ervaren zodat een breder beeld rond geld en ruilhandel ontstaat. Daarmee wordt tevens een beeld verkregen van hoe het huidige geldstelsel afgedwaald is van haar originele doel.

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%

Elke student krijgt een lijstje met tien items die ze bezitten en een lijstje met tien items die ze moeten krijgen. In elke transactie mogen ze één artikel met één ander artikel ruilen. De studenten krijgen ook een lijst waarop ze elke transactie die ze maken, vast kunnen leggen. De tijdslimiet is ongeveer twintig minuten en ze krijgen extra punten voor elk item op hun verlanglijst dat ze uiteindelijk krijgen.

 

Beginsituatie/lijst met items:

1 Appel, Fles, Damsteen, Bureau, Handschoen, Slot, Orgel, Radio, Sokken, Kalkoen

2 Rugzak, Brood, Kaas, Hond, Gitaar, Tijdschrift, Pen, Rozijnen, Soda, TV

3 Tas, Burger, Kip, Deur, Hamer, Kaart, Potlood, Hark, Lepels, Paraplu

4 Banaan, Taart, Jas, Trommel, Hoed, Lucifers, Peper, Touw, Rietjes, Vaas

5 Honkbal, Kaarsen, Koffie, Vis, Honing, Melk, Telefoon, Vloerkleed, Suiker, Viool

6 Basketbal, Snoep, Kam, Fluit, IJs, Spiegel, Piano, Liniaal, Stroop, Vitaminen

7 Bed, Auto, Kompas, Map, IJzer, Mosterd, Taart, Zout, Tafel, Huifkar

8 Bier, Wortel, Computer, Voetbal, Jam, Servetten, Kussen, Schroevendraaier, Plakband, Portemonnee

9 Riem, Kat, Maïs, Vorken, Sap, Krant, Borden, Shirt, Thee, Horloge

10 Fiets, Graan, Stoel, Friet, Ketchup, Kladblok, Popcorn, Schoenen, Tandenborstel, Wijn

11 Mixer, Ketting, Crackers, Frisbee, Messen, Noten, Printer, Korte broek, Handdoek, Steeksleutel

12 Boek, Stoel, Bekers, Glazen, Gloeilampen, Sinaasappels, Puzzel, Schop, Trompet, Yoghurt

 

 

Eindsituatie/Verlanglijst                                                                                                                                                

1 Tas, Hamburger, Kip, Friet, Ketchup, Kladblok, Borden, Shirt, Thee, TV

2 Banaan, Taart, Jas, Frisbee, Messen, Noten, Popcorn, Schoenen, Tandenborstel, Kalkoen

3 Honkbal, Kaarsen, Koffie, Glazen, Gloeilampen, Sinaasappels, Printer, Korte broek, Handdoek, Vaas

4 Basketbal, Snoep, Kam, Bureau, Handschoen, Slot, Puzzel, Schop, Trompet, Paraplu

5 Bed, Auto, Kompas, Hond, Gitaar, Tijdschrift, Orgel, Radio, Sokken, Vitaminen

6 Bier, Wortel, Computer, Deur, Hamer, Kaart, Pen, Rozijnen, Soda, Viool

7 Riem, Kat, Maïs, Trommels, Hoed, Lucifers, Potlood, Hark, Lepels, Portemonnee

8 Fiets, Graan, Bankstel, Vis, Honing, Melk, Peper, Touw, Rietjes, Huifkar

9 Mixer, Ketting, Crackers, Fluit, IJs, Spiegel, Telefoon, Vloerkleed, Suiker, Wijn

10 Boek, Stoel, Kopjes, Map, IJzer, Mosterd, Piano, Liniaal, Stroop, Horloge

11 Appel, Fles, Damsteen, Voetbal, Jam, Servetten, Taart, Zout, Tafel, Yoghurt

12 Rugzak, Brood, Kaas, Vorken, Sap, Krant, Kussen, Schroevendraaier, Plakband, Moersleutel

 

De bovenstaande lijsten tonen eerst de items die ze aan het begin van het spel bezitten en vervolgens de items die ze moeten krijgen. Wat elke speler heeft en moet krijgen is iets anders.

Het spel is bedoeld voor twaalf spelers. Mochten er meer dan twaalf studenten zijn, dan zit er niets anders op dan spelersbladen uit te delen waarvan er al een aantal in gebruik zijn. Die studenten zijn waarschijnlijk in competitie met elkaar en kunnen het dus moeilijker hebben dan anderen. Oorspronkelijk is het spel dus opgezet voor twaalf spelers die in theorie allemaal in staat zouden moeten zijn om te ruilen wat er op hun verlanglijstje staat.

In de echte wereld, als je op ruilhandel zou moeten vertrouwen, zou je waarschijnlijk verschillende transacties moeten doen voordat je hebt wat je wilde (zoals voorwerp A verhandelen om voorwerp B te krijgen, dan voorwerp B ruilen om C te krijgen en uiteindelijk voorwerp C verhandelen om voorwerp D te krijgen). Daarom is het spel zo ontworpen dat het moeilijk is om een aantal goederen die op je verlanglijstje staan te bemachtigen (waarvoor verschillende transacties nodig waren), terwijl anderen minder transacties nodig hebben om ze te krijgen.

Met behulp van de informatie uit de lijst kan speler #1 bijvoorbeeld de volgende transacties uitvoeren

  1.       Appel voor mixer met speler #11
  2.       Mixer voor riem met speler #9
  3.       Riem voor bed met speler #7
  4.       Bed voor honkbal met speler #5
  5.       Honkbal voor tas met speler #3

Tas staat op de verlanglijst van speler #1. Dit kost vijf stappen en is dus veel werk. Een probleem bij het opzetten van deze lijsten is dat je ervoor moet zorgen dat sommige andere voorwerpen die elke speler heeft of wil, niet kunnen worden gebruikt.

Bijvoorbeeld in het bovenstaande geval, wat als speler #3 een fles wilde hebben, dan zou hij tas kunnen ruilen voor speler #1 voor de fles en hoeft er maar één transactie plaats te vinden – dit zou het spel te gemakkelijk maken.

In dit voorbeeld moet speler #1 vijf transacties uitvoeren. Maar de andere spelers maken niet alleen een ruil, ze krijgen een item dat ze willen van speler #1.

Sommige transacties zijn dus eenvoudig en andere moeilijker. Studenten moeten rondlopen en mensen vinden om mee te handelen. Het duurt niet lang voordat ze zich realiseren dat ze kleine groepen moeten vormen en bespreken wat iedereen heeft en wil.

Dan begint iemand dingen te zeggen als “als je A voor mij ruilt voor mijn B, dan kun je B ruilen om C te krijgen van die andere persoon die op je lijst staat.” Dit gebeurt vaak spontaan, zonder dat de leraar hen zegt dit te doen. Wat op het eerste gezicht lijkt alsof het erg ongeorganiseerd of chaotisch zou zijn, verloopt redelijk soepel met een beetje samenwerking. Vaak als iemand zegt: “Ik heb A nodig”, zal een andere student zeggen “Pietje daar heeft item A” of “heb je item C? dat meisje daar heeft het nodig”. Nogmaals, dat gebeurt vrijwillig, zonder enige aanwijzingen van de docent. Dus een ordentelijk proces ontstaat zonder dat het gestuurd hoeft te worden.

In het begin kun je ze wel vertellen dat ze vaak verschillende transacties moeten doen om te krijgen wat ze willen, maar dat is het dan. Daarna roep je gewoon “begin met handelen” en geef ze een waarschuwing van vijf minuten voordat de tijd om is. Je kunt ze tijdens het spel eraan herinneren dat ze het item dat als ze inruilen voor een ander item, dan ook dit item hebben en het kunnen ruilen voor iets dat ze willen.

Hand-outs, geprinte kaartjes in sets.

Download kaartjes in Word of PDF

Jongeren: Stel ze, zodra het spel voorbij is, vragen als “zou het handig zijn dat je dit zou moeten doen elke keer dat je naar de winkel gaat?” Niemand zegt dan ja, omdat ze pas hebben ervaren hoe moeilijk dat zou zijn. Het wordt ze daarmee heel snel duidelijk wat het oorspronkelijke doel van geld is.

 

1 Apple Bottle Checkers Desk Glove Lock Oranges Radio Socks Turkey
2 Backpack Bread Cheese Dog Guitar Magazine Pen Raisins Soda TV
3 Bag Burger Chicken Door Hammer Map Pencil Rake Spoons Umbrella
4 Banana Cake Coat Drums Hat Matches Pepper Rope Straws Vase
5 Baseball Candles Coffee Fish Honey Milk Phone Rug Sugar Violin
6 Basketball Candy Comb Flute Ice Cream Mirror Piano Ruler Syrup Vitamins
7 Bed Car Compass Folder Iron Mustard Pie Salt Table Wagon
8 Beer Carrot Computer Football Jelly Napkins Pillow Screwdriver Tape Wallet
9 Belt Cat Corn Forks Juice Newspaper Plates Shirt Tea Watch
10 Bike Cereal Couch Fries Ketchup Notebook Popcorn Shoes Toothbrush Wine
11 Blender Chain Crackers Frisbee Knives Nuts Printer Shorts Towel Wrench
12 Book Chair Cups Glasses Light Bulbs Oranges Puzzle Shovel Trumpet Yogurt
                     
                     
                     
1 Bag Burger Chicken Fries Ketchup Notebook Plates Shirt Tea TV
2 Banana Cake Coat Frisbee Knives Nuts Popcorn Shoes Toothbrush Turkey
3 Baseball Candles Coffee Glasses Light Bulbs Oranges Printer Shorts Towel Vase
4 Basketball Candy Comb Desk Glove Lock Puzzle Shovel Trumpet Umbrella
5 Bed Car Compass Dog Guitar Magazine Organ Radio Socks Vitamins
6 Beer Carrot Computer Door Hammer Map Pen Raisins Soda Violin
7 Belt Cat Corn Drums Hat Matches Pencil Rake Spoons Wallet
8 Bike Cereal Couch Fish Honey Milk Pepper Rope Straws Wagon
9 Blender Chain Crackers Flute Ice Cream Mirror Phone Rug Sugar Wine
10 Book Chair Cups Folder Iron Mustard Piano Ruler Syrup Watch
11 Apple Bottle Checkers Football Jelly Napkins Pie Salt Table Yogurt
12 Backpack Bread Cheese Forks Juice Newspaper Pillow Screwdriver Tape Wrench
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video