GAIA Youth Education for Sustainability

Curriculum Companion

 

 

 

Inhoudsopgave

  1. De opzet van het Curriculum Companion.. 6

1.1 Functie van het Curriculum Companion. 6

1.2 Onderdelen van het Curriculum Companion. 6

Het Curriculum Companion kent de volgende opbouw: 6

1.3 Uitgangspunten van het Curriculum compagnon. 7

  1. Waar sta jij nu?. 7

2.1 Ken jezelf en jouw organisatie. 7

2.2 De schoolontwikkelingstool. 8

De vier kwadranten van Ken Wilber. 9

Spiral Dynamics. 10

Test jouw school met hulp van de schoolontwikkelingstool in Excel. 11

2.3 De uitslag in een radar diagram.. 12

  1. Duurzaamheidsvisie ontwikkelen binnen je organisatie. 12

3.1 Visie ontwikkelen rond duurzaamheid. 12

3.2 De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN.. 13

Een overzicht van de 17 doelen: 14

SDG 1. 14

SDG 2: Geen honger. 14

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn. 14

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs. 14

SDG 5: Gendergelijkheid. 14

SDG 6: Schoon water en sanitair. 14

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie. 14

SDG 8: Eerlijk werk en economische groei. 14

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur. 14

SDG 10: Ongelijkheid verminderen. 14

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen. 14

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie. 14

SDG 13: Klimaatactie. 14

SDG 14: Leven in het water. 14

SDG 15: Leven op het land. 14

SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten. 14

SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken. 14

Duurzame ontwikkelingsdoel 4.7. 14

3.3 De leeruitkomsten van GAIA Education. 15

  1. Certificatie door GAIA Education.. 16

4.1 Waarom certificeren door GAIA Education?. 16

4.2 Wat zijn de certificatie eisen?. 16

Tabel GAIA Education certificatie eisen. 17

  1. Het opstellen van een leerplan voor duurzaamheid.. 21

5.1 Het framewerk van GAIA YES combineren met een regulier programma. 21

  1. GAIA YES aanpak. 21
  2. De uitvoering van GAI YES projecten in de praktijk. 31

7.1. Het GAIA YES model. 31

7.2 Hoe stel je een project samen?. 33

  1. Jouw rol als begeleider. 34

8.1 De 6 vaardigheden bij projectgestuurd werken. 34

8.2  De leerkracht als coach. 35

8.3 De rol van de leraar. 36

8.4 Coachingsvaardigheden. 36

8.5 Inhoud en timing. 37

8.6 Coachingsgesprekken. 37

8.7  Evalueren en toetsen. 39

  1. Procesbegeleiding.. 42

9.1 Van sturing naar zelfsturing: 42

9.2   Het gebruik van scrum technieken. 43

  1. Hoe beoordeel je leerervaringen met GAIA YES?. 46

10.1 Evaluatie formulier. 46

10.2    Beoordeling vanuit opdrachtgever. 46

10.3    Zelfreflectie. 46

10    Tools voor een lokaal duurzaam curriculum… 46

11.1 Een verhalenbundel met korte verhalen en bijpassende vragen passend bij de 24 thema’s uit het Holistisch curriculum, opgesteld door GAIA YES. 46

11.2 Gebundelde werkbladen met deelopdrachten om basisbegrippen en basisvaardigheden te leren. 46

11.3 Tools voor het maken van een compleet duurzaam en holistisch leerplan. 47

11.4 Uitgewerkte projecten. 47

11.5 Tools op de website. 47

 

 

 

 

Curriculum Companion

 

1.    De opzet van het Curriculum Companion

 

1.1 Functie van het Curriculum Companion

 

De functie van het Curriculum Companion is:

 

  • Een digitale vriend die je de wegen wijst om duurzaam onderwijs te implementeren binnen jouw organisatie vanuit een holistische visie
  • Een stap voor stap gids in de tools die er zijn om duurzaam onderwijs te implementeren
  • Tips en inspiratie voor duurzaam en holistisch onderwijs
  • Losse flexibele les-elementen die je kunt omvormen tot je eigen leerproject

 

1.2 Onderdelen van het Curriculum Companion

 

De implementatie van het curriculum begint laagdrempelig en werkt toe naar steeds meer complexiteit.

 

Het Curriculum Companion kent de volgende opbouw:

 

Waar sta je nu?

Wat is je beginsituatie? Waar wil je naar toe werken? Uitleg hoe de schoolontwikkeling tool, ontworpen door Silke Weiss, hulp kan bieden in het bepalen van de beginsituatie, de gewenste situatie en de eerste stappen op weg naar de gewenste situatie.

 

Duurzaamheidsvisie ontwikkelen binnen je organisatie

Ontwikkel een duurzame visie voor je organisatie met behulp van  het Mural Regeneratieve Pentad, de 17 duurzame doelen opgesteld door de UN en de leeruitkomsten van GAIA YES.

 

Bepaal of en hoe je je zou willen profileren met het duurzaamheidscurriculum.

GAIA Education heeft richtlijnen voor certificering opgesteld die kunnen helpen keuzes te maken waar je je als organisatie op zou willen en kunnen focussen binnen de profilering voor het implementatie van educatie voor duurzame ontwikkeling.

 

 Voorbeelden hoe scholen duurzaamheid implementeren in de praktijk

Verschillende manieren hoe verschillende scholen een duurzaamheidscurriculum hebben geïmplementeerd in de praktijk.

 

Stap voor stap integreren

Uitleg over het GAIA YES model en de GAIA YES aanpak bij de ontwikkeling van het GAIA YES project.

 

GAIA YES ervaringen in de praktijk

Ervaringen met de lesbrief, de wereld verhalen estafette en de workshops tijden het multiplier event.

 

Jouw rol als begeleider van GAIA YES

Tips bij de invulling van de rol voor begeleiders in het kader van GAIA YES projecten.

 

Procesbegeleiding

Tips bij de opzet en procesbegeleiding met behulp van scrum voor GAIA YES projecten.

 

Hoe beoordeel je leerervaringen met GAIA YES?

Hoe beoordeel je leeruitkomsten van GAI YES?

 

De verschillende tools die je kunt inzetten bij de implementatie van GAIA YES

Uitleg over de website, de e-learning omgeving voor studenten, de online docentengids en de database met opdrachten.

 

1.3 Uitgangspunten van het Curriculum compagnon

 

We hebben de volgende uitganspunten in acht genomen bij het samenstellen van het Curriculum Compagnon:

 

  • Samenhangend en compleet framewerk voor het ontwikkelen van duurzaam holistisch onderwijs
  • Passend bij het GAIA YES curriculum en de eisen van GAIA Education
  • Laagdrempelige instapmogelijkheid voor studenten en docenten
  • Zo opgezet dat je kunt toewerken naar steeds meer complexiteit in het leren
  • Flexibel en op maat te maken voor iedere leersituatie
  • Intuïtief, en dus ook met weinig ervaring en kennis over duurzaamheid te gebruiken door zowel docenten als studenten
  • Ondersteund door een hybride leeromgeving met bijpassende werkbladen die zowel digitaal te vinden zijn in het e-learning gedeelte van de website als uit te printen zijn in de vorm van een printbare PDF
  • Open source

 

2.    Waar sta jij nu?

 

2.1 Ken jezelf en jouw organisatie

 

Iedereen gaat anders om met duurzame ontwikkelingen. Ook binnen scholen is er een grote diversiteit in hoe duurzame ontwikkelingen zijn geïntegreerd. Van nauwelijks aandacht voor duurzaamheid binnen de organisatie tot een hele brede aanpak op het gebied van duurzaamheid, die zelfs verder gaat dan de schoolmuren.

 

Een veel gehoord probleem bij docenten en begeleiders van jongeren als ze starten met duurzaamheid in hun eigen programma te integreren, is dat ze het gevoel hebben alleen te staan binnen hun eigen organisatie. Er wordt in eerste instantie weinig aansluiting met andere collega’s ervaren. Doordat voor de jongeren het vaak ‘nieuw’ is dat er zoveel aandacht wordt besteed aan duurzaamheid, krijg je bij de start te maken met een ‘stormfase’ waarbij de jongeren kunnen afgeven op de thema’s en er sprake kan zijn van weerstand. Het is dan goed om te beseffen waar je staat binnen de organisatie. En hoe je jouw positie en jouw lessen kunt versterken. Het helpt als je steun kan zoeken bij docenten binnen je school en binnen andere organisaties en scholen. Samen sta je sterker!

 

Er zijn ook scholen en organisaties die samen een heel sterk en duurzaam programma hebben gerealiseerd en daar zeer succesvol in zijn. Doordat de hele school of organisatie bezig is met duurzaamheid, vanuit een brede schoolaanpak rond duurzaamheid, zijn de jongeren gewend geraakt aan de duurzame thema’s. Ze zien vaak de praktijkvoorbeelden dagelijks op hun school of binnen de organisatie. Binnen deze scholen en organisaties is het belangrijk hoe je op innovatieve wijze kunt blijven aansluiten wat er speelt in de maatschappij, en hoe je daar je eigen plek in weet te vinden.

 

2.2 De schoolontwikkelingstool

 

Een hulpmiddel die je kunt helpen je plek te bepalen binnen de school is de schoolontwikkelingstool, ontwikkeld door LernKulturZeit Akademie. Silke Weiss geeft hier regelmatig workshops over.

 

Silke Weiss (www.lerncultur.info) heeft tijdens een GAIA YES seminar ons mee genomen op een reis door de complexiteit van veranderingen en door inzichten te delen over hoe te werken met verandering in scholen. Onze schoolsystemen storten in omdat ze niet meer passen bij onze huidige maatschappij. We leven in tijden van VUCA (Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguitiy) en we moeten echt nadenken over welke veranderingen we nodig hebben, om Visie, Begrip, Duidelijkheid en Wendbaarheid te kunnen creëren.’ Met voorbeelden van hoe Kodak, BMW, IBM Watson en AirB&B de manier veranderden waarop we met elkaar omgaan, hoe we ons verplaatsen, hoe we ziektes ontdekken en onze hotels boeken, liet Silke ons zien hoe disruptieve ontwikkelingen meestal onderschat zijn. Hetzelfde gebeurt wanneer we veranderingen op school introduceren.

 

Om scholen te helpen transformeren naar een duurzame leercultuur, heeft Silke Weiss een ontwikkelingsinstrument ontwikkeld dat gebaseerd is op de vier kwadranten van Ken Wilber, die verwijzen naar de individuele, collectieve, innerlijke en uiterlijke structuren van een cultuur (zie afbeelding) ‘Als er iets aan de buitenkant verandert, zullen er ook innerlijke veranderingen zijn waarnaar moet worden gekeken. Als je bijvoorbeeld de manier waarop kinderen leren verandert in een zelfgeorganiseerde aanpak in een vrije ruimte, zal dat zeker angst en weerstand oproepen bij de leerkrachten.’ Met andere woorden, als één van de kwadranten verandert, zal het hele systeem veranderen.

 

Om te begrijpen hoe de vier kwadranten in de praktijk werken, moeten we vier basisvragen over leren onderzoeken.

 

  • Wat is mijn motivatie om iets te leren? (innerlijk – individueel)
  • Welke strategieën en methoden gebruik ik om te leren? (buiten – individueel)
  • Welke sfeer ondersteunt mijn leren? (innerlijk – collectief)
  • Welke structuren/omgeving heb ik nodig? (uiterlijke – collectief

 

Een ander belangrijk instrument waar Silke Weiss over sprak is Spiral Dynamics. Het is gebaseerd op onderzoek in de psychologie en stadia van evolutie. Spiral Dynamics geeft je inzicht in de waardesystemen die op school aanwezig zijn. Het is vooral interessant voor schoolleiders om meerdere perspectieven te begrijpen, de verschillen in waarden te waarderen en oplossingen te vinden die voor iedereen werken. Via een vragenlijst kunnen mensen identificeren vanuit welk waardesysteem ze opereren. Op die manier kunt u de culturele focus van uw gemeenschap vaststellen en beslissen waar u collectief naar toe wilt. Hieronder worden de vier kwadranten van Ken Wilber en Spiral Dynamics kort uitgelegd.

 

De vier kwadranten van Ken Wilber

 

Ken Wilber heeft een holistisch benadering gezocht waar eigenlijk bijna alles mee te analyseren valt. Hij heeft daarmee oosterse wijsheden en westerse wijsheden weten te integreren. Het gaat uit van vier perspectieven waar vanuit je kunt waarnemen.

 

  1. Je eigen positie. De ik vorm.
  2. De positie van hoe een ander naar jou kijkt, wat de ander jou ziet doen. De hij, zij vorm.
  3. Je bevindt je binnen een groep. Dit kan je gezin zijn, je familie, je school, je organisatie, de gemeente waar je woont. Dit is de wij vorm.
  4. En de groep waar binnen je bevindt, is weer een onderdeel van de maatschappij op de planeet aarde. Of terwijl; er is een maatschappij waarbinnen de groep valt. Vaak aangeduid met ‘het’.

 

Vaak zie je dat bij innovaties er aandacht is vanuit een bepaald perspectief. De andere perspectieven krijgen minder of geen aandacht. Daardoor kan een innovatie minder sterk van de grond komen en kan weerstand worden ervaren. Door vanaf het begin aandacht te hebben voor alle vier de perspectieven, krijg je ook meer draagvlak en draagkracht om de innovatie goed te laten landen binnen de organisatie.

 

De schoolontwikkelingstool laat voor de vier perspectieven voor ieder perspectief vier gebieden en in totaal op 16 gebieden zien waar je aan kunt denken bij de implementatie van een nieuwe onderwijsinnovatie.

 

De zestien gebieden zijn:

 

Ik vorm Jij vorm

1.      Levenshouding

2.      Motivatie

3.      Scheppingskracht

4.      Vertrouwen

1.      Zelfmanagement

2.      Leiderschapsstijl

3.      Rol binnen de groep

4.      Conflicthantering

Wij vorm ‘Het’ vorm

1.      Communicatie cultuur

2.      Werksfeer

3.      Zingeving

4.      Participatie en relatie

1.      Verdeling van middelen en hulpbronnen

2.      Informatievoorziening

3.      Profiel

4.      Communicatievorm

 

 

Spiral Dynamics

 

Ontwikkeling verloopt vaak in fases. Denk bijvoorbeeld van zaad tot plant. Hierin kun je zien dat het zaad ontkiemt, een eerste kiemwortel maakt, een eerste stengel maakt, uit de stengel ontstaan de eerste twee bladeren, de stengel groeit verder en maakt meerdere balderen.

 

Wanneer je naar de ontwikkeling van organisaties kijkt, kun je verschillende fases onderscheiden. In de theorie van Spiral Dynamics, ontwikkeld door de Amerikaanse professor voor psychologie Clare W. Graves, worden deze fases beschreven als kleuren die in een spiraal elkaar opvolgen. Iedere kleur heeft zo z’n eigen typische ontwikkelingskenmerken, waarden en normen, uitdagingen en groeikansen. De fases die onderscheiden worden in het schoolontwikkelingsmodel zijn de fases die het meest van toepassing zijn, en die de ontwikkeling van regulier onderwijs naar holistisch onderwijs beschrijft. Hieronder een korte samenvatting van de verschillende fases gerelateerd aan het onderwijs. De samenvatting is niet compleet en globaal beschreven. In de praktijk lopen deze ontwikkelingen ook door elkaar binnen een organisatie. Er bestaat geen school die volledig past binnen een ontwikkelingsfase. In de workshops die Silke Weiss geeft, kun je veel meer inzichten ontwikkelen binnen deze vijf ontwikkelingsfases. Er zijn ook talrijke boeken geschreven om de theorie van Spiral Dynamics uit te leggen.

 

De fases van Spiral Dynamic:

 

Rood: dit zijn scholen en organisaties die een sterke leider kennen. De leider bepaalt. De andere volgen het opgelegde beleid. In deze fase kunnen volgers van het beleid onvrede ervaren over het beleid. Er kan dan onderhuidse spanning ontstaan. Er kan sprake zijn van onderlinge competitie om te streven naar de positie met de meeste macht. Deze fase gaat uit van de sterkste wint. Er kan strijd ontstaan om het ‘gelijk’ hebben. De leider bepaalt de werkmethodes en de wijze van beoordelen. Er heerst een eilandjescultuur binnen het onderwijs. De uitdaging van deze scholen is om te werken aan transparantie, openheid, vertrouwen, orde en duidelijke richtlijnen.

 

Blauw: dit zijn scholen en organisaties die orde en structuur belangrijk vinden. Er is een duidelijke hiërarchie, waarbinnen de rollen en taken zijn afgebakend. Er wordt weinig van het leerplan afgeweken. Het onderwijs wat wordt gegeven is strak vastgelegd; er is weinig plek voor eigen inbreng. Voortgang binnen het leerproces wordt vaak gedaan via toetsen, het geven van cijfers, en rapportvergaderingen. De uitdaging voor deze scholen en organisaties is om meer te doen met de talenten van zowel docenten en begeleiders als de studenten.

 

Orange: dit zijn scholen en organisaties die talentontwikkeling en succes belangrijk vinden. Buiten de vaste taken die iedereen in de organisatie heeft, is er ook ruimte om vanuit je eigen talent iets te ontwikkelen. Je ziet op dit soort scholen en organisaties vaak talentstromen ontstaan. Dat zijn richtingen binnen het leerplan waar studenten of jongeren voor kunnen kiezen. Zoals podiumkunst, ICT, grafische vormgeving, science, techniek, zorg en creatieve vaardigheden. Naast het leerproces beoordelen via toetsen en cijfers, is er aandacht voor het ontwikkelen van competenties. Deze ontwikkeling wordt vaak bijgehouden via portfolio’s en leerlingvolgsystemen. De school of organisatie profileert zich zichtbaar naar buiten toe. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij een keurmerk als Ecoschools of Technasium en door publicaties. De uitdaging voor deze scholen is om meer te gaan doen met de gemeenschap in en om de school heen.

 

Groen: dit zijn scholen die gemeenschapsvorming en contact met de gemeenschap om hun heen belangrijk vinden. De leerling staat binnen deze scholen vaak centraal. Onderwijs richt zich op persoonlijk leren. Bij veel gemeenschapsscholen wordt tijd genomen om iedere ochtend samen te starten. In de dagopening kan gedeeld worden wat er gebeurd in de maatschappij of op school. Ook kan gedeeld worden hoe iedereen zich die dag voelt en wat hij of zij nodig heeft. Ook wordt deze tijd gebruikt om naar planning te kijken en is er soms ruimte voor individuele begeleiding. Reflectie op het leerproces wordt als zeer belangrijk ervaren. Dit kan via eindpresentaties, reflectieverslagen en mentorgesprekken. Reflectie kan ook plaatsvinden in een lesafsluiting of dagafsluiting. Sommige gemeenschapsscholen werken met leerpleinen en speciaal ingerichte ruimtes waar individueel of in groepjes gewerkt en geleerd kan worden. Externe experts worden betrokken binnen de lesprogramma’s. Zo wordt kennis en ervaring van de gemeenschap rond de school of organisatie ingezet. De uitdaging voor deze scholen is om educatie en hun netwerk uit te breiden naar buiten toe, en het onderwijs niet alleen in de school te organiseren maar ook op andere plekken.

 

Geel: dit zijn scholen die hybride georganiseerd zijn. Een deel van het leren vindt plaats op school of binnen de organisatie en een deel vindt buiten de school of organisatie plaats. Zo kan het onderwijs georganiseerd zijn in de natuur, in een museum, binnen een zorgcentrum, op een NGO of natuurcentrum, op een bedrijf of thuis. Er wordt vaak gebruik gemaakt van leergemeenschappen. Een leergemeenschap is een samenstelling van studenten, docenten, en experts die samen aan een uitdaging of probleem werken. Alle deelnemers binnen een leergemeenschap leren van het proces om samen een oplossing te vinden voor de uitdaging of het probleem. Docenten, experts en studenten kunnen inbreng leveren aan het proces en zijn evenwaardig aan elkaar. Het leerproces zelf wordt als belangrijk ervaren. Het proces wordt vaak ondersteund door een methode, zoals scrummen. Het tussentijds delen van resultaten en tussenproducten en het bijstellen van de koers die is uitgezet om het doel te behalen, is een kenmerkend onderdeel. Lestijden kunnen flexibel zijn. De te volgen leerprogramma’s zijn vaak op maat gemaakt. Coachgesprekken, eindpresentaties en reflectieverslagen zijn een basis om de student te volgen in het leerproces. Vaak worden de resultaten van leerprocessen verwerkt in presentaties die ook door externe betrokkene worden bijgewoond. De uitdaging van deze scholen is om binnen de flexibele manier van lesgeven oog te houden voor structuur en het bestaansrecht van de organisatie.

 

Je merkt dat gele scholen eigenlijk weer opnieuw uitgedaagd worden bij kenmerken die passen bij de blauwe scholen. Hiermee begint een nieuwe ontwikkelingscirkel, alleen op een laag dieper.

 

Test jouw school met hulp van de schoolontwikkelingstool in Excel

 

Hoe werkt de schoolontwikkelingstool in Excel?

Van de zestien gebieden passend bij de vier perspectieven van Ken Wilber zijn per gebied ontwikkelingsstappen beschreven gebaseerd op de visie van Spiral dynamic. Via een vragenlijst die je invult, kun je ontdekken in welke fase jij of je organisatie zich bevindt per gebied. Wanneer je de vragenlijst hebt ingevuld, maakt Excel hier een diagram van. Hoe meer het diagram naar de buitenkant toe gevuld is, des te meer de organisatie of jijzelf werkt vanuit een holistische visie. ‘Deuken’ in het diagram laten zien waar je aandacht aan zou mogen gaan geven. Dit diagram kun je gebruiken om te zien waar je zelf staat binnen de ontwikkeling van een organisatie en je kunt dit ook vergelijken met andere uit je organisatie. Het gezamenlijke beeld, uit te rekenen door het gemiddelde te berekenen van de uitslagen van alle leden van de organisatie, geeft een beeld van de ontwikkeling van een organisatie. De vragenlijst kun je vinden op de website. Dit is de link ervan:

 

2.3 De uitslag in een radar diagram

 

In de laatste pagina van het Excel bestand van de schoolontwikkelingstool vind je een schematisch overzicht in de vorm van een radar diagram van de zestien gebieden en de vijf ontwikkelingsfase. Het geeft inzichten om uit te zoeken waar je zelf per gebied staat en waar je eigen ontwikkelingskansen liggen. Ook kan het je inzicht geven waar je staat ten opzichte van je organisatie. Wanneer er een groot verschil in ontwikkeling is heb je de keuze om jezelf te zien als acupunctuurnaald binnen de organisatie, om mee te helpen transformeren naar een meer holistische benadering van het onderwijs. Je kunt ook op zoek gaan naar meer gelijkgestemde mensen of organisaties, die beter aansluiten bij je eigen ontwikkeling, omdat er te grote verschillen zijn in visie, normen en waarden. Hoe dan ook is het goed om bewust te zijn wat daarin je plek en functie is.

3.    Duurzaamheidsvisie ontwikkelen binnen je organisatie

 

3.1 Visie ontwikkelen rond duurzaamheid

 

Wat is duurzaam? Daar kun je heel makkelijk van visie in verschillen! Wat voor de een daarin haalbaar is, is voor de ander een echte opgave. Als we het over duurzaamheid hebben, dan gaat het vooral ook om bewustwording van alle aspecten die meespelen in de duurzame keuzes die je maakt. Dat kan heel dichtbij, in je persoonlijke leven. Of wat verder af; in wat je bijvoorbeeld aan duurzaamheidseducatie aanbiedt. Voor je start met een project voor jongeren op het gebied van duurzaamheid, is het goed om zelf, of met je team, een visie te ontwikkelen die bij jou of je organisatie past, zodat je daarin met elkaar op 1 lijn zit.

In het GAIA YES project hebben we een gezamenlijke visie op het gebied van duurzaamheid ontwikkeld met behulp van het ‘Mural Regeneratieve Pentad’. Dit is een pentagram gemaakt in het programma Mural. In het pentagram staan vijf vragen centraal:

 

Doel: Wat willen we bereiken met het project?

Uniekheid: Wat maakt ons/het project uniek?

Expertise: Vanuit onze eigen uniekheid, welke duurzame ontwikkeling kunnen we steunen?

Functie: Welke dienst(en) kunnen we leveren om de duurzame ontwikkelingen te steunen?

Potentieel: Wanneer we de diensten leveren voor duurzame ontwikkeling, wat hebben we dan potentieel bereikt?

 

 

Door te werken in het programma Mural, kunnen deelnemers via sticky notes hun eigen antwoorden bij de vragen plaatsen. Nadat alle deelnemers de vragen beantwoord hebben, kunnen de deelnemers de antwoorden van elkaar bekijken, en op zoek gaan naar de gemeenschappelijke deler.

 

Het Mural Regeneratieve Pentad staat op de website bij Tools zowel in. Png als in pdf vorm. Je zult zelf een Mural account aan moeten maken, om het ook in het programma Mural te kunnen gebruiken.

 

3.2 De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN

 

Een hulp bij het formuleren van welk duurzame ontwikkeling je steunt met het project, kunnen de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn, die opgesteld zijn door de Verenigde Naties (VN). De Duurzame Ontwikkelingsdoelen worden ook wel SDG’s of Sustainable Development Goals genoemd. Deze zeventien doelen zijn opgesteld om van de wereld een betere plek te maken in 2030. De SDG’s zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties (VN). De doelen kwamen er op basis van wereldwijde inbreng van organisaties en individuen, en heeft daardoor een breed draagvlak.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen startten in 2015 en lopen nog tot 2030. Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Achter de zeventien doelen zitten 169 targets. Die maken ze nog concreter. Meer over de zeventien duurzame doelen kun je lezen op:

 

Voor Nederland: https://www.sdgnederland.nl/sdgs/

Voor Europa: https://www.un.org/sustainabledevelopment/sustainable-development-goals/

 

 

 

Een overzicht van de 17 doelen:

 

SDG 1: Geen armoede. Beëindig armoede overal en in al haar vormen

SDG 2: Geen honger. Beëindig honger, bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot duurzame landbouw

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn. Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs. Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen

SDG 5: Gendergelijkheid. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes

SDG 6: Schoon water en sanitair. Verzeker toegang tot duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen

SDG 8: Eerlijk werk en economische groei. Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur. Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie

SDG 10: Ongelijkheid verminderen. Dring ongelijkheid in en tussen landen terug

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen. Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie. Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen

SDG 13: Klimaatactie. Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden

SDG 14: Leven in het water. Behoud en maak duurzaam gebruik van de oceanen, de zeeën en maritieme hulpbronnen

SDG 15: Leven op het land. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe

SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten. Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en creëer op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en open instellingen

SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken. Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling

 

Duurzame ontwikkelingsdoel 4.7

 

Een target van Duurzame Ontwikkelingsdoel 4 willen we expliciet benoemen en dat is target 4.7:

 

‘Er tegen 2030 voor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen, onder andere via vorming omtrent duurzame ontwikkeling en duurzame levenswijzen, mensenrechten, gendergelijkheid, de bevordering van een cultuur van vrede en geweldloosheid, wereldburgerschap en de waardering van culturele diversiteit en van de bijdrage van de cultuur tot de duurzame ontwikkeling.’

 

Dit target kan meehelpen je visie rond duurzaamheidseducatie te ontwikkelen.

 

Het nieuwe curriculum in Nederland gaat in het domein Mens en Natuur onder de grote opdracht vraagstukken voor de bouwsteen Duurzame Ontwikkeling uit van deze zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen.

 

3.3 De leeruitkomsten van GAIA Education

 

GAIA Education heeft binnen de vier dimensies ecologisch, economisch, sociaal en cultureel 20 thema’s vastgesteld die van toepassing zijn om de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN te behalen. Voor ieder thema hebben ze leeruitkomsten beschreven in Hoofd, Hart en Handen doelen.

 

Het curriculum is gebaseerd op het EDE-curriculum. Dit curriculum is door de GEESE groep van GAIA Education ontwikkeld ten behoeve van volwassen educatie op het gebied van het ontwerpen van regenatieve gemeenschappen vanuit een holistische visie. In de uitwerking naar Hoofd, Hart en Handen doelen, is aansluiting gezocht en beschreven waarbij alle acht meervoudige intelligenties aan bod komen vanuit leren met hoofd, hart en handen.

 

De leeruitkomsten staan zowel beschreven in het curriculum als wel in een bijpassend Excel bestand. Het Excelbestand is handig om te gebruiken bij het samenstellen van projecten op basis van het curriculum.

 

De thema’s zijn:

 

Ecologisch Economisch

1.Regeneratieve ontwerpen

2.Betaalbare schone energie

3.Watersystemen

4.Lokale voedselsystemen

5.Groen bouwen en verbouwen

 

1.Duurzame economie

2.Alternatieve geldsystemen

3.Bewust levensonderhoud

4.Vitale economie en sociale innovatie

5.Juridische en financiële zaken

 

Sociaal Cultureel

1.Communicatievaardigheden

2. Leiderschap en empowerment

3. Gemeenschapsvorming

4. Educatie, kunst en sociale transformatie

5. Cultureel erfgoed en tradities

1.Wereldbeeld & Verhalen vertellen

2.Bewust-zijn

3.Verbreding van cirkels van welzijn

4.Verbinding met de natuur

5.Communicatie

 

 

Het curriculum met leeruitkomsten voor alle Hoofd, Hart en Handen doelen en het Excelbestand met de leeruitkomsten beschreven per thema kun je vinden op de website.

 

 

4.    Certificatie door GAIA Education

 

4.1 Waarom certificeren door GAIA Education?

 

GAIA Education werkt sinds 2005 samen met organisaties en trainers uit 55 landen. Het volwassen curriculum is samengesteld door jarenlange samenwerking om te komen tot een curriculum dat wereldwijd draagkracht heeft.

 

Gaia Education heeft de samenhang gezocht binnen de vier dimensies ecologisch, econmisch, sociaal en cultureel om je daarmee in staat te stellen stappen te zetten naar het ontwerpen van een regeneratieve gemeenschap.

 

Collectief staan we op een kruispunt, een keerpunt in de geschiedenis waar je de macht hebt om te kiezen voor een regeneratieve toekomst. We begrijpen dat het overweldigend kan lijken – dat is waarom we je in staat willen stellen om een actieve veranderaar in je lokale gemeenschap of school te worden, met impact op gemeenschappen op een wereldwijde schaal. Door aan te sluiten bij GAIA Education ondersteun je deze beweging en profileer je je met je organisatie om op professionele wijze samen te werken aan deze regeneratieve toekomst; een toekomst waar de volgende generaties kunnen floreren.

 

4.2 Wat zijn de certificatie eisen?

 

Hieronder staan de voorgestelde certificatie eisen door GAIA Education. Deze certificatie eisen zijn nog in ontwikkeling en kunnen in de loop der tijd veranderen. Je kunt het zien als speerpunten voor je organisatie. Iets waar je stap voor stap aan kunt werken. Het meest belangrijke is dat er een intentie is om toe te werken naar onderwijs dat uitgaat van een holistische benadering en de leeruitkomsten opgesteld door GAIA YES. In dialoog met GAIA Education kunnen deze stappen met elkaar worden gezet. GAIA Education ondersteunt dit proces met coaching en het aanbieden van nascholing voor docenten en begeleiders.

 

 

 

Tabel GAIA Education certificatie eisen

 

Leerplan Omschrijving
Þ      Alle vijf dimensies van duurzaamheid bestrijken het curriculum Er is schoolbreed aandacht voor duurzaamheid waarbij zowel de ecologische, sociale, economische, culturele als plaats bepalende aspecten in gelijke mate zijn geïntegreerd.
Þ      In overeenstemming met de SDG’s Alle 17 duurzame doelen opgesteld door de UN zijn schoolbreed geïntegreerd in het leerprogramma.
Þ      Ontwikkelen van SDG-competenties. Alle docenten in het docententeam bezitten kennis en vaardigheden in relatie met de 17 SDG’s.
Þ      Opleiding van leerkrachten Binnen het docententeam zijn minimaal vier docenten opgeleid door GAIA Education en bezitten kennis en vaardigheden in relatie met het GAIA curriculum (EDE, GEDS of TOT training).
Þ      Integratie van GAIA in curriculaire (en buitenschoolse) activiteiten van verschillende vakken Leren voor duurzame ontwikkeling wordt verzorgd door vakoverstijgend onderwijs en in buitenschoolse projecten, uitgevoerd door docenten van verschillende vakken.
Þ      Constructief teamwerk Binnen de schoolorganisatie is er tijd gereserveerd voor gezamenlijke bijeenkomsten om het vakoverstijgend leren voor duurzame ontwikkeling af te stemmen en voor te bereiden, te evalueren en te verbeteren, waarbij ook studenten worden betrokken.
Þ      Gespecialiseerde cursussen in SDG-vaardigheden, zoals permacultuurtuinieren Binnen de schoolorganisatie volgen alle docenten met regelmaat nascholing op het gebied van speciale SDG-vaardigheden zoals bijv. permacultuurtuintuinieren.

 

 

Pedagogische beginselen  
Þ      Transformatief leren Binnen het leren voor duurzame ontwikkeling is er aandacht om de communicatieve vaardigheden van studenten te verbeteren en tevens aandacht voor instrumenteel taak- of probleemgestuurd leren. Studenten krijgen de taak om de oorzaak-gevolg-relatie van bepaalde gebeurtenissen of casussen te identificeren. Studenten leren kritisch nadenken over hun eigen ervaringen wat kan leiden tot perspectieftransformatie.
Þ      Zelfgestuurd leren

De leertaken voor het zelfgestuurd leren voor duurzame ontwikkeling voldoen aan de volgende kenmerken:

– studenten leren zelf hun leerdoelen en activiteiten opstellen voor ieder lesonderdeel;

– er wordt ingespeeld op wat studenten al weten of al gelezen hebben;

– gedurende de ‘voordenkfase’ wordt ingespeeld op leervaardigheden die studenten nodig hebben voor de uitvoering van de leertaak;

– studenten denken zelf na over hun leren;

– studenten worden bewust gemaakt van het eigen oordeel en mogelijke andere perspectieven;

– studenten krijgen aanknopingspunten aangeboden om het eigen handelen te verbeteren

– studenten ervaren de relevantie van een bepaalde leertaak;

– studenten leren hoe ze hun tijd moeten indelen, zodat ze zelf hun leerproces kunnen regelen.

Þ      Integratief transdisciplinair leren

Het leren voor duurzame ontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van de 21e-eeuwse vaardigheden; creatief denken, probleem oplossen, kritisch denken en samenwerken voor studenten. Het onderwerp van het lesmateriaal bevindt zich op het snijvlak van duurzaamheid en diverse vakken zoals kunst, technologie en bètawetenschap.

Het lesmateriaal is transdisciplinair. Studenten ontwikkelen vaardigheden in creativiteit, kritisch denken, probleem oplossen en samenwerken. Studenten werken aan een complexe en complete taak. Het onderwerp betreft een eigentijds, hybride (qua vakgebied) en levensecht probleem. Studenten doen onderzoek als onderdeel van de complexe taak. Er is ruimte voor discussie en visievorming; studenten worden uitgedaagd een (maatschappelijk) standpunt in te nemen.

Didactische methoden  
Þ      Projectgebaseerd leren

Leren voor duurzame ontwikkeling wordt aangeboden via projectgebaseerd leren. Het Project Gebaseerd Onderwijs voldoet aan de gouden standaard: “Gold Standard PBL-model”.

Ieder project is op dezelfde manier opgebouwd. De docent brengt variatie aan met de opdrachten en de lessen. De docent loopt een vast patroon van acties, lessen of evenementen af:

·         Het startpunt

·         Wat weten we al

·         Wat gaan we doen

·         Wat wil je leren

·         Onderzoeken en ontdekken

·         Verwerking

·         Afsluiting

Þ      Leren in teams

Het leren voor duurzame ontwikkeling gebeurd in lerende teams.

1. Het team heeft een gezamenlijke opdracht.

2. Het team heeft een daarbij passend compleet pakket en logisch samenhangend geheel aan (uitvoerende) taken.

3. Het team is niet te groot en heeft zo mogelijk een vaste samenstelling.

4. Het team beschikt over de regelmogelijkheden die nodig zijn om zelfstandig de verantwoordelijkheden waar te maken.

5. Het functioneren van het team wordt ondersteund en bewaakt door een teamleider of team van teamleiders.

6. Het beheers- en stuursysteem sluit aan op de teamverantwoordelijkheid.

Þ      Onderwijzen in teams

Docenten en begeleiders in een onderwijsteam zijn collectief verantwoordelijk voor alle leerlingen van een bepaald leerjaar, afdeling of profiel, er wordt lerend met elkaar samengewerkt, de bevoegdheden van leraren zijn groot. De organisatiestructuur is beschreven, ieder kent het organogram. Teamleiders zijn geschoold in het procesmatig leiden van de teams. Onderwijsteams komen vaak bijeen, richten zich vooral op resultaatverbetering, onder andere via intervisie. HRM-beleid is gericht op teamvorming (onder andere teamfunctioneringsgesprekken en training teamleiders).

De taak van een schoolleider is het maken, onderhouden en ‘benutten’ van de teamstructuur. Belangrijkste besluitvorming (over onderwijskundige zaken) wordt in de teams gedaan. Congruentie tussen werkwijze in teams, MT (teamleiders plus schoolleider), directieberaad, et cetera. Expertteams zijn verantwoordelijk voor doorgaande leerlijn, vak expertise van collega’s en bloei van het vak binnen de school. Er is verbinding met expertise buiten. Werken aan expertiseverhoging van collega’s door nascholing.

Þ      Praktijkgericht leren

Schoolse kennis kan worden benut om praktijkproblemen op te lossen of innovatie te bewerkstelligen. We noemen dit ook wel ’transfer’ van theorie naar praktijk.

 

Praktijkkennis is kennis die is opgedaan door ervaring, en soms vertaald wordt als ‘fingerspitzengefühl’, ’tacit knowledge’, ofwel stilzwijgende kennis’ genoemd. Dit soort kennis is van groot belang bij praktijkgericht leren.

 

In dit leergebied wordt gewerkt aan de transfer van theorie naar praktijk. Onder andere door problemen en innovaties uit de praktijk te vertalen naar leersituaties. Dit kan onder andere door stages, door praktijksimulaties op school en door bijvoorbeeld vraagstukken uit de maatschappij te betrekken in Onderzoek en Ontwerp onderwijs in vakken als Science en het Technasium.

Outreach  
Þ      Lokale gemeenschaps-projecten Het onderwijs sluit aan bij lokale gemeenschapsprojecten: dit zijn projecten die een positieve impact voor de gemeenschap creëren. Zoals projecten met een duurzaamheidsfocus, lokale initiatieven die eerlijke en circulaire economie promoten, solidariteitsprojecten en culturele initiatieven. In dit leergebied kan dat bijvoorbeeld door intense samenwerking tussen de organisatie, school of de jongeren zelf met lokale gemeenschapsprojecten. De jongeren vormen een belangrijk onderdeel in de organisatie en uitvoering van het gemeenschapsproject.
Þ      Vrijwilligers-projecten

Jongeren werken samen met een netwerk van nationale of internationale vrijwilligers en de lokale bevolking. Hiermee helpen ze anderen terwijl jongeren zelf als persoon ook groeien.

In dit leergebied kan dat door bijvoorbeeld door intense samenwerking tussen de organisatie, school of de jongeren zelf en vrijwilligersprojecten. De jongeren vormen een belangrijk onderdeel in de organisatie en uitvoering van het vrijwilligersproject.

Þ      Regeneratieve milieuprojecten Transformatieve innovatie stimuleren milieuprojecten in het licht van samenkomende crises. In dit leergebied geven jongeren advies in het ontwerpen van regeneratieve systemen.  regeneratief leiderschap en onderwijs voor regeneratieve ontwikkeling en bioregionale regeneratie binnen de eigen organisatie of school, in lokale projecten of voor lokale organisaties.
Þ      Bioregionale en internationale samenwerkings-verbanden Bioregionale en internationale samenwerkingsverbanden aangaan en betrekken in het onderwijs. Bioregionaal betekent in deze voorbij de landsgrenzen en met oog wat binnen een bepaalde bioregio de band versterkt.
Milieu-impact  
Þ      Ecologische en koolstof voetafdruk, inclusief reizen Inzet om de ecologische koolstofvoetafdruk, inclusief reizen, van de organisatie of school zo laag mogelijk te laten zijn. In dit leergebied wordt de ecologische koolstofvoetafdruk van de school of organisatie zo laag mogelijk gehouden door allerlei acties die de ecologische koolstofvoetafdruk verlagen. Dit is inclusief reizen naar en van de organisatie of school.
Þ      Impact op watercycli Inzet om de ecologische watervoetafdruk, van de organisatie of school zo laag mogelijk te laten zijn. In dit leergebied wordt de ecologische watervoetafdruk van de school of organisatie zo laag mogelijk gehouden door allerlei acties die de ecologische watervoetafdruk verlagen.
Þ      Effect op materiaalcycli Inzet om de afvalstromen van de organisatie of school zo laag mogelijk te laten zijn, met focus op hergebruik en recycling van materialen. In dit leergebied wordt restafval van de school of organisatie zo laag mogelijk gehouden en worden overige afvalstromen zo veel mogelijk gescheiden en hergebruikt of gerecycled door allerlei acties die hierin bijdragen.
Þ      Impact op agro-ecosystemen

Inzet om de impact op agrosystemen van de organisatie of school zo laag mogelijk te laten zijn, met focus op duurzame inkoop, compostering van afvalstromen en voorkomen van verspilling. In dit leergebied wordt de impact van de organisatie of school op agro ecosystemen zo laag mogelijk gehouden door allerlei acties die hierin bijdragen.

 

Eerlijkheid en welzijn  
Þ      Geen discriminatie

In een sociaal veilige school doet iedereen mee en heeft iedereen het gevoel erbij te horen. In de schoolgids wordt het discriminatiebeleid en het pestprotocol beschreven. GAIA Education gedragscode kan hierbij helpend zijn. Stappenplan bij overtreding:

1.        Gesprek met de begeleider/docent

2.        Gesprek met de directeur

3.        Gesprek met ouders erbij

4.        Schorsen

5.        Verwijderen

Er wordt verslag gelegd van ieder gesprek, met handtekening eronder.

Þ      Eerlijke toelatingen (inclusief een blinde-behoeften-procedure) In het VN-verdrag handicap staat dat de overheid moet zorgen voor een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus. Dat is een systeem dat zo is ingericht dat alle kinderen aan het onderwijs kunnen deelnemen. Scholen zijn verantwoordelijk een leerling die (extra) ondersteuning nodig heeft, te plaatsen. Discriminatie bij toegang tot onderwijs is verboden. Dat is bepaald in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). De wet geldt voor alle vormen van onderwijs. Het verbod geldt voor fysieke, psychische en verstandelijke beperkingen. Een school heeft dus een zorgplicht. Een school kan bijvoorbeeld zorgen voor een rustige werkplek voor leerlingen met een concentratiestoornis of leessoftware voor een leerling met dyslexie. En voor leerlingen die een rolstoel gebruiken, is het fijn om les te krijgen op de begane grond.
Þ      Eerlijke arbeidsomstandigheden en beloning voor al het personeel

Onderwijs wordt verzorgd in een gezond schoolgebouw met goed geventileerde lokalen, verwarming en koeling, schoon drinkwater, schone toiletten, voldoende ruimte voor iedereen, diversiteit aan werkruimte, groene buitenruimte en fijne uitstraling.

Het personeel wordt op waarde beloond. Er vinden regelmatig gesprekken plaats om de arbeidsomstandigheden en beloning te evalueren.

Þ      Aandacht voor holistisch welzijn Een holistische ervaring van welzijn zorgt voor alle onderdelen die ons heel maken. Een holistische visie op ons welzijn bestaat dus uit beweging, emotionele verzorging, mentale stimulatie en ons spiritueel voeden en omvat het opnemen van een reeks zelfzorgpraktijken die ons ondersteunen. Zo kan in de organisatie of school ruimte gemaakt worden voor ochtendmeditatie, samen wandelen, samen sporten, stille ruimte, gezonde kantine, etc.

 

 

 

5.    Het opstellen van een leerplan voor duurzaamheid

 

Duurzaamheid zelf is in diverse landen in Europa niet echt een vak wat wordt gegeven. Je ziet dat duurzaamheid vaak onder meerdere vakken wordt ondergebracht. Het is een uitzonderingssituatie wanneer een school of organisatie ervoor kiest een part vak voor duurzaamheid te realiseren. Veel organisaties missen daardoor echter een overzicht wie wat doet op het gebied van duurzaamheidseducatie. Als gevolg daarvan ontbreekt dan ook de samenhang tussen de vakken en het aanbod aan duurzaamheidseducatie. Zo kan het voorkomen dat leerlingen bepaalde theorie en zelfs praktijkopdrachten dubbel aangeboden krijgen. En aan de andere kant kunnen door het gebrek aan overzicht essentiële kennis en vaardigheden op het gebied van duurzaamheid niet aan bod komen binnen het leerplan.

Een belangrijke eerste stap is om daarom in kaart te brengen wie nu wat doet op het gebied van duurzaamheidseducatie.

 

5.1 Jezelf als rolmodel

 

De allereerste stap doe je vaak zelf. Je kunt jezelf als rolmodel beschouwen voor studenten. Wat leerlingen iedere dag zien, wordt ‘gewoon’. Je kijkt binnen je eigen mogelijkheden waar je duurzaamheid kunt implementeren. Of dat nu in je rol als docent is, of in je rol als manager van een organisatie. Daarbij kijk je wat je al doet, en wat je duurzaam zou kunnen veranderen. Het curriculum kan een inspiratiebron daarvoor zijn. In de databank en in de digitale omgeving voor docenten kunnen je talloze praktijkvoorbeelden vinden.

 

De meest eenvoudige stap voor een docent is om te kijken naar je eigen lesplan en jezelf af te vragen wat je daarin duurzaam zou kunnen aanpassen. Als voorbeeld. Iedere docent legt de water kringloop uit. Je kunt deze theorie duurzaam aanpassen om daarbij ook bijvoorbeeld te hebben over het eigen waterverbruik door studenten, de rainproof maatregelen die studenten zelf doen en tevens te kijken naar de rainproof maatregelen van het dorp of de stad waar de studenten wonen.

 

Als manager zou je kunnen nadenken over het drinkwaterbeleid van school en de rainproof maatregelen die de school treft. Zo zou je als school het drinken van water kunnen. Promoten, door leerlingen zelf een lege biddon mee te nemen, die ze zelf kunnen vullen met water. Je zou als school schone koele drinkwater tappunten kunnen installeren. Daarnaast zou je als school een deel van het schoolplein rainproof te kunnen richten. Dat betekent tegels eruit en groene beplanting erin. Je zou dit kunnen combineren met een schoolmoestuin of een voedselbos op het schoolplein, mits daar ook ruimte voor is.

 

5.2  Zoek collega’s op die met je zouden willen samenwerken

 

Duurzaamheid implementeren kan aanstekelijk werken. Door erover te praten, kan er kruisbestuiving ontstaan. Zo kun je werken aan vakoverstijgend onderwijs, gewoon, door een kopje koffie te drinken en uit te wisselen! De beste ideeën ontstaan vaak aan de koffietafel.

 

Wanneer je samen wilt werken, deel dit dan vooral ook met andere. In de praktijk blijken de beste uitvoeringen die uitvoeringen te zijn waarbij zowel de begeleiders of docenten als het managementteam bij zijn betrokken.

 

5.3 En als het een succes is…

 

Vier je succes. Wees blij met elke kleine verandering die je kunt maken. Kleine veranderingen kunnen uiteindelijk zorgen voor een omslagpunt in de organisatie. En wanneer dat omslagpunt bereikt is, dan wordt het tijd om met het hele team, dus managers en begeleiders/docenten samen, een plan te gaan maken wat meer samenhang biedt, overlap probeert te voorkomen, meer maatwerk aan studenten kan bieden, en waarmee je je als organisatie of school duurzaam kunt profileren.

 

Er zijn over de hele wereld ontzettend veel succesverhalen te vinden. Een zoektocht op het internet naar deze succesverhalen door leerlingen van het ecolyceum in Deventer gaf in een project van acht weken al hele mooie resultaten. Deze verhalen kunnen inspireren en ideen geven wat je zelf of als school ook zou kunnen doen. Op de website van GAIA YES is een mogelijkheid om te netwerken en contact te leggen met andere. Dit is ook een mogelijkheid om uit te wisselen en om elkaar te inspireren.

 

Voor het GAIA YES project zijn de GAIA scholen in Estonia, het jeugdprogramma van de permacultuur school in Mallorca/Spanje, de GAIA scholen in Brazilië, het GAIA Youth programma in India en het VWO plusprogramma van het Ecolyceum in Deventer in Nederland de inspiratiebron geweest

 

5.4 Het framewerk van GAIA YES combineren met een regulier programma

 

Er zijn verschillende manieren om het framewerk van GAIA YES te combineren met een regulier programma. We willen twee voorbeelden uit de praktijk geven:

 

  1. GAIA school in Estonia combineert vier dagen regulier onderwijs met 1 dag per week GAIA YES programma. Een casestudie hiervan kun je lezen op de website.
  2. Ecolyceum in Deventer combineert vier dagen regulier programma met 1 dag per week VWO+ programma waarbij in de eerste drie leerjaren projectmatig vakoverstijgend onderwijs gegeven wordt in de vier dimensies ecologie, sociaal, economie en cultureel. Een casestudie kun je vinden op de website.

 

6.    GAIA YES aanpak

 

Het GAIA YES team heeft een systeem willen uitwerken die flexibel toe te passen binnen iedere onderwijssituatie waar met jongeren gewerkt wordt aan duurzaamheidseducatie.

 

Er is een team samengesteld van zowel experts op het gebied van duurzaamheid, experts binnen de ecodorpen van Nederland en Europa, experts binnen vernieuwend onderwijs en de GAIA scholen en experts en toptrainers in de samenstelling en uitvoering van het curriculum wat door GAIA Education en GAIA YES is samengesteld.

 

Hieronder is een beschrijving van onze werkwijze die we hebben gebruikt.

 

  1. Voorbereiding
  2. Mural pentad
  3. Mural GAIA YES framework
  4. Kennis en vaardigheden en netwerk in beeld brengen
  5. Samenhang realiseren
  6. Webinars
  7. Opstellen programma van eisen
  8. Opstellen plan van aanpak
  9. Uitleg Storybased learning aanpak GAIA YES
  10. Wat is handig bij de storybased learning aanpak van GAIA YES
  11. Werkwijze GAIA school Voortgezet Onderwijs in Estonia
  12. Werkwijze schrijven lokale verhalen voor Nederland en Europa
  13. Werkwijze implementatiegroep gemeenschap gebaseerd leren projecten Nederland:

 

Voorbereiding:

 

Ter voorbereiding hebben we een projectvoorstel geschreven. Iedereen heeft ingestemd met het projectvoorstel. We hebben daarnaast de materialen van GAIA Education wat voor volwassen en voor de jeugd is geschreven, gelezen en bestudeerd.

Mural regeneratieve pentad

 

In een websessie met behulp van het programma Mural hebben we gewerkt met de vijf vragen van het regeneratieve pentad. We hebben antwoord gegeven op de volgende vragen:

 

Doel: Wat willen we bereiken met het project?

Uniekheid: Wat maakt ons/het project uniek?

Expertise: Vanuit onze eigen uniekheid, welke duurzame ontwikkeling kunnen we steunen?

Functie: Welke dienst(en) kunnen we leveren om de duurzame ontwikkelingen te steunen?

Potentieel: Wanneer we de diensten leveren voor duurzame ontwikkeling, wat hebben we dan potentieel bereikt?

 

De samenvatting van deze werksessie is:

 

We willen een leerplan met bijbehorende docentengids en website uitwerken dat

  • innovatief is,
  • leerling-gecentreerd
  • en toepasbaar in verschillende landen.
  • Het leerplan wordt opgesteld door deskundigen en professionals uit verschillende organisaties, hun team is divers.
  • Veel verschillende organisaties en mensen hebben bijgedragen aan het ontwikkelingsproces van het curriculum.

 

Mural GAIA YES Framewerk

 

We hebben een onlinebijeenkomst gepland om te inventariseren wie waarover al wat weet en wat je daarin doet binnen de GAIA YES thema’s.

 

In het programma Mural hebben we de 20 thema’s van het GAIA YES curriculum in een schema geplaatst. In dit schema konden deelnemers via sticky notes aangeven wat ze binnen een thema al doen en kennen. Zo werd ook duidelijk waar de gaten zaten binnen onze eigen kennis en vaardigheden op het gebied van duurzaamheid. Er is een samenvatting gemaakt van deze werksessie. Deze samenvatting is een goed startpunt geweest om verder te praten over het gewenste leerplan voor duurzaamheid.

 

Note: Inplaats van het programma Mural, zou je dit ook via sticky notes en de vloermat met 24 themakaarten kunnen uitvoeren.

 

 

 

Kennis en vaardigheden in beeld brengen

 

Voor deze opdracht hebben we de GAIA YES vloermat en bijbehorende 24 themakaarten gebruikt. Verder hebben we ook steentjes, blaadjes, stickie notes, pennen , dikke stiften, plakband  en flap over vellen gebruikt.

 

Deelnemers kregen ieder drie steentjes en drie bladeren. Deelnemers legde een blaadje bij een themakaart waar ze veel over weten en vaardigheden in bezitten en een steentje bij thema’s waar ze meer over zouden willen weten en over zouden willen leren.

 

Nadat iedereen zijn blaadjes en steentjes heeft neergelegd, werd naar het eindresultaat gekeken en er werd samen gepraat over waar iemand goed in is, en hoe je daarmee andere kunt helpen die daar meer over zouden willen leren. Zo werden talenten en leerwensen in kaart gebracht. Door dit zo te bespreken met elkaar ontstond spontaan en organisch samenwerking tussen de deelnemers.

 

Netwerk in kaart brengen

 

Op sticky notes schreven deelnemers op wie ze in hun eigen netwerk kennen, en iets zou kunnen toevoegen aan kennis en vaardigheden passend bij de 24 thema’s. De sticky notes zijn op flap-over vellen verzameld, geclusterd in de vier dimensies en de 24 thema’s. Deze flap-over vellen zijn door de deelnemers met elkaar besproken. Het gaf een gevoel van rijkdom om het netwerk te ervaren die iedereen zo al kent en kan inbrengen. Er is een samenvatting gemaakt van deze werksessie in een excelbestand, waar op een later moment deelnemers toevoegingen bij konden plaatsen.

 

Samenhang realiseren

 

In een excelbestand hebben we de 24 thema’s neergezet, en de gegevens van de voorgaande sessies verzameld. Dit excelbestand is een hulpmiddel geweest om te praten over de gewenste situatie en de eerste volgende stap die we samen konden maken.

 

 

 

Webinars

 

Via webinars hebben we contact gezocht en ons verdiept in het werkveld. We hebben gekeken naar goede voorbeelden uit de praktijk. Daarnaast hebben we onderzoekende vragen aan elkaar gesteld. Op die manier konden we een gevoel ontwikkelen van de ‘needs’ uit het werkveld en waar het leerplan en lesmateriaal wat we willen ontwikkelen aan mag voldoen.

 

Wat naar voren kwam als de belangrijkste input tijdens de webinars:

 

Leerlingen gaven aan dat hun toekomstige droomonderwijs:

 

  • gebruik maakt van creativiteit
  • er in het curriculum ruimte is voor eigen inbreng van de leerling over wat hij of zij zou willen leren
  • er gewerkt kan worden aan leercompetenties tijdens workshops
  • tijdens projecten ook aandacht wordt besteed aan het leren samenwerken
  • leerlingen vooral willen leren hoe zij nu zelf kunnen bijdragen aan een duurzame wereld

 

Leraren gaven aan:

 

-de behoefte aan uitgewerkte projecten voor duurzaamheidsonderwijs groot is

– de behoefte aan bruikbare lesideeën voor duurzaamheidsonderwijs groot is

– de behoefte is aan ondersteuning door een netwerk van leraren/begeleiders die werken aan duurzaamheidseducatie

– dat het onderwijs van de toekomst leerlingen uit mag nodigen om hun talenten te ontwikkelen

– onderwijs van de toekomst stelt de leerling centraal

– onderwijs van de toekomst een duurzame levensstijl bevordert

 

Opstellen programma van eisen

 

Aan de hand van de informatie uit de voorgaande werksessies, is een programma van eisen opgesteld.

 

  • het leerplan is zo gestructureerd dat rekening wordt gehouden met holistisch onderwijs en neurowetenschappelijke beginselen
  • het lesmateriaal bevordert de ontwikkeling van de sociale vaardigheden van jongeren
  • het leerplan en lesmateriaal zijn gestructureerd als modules die kunnen worden geïntegreerd in de verschillende activiteiten van scholen en jeugdprogramma’s
  • het leerplan en lesmateriaal zijn flexibel en universeel
  • het lesmateriaal kan grotendeels uitgevoerd worden als e-learning
  • jongeren uit verschillende landen kunnen samenwerken en samen leren
  • het leerplan en lesmateriaal bevordert integratie tussen vakken en verschillende leeftijdsgroepen
  • het leerplan en lesmateriaal bevordert project- en gemeenschapsgebaseerd leren en mentorschap

 

 

 

Specifieke eisen voor de docentengids en bijbehorend lesmateriaal

 

  • bevat stappen en instructies
  • bevat verschillende hulpmiddelen (bijvoorbeeld instrumenten voor zelfbeoordeling)
  • bevat aanbevelingen
  • bevat enkele materialen en methodologieën voor onderwijs voor duurzame ontwikkeling
  • Bevat een grote verscheidenheid aan onderwijsmethoden die actief leren bevorderen
  • Deze participatieve onderwijs- en leermethoden stellen jongeren in staat om actie te ondernemen voor duurzame ontwikkeling.

 

 

 

Opstellen plan van aanpak

 

Naar aanleiding van de Webinars en het opgestelde programma van eisen kwamen we tot de volgende aanpak:

 

1: Intrinsieke belangstelling en interesse voor duurzame onderwerpen opwekken door verhalen uit de praktijk

 

2: Verdiepend onderzoek in duurzame thema’s om perspectief op duurzaamheid te vergroten vanuit vijf verschillende invalshoeken (sociaal, ecologisch, economisch, cultureel en ik)

 

3: Aanleren basisvaardigheden en basiskennis over duurzaamheid door middel van specifieke opdrachten en workshops (te vinden in de databank van GAIA YES)

 

4: Samenvatten van het vooronderzoek en eigen interesse in bepaalde onderwerpen aangeven

 

5: Leergroepen samenstellen met dezelfde interesse om een bepaald thema verder te onderzoeken en uit te werken

 

6: Leergroepen stellen met hulp van de opgedane kennis in het vooronderzoek een onderzoeksvraag of ontwerpvraag op

 

7: Onderzoeksvraag of ontwerpvraag uitwerken binnen de leergroep

 

8: Presenteren van de resultaten van de leergroepen aan een breed publiek

 

We noemen dit de ‘storybased learning’ aanpak van GAIA YES.

 

Uitleg Storybased learning aanpak GAIA YES:

 

1: Intrinsieke belangstelling en interesse voor duurzame onderwerpen opwekken door verhalen uit de praktijk

 

De barden van vroeger wisten het al. Ware transformatie vindt plaats in de vrije geest. Door middel van verhalen en zang namen de barden het volk mee naar de onderbewuste lagen, waar door hulp van metaforen moeilijke issues uit het leven en levenslessen werden prijsgegeven.

 

Verhalen over duurzame issues en duurzame oplossingen uit de praktijk kunnen net zo werken! Door de openheid in de verhalen, door de herkenning in het eigen leven, kan er intrinsieke belangstelling ontstaan over het thema.

 

Vandaar dat is gekozen om per GAIA Yes thema meerdere verhalen te schrijven waaruit gekozen kan worden. Je kunt natuurlijk ook de verhalen gebruiken ter inspiratie voor het maken van je eigen lokale verhalen!

 

 

 

Kort samengevat waarom je de verhalen zou kunnen en willen inzetten:

 

  • verhalen resoneren de inhoud van het holistisch curriculum
  • verhalen opent de innerlijke wereld van studenten waardoor de inhoud van wat je over wilt brengen beter kan worden ontvangen
  • verhalen verwonderen en zijn daarom een ideaal uitgangspunt voor elk project’

 

Je kunt de verhalen op diverse manieren inzetten. Hieronder zijn vier voorbeelden ter inspiratie beschreven:

 

  • – Je werkt met de afbeeldingen die bij de kaarten horen en laat eerst de studenten uit alle afbeeldingen die je op A5 of A4 formaat hebt uitgeprint een afbeelding kiezen die hun aanspreekt. Daarna geef je het bijbehorende verhaal mee om het thema verder te verkennen. De bijbehorende vragen kunnen daarin nog meer verdieping geven.
  • – Je kiest een verhaal uit die past bij het thema wat je in de klas behandelt. Je kunt dit verhaal voorlezen tijdens een dagopening, een inleiding van je les, of als inleiding van een kringgesprek. Na het verhaal zou je er een gesprek over kunnen houden en op zoek gaan naar wat het verhaal aan vragen oproept. Deze vragen zou je als uitgangspunt kunnen nemen om verder te onderzoeken.
  • – Studenten kiezen samen met hun coach een thema uit waar ze meer over willen weten. Ze starten met de verkenning van het thema door eerst de drie bijbehorende verhalen te lezen. Aan de hand van de drie verhalen en bijbehorende vragen, verdiepen ze zich in het thema.
  • – Verhalen inzetten als start van een project. Je maakt een keuze van een of meer verhalen die passen bij een project wat je zelf hebt gearrangeerd. Je kunt de verhalen online laten lezen en de bijbehorende vragen laten maken. Of je kunt de verhalen klassikaal behandelen en gebruiken ter verkenning en verdieping van het project.

 

2: Verdiepend onderzoek in duurzame thema’s om perspectief op duurzaamheid te vergroten vanuit vijf verschillende invalshoeken (sociaal, ecologisch, economisch, cultureel en ik)

 

Bij ieder verhaal zijn vijf onderzoekende vragen beschreven in de vijf perspectieven sociaal, ecologisch, economisch, cultureel en ik. Door een verhaal vanuit deze vijf perspectieven te bekijken en te verdiepen, verbreden studenten hun eigen blik op de wereld. Tevens krijgen studenten een holistische zienswijze mee, door de samenhang en verbanden te gaan inzien en begrijpen in de dynamiek tussen de vijf verschillende perspectieven.

 

Howard Gardner heeft acht verschillende manieren beschreven waarop je intelligent kan zijn.

  • verbaal/linguïstische intelligentie: intelligent met taal.
  • logisch/mathematische intelligentie: intelligent met rekenen.
  • visueel/ruimtelijke intelligentie: intelligent met zien.
  • muzikaal/ritmische intelligentie: intelligent met muziek.
  • lichamelijke/kinesthetische intelligentie: intelligent met bewegen.
  • interpersoonlijke intelligentie: intelligent met betrekking tot mensen.
  • intrapersoonlijke intelligentie: intelligent met betrekking tot jezelf.
  • natuurgerichte intelligentie: intelligent met betrekking tot de natuur.

 

De onderzoekende en verdiepende vragen zijn zo opgesteld dat deze meervoudige intelligenties allemaal aan bod komen tijdens het uitwerken van de vragen.

 

Tijdens het uitwerken van de opdrachten is het handig als leerlingen op meerdere manieren op onderzoek uit kunnen gaan. Via de computer, via boeken en tijdschriften, via de natuur, via musea, via interviews met mensen, en via excursies.

 

 

3: Aanleren basisvaardigheden en basiskennis over duurzaamheid door middel van specifieke opdrachten en workshops (te vinden in de databank van GAIA YES)
 

In de GAIA jeugd gids zijn diverse opdrachten beschreven die geschikt zijn voor jongeren en die helpen basiskennis en basisvaardigheden rond duurzaamheid te begrijpen en te integreren in het eigen leven. Deze opdrachten zijn uitermate geschikt om in te zetten als deelopdrachten van een project of als workshops binnen ene project om meer diepgang aan een project te kunnen geven. Per GAIA YES thema zijn minimaal twee opdrachten uitgewerkt en beschikbaar. Ze zijn te vinden via de databank van GAIA YES.

 

4: Samenvatten van het vooronderzoek en eigen interesse in bepaalde onderwerpen aangeven

 

Je kunt studenten op verschillende manieren laten samenvatten van wat ze hebben meegekregen in het vooronderzoek van het project. Hieronder beschrijven we een aantal voorbeelden

 

  • – Je inventariseert onderwerpen die de studenten aanspraken door klassikaal te vragen wat ze hebben onthouden van de voorgaande opdrachten/het verhaal. Je schrijft steekwoorden daarvan op het bord.
  • – Je laat leerlingen een lijst samenstellen van onderwerpen die ze hebben onthouden uit de verhalen en opdrachten.
  • – Je stelt zelf als docent een lijst samen van onderwerpen passend bij het verhaal en opdrachten, en vraagt aan de leerlingen aan te kruizen welke vijf onderwerpen hun het meest aansprak.

 

5: Leergroepen samenstellen met dezelfde interesse om een bepaald thema verder te onderzoeken en uit te werken
 

Het samenstellen van groepen is afhankelijk van het thema wat je behandeld en de doelen die je wilt bereiken met groepswerk.

 

Je kunt bij het samenstellen je focussen op:

 

  • – Diverse verschillende talenten binnen een groep samenbrengen, zodat vanuit een diversiteit een bepaalde onderzoeksvraag of ontwerpvraag kan worden uitgewerkt
  • – De belangstelling van een thema als centraal uitgangspunt nemen en groepsleden met dezelfde interesse bij elkaar brengen
  • – Willekeurig groepen laten samenstellen en uitgaan van de synchroniciteit van de groepsleden

 

Het leukste is als spelenderwijs de groepen tot stand komen. Bijvoorbeeld door dots te plakken bij onderwerpen die leerlingen zouden willen uitwerken. Of door zelfonderzoek en het formuleren van leerwensen en deze te uiten in de groep. Of door games of spontaniteit in te zetten bij het creëren van groepen.

 

 

6: Leergroepen stellen met hulp van de opgedane kennis in het vooronderzoek een onderzoeksvraag of ontwerpvraag op

 

Studenten verdiepen zich in een uitdagend thema. Ze stellen een Trade of Matrix op. Op basis van deze matrix wordt een keuze gemaakt voor een verder uit te werken onderzoek of ontwerp.

 

7: Onderzoeksvraag of ontwerpvraag uitwerken binnen de leergroep
 

Studenten werken hun onderzoek- of ontwerpvraag verder uit. Ze leggen het eerste protoype of de eerste uitwerkingen van het onderzoek voor aan een begeleider of expert. Met behulp van feedback verbeteren ze hun ontwerp of onderzoek.

 

8: Presenteren van de resultaten van de leergroepen aan een breed publiek

 

Studenten presenteren hun ontwerp of onderzoek aan een breed publiek. Het publiek kan bestaan uit medestudenten, ouders, opdrachtgevers, buurtgenoten, etc.

 

Wat is handig bij de storybased learning aanpak van GAIA YES

 

  • 40 korte internationaal georiënteerde verhalen uit de praktijk (voor elk thema van het GAIA-curriculum 3 verhalen), en 20 lokale verhalen specifiek geschreven voor Nederland
  • Elk verhaal wordt vergezeld met een pakkende afbeelding
  • Vijf verdiepende en onderzoekende vragen per verhaal vanuit de vijf perspectieven van sociaal, ecologisch, economisch, cultureel en ik, passend bij het verhaal
  • Databank met 40 opdrachten die basiskennis en basisvaardigheden aanleren; twee opdrachten per GAIA YES thema
  • Een stap voor stap uitleg hoe deze verhalen de start kunnen zijn voor projecten
  • Per thema een voorbeeld van een activiteit in de klas en bijpassend een Definition of Done (de eindcriteria van het resultaat van het onderzoek of ontwerp)
  • Voorbeelden van projecten voor projectgebaseerd leren (PBL), Technasium projecten,

en projecten gebaseerd op onderzoek en ontwerpkring uitwerken

 

 

 

 

 

In onderstaande tabel is een overzicht gemaakt van wat we willen realiseren en hoe.

 

 

 

 

 

Curriculum Teacherguide Movie

Content 

E-learning

 

PDF

Downloadable document with

 

·         short description of all themes

·         the essence of all themes

·         and results divided into head/heart and hands

Downloadable document with the following content:

1.     Introduction

2.     Context: Past, future and present of education

3.     Supporting educators – keeping the passion

4.     Curriculum companion-practical applications

5.     Pedagogy: Gaia approach and methods

6.     Blended learning

7.     Case studies

8.     Resources and references

9.     Online dynamic platform – How to use and develop it

GAIA school as an example

Downloadable document For each theme description of:

·         Storie  1 and  Questions to ponder 

·         Storie  2 and Questions to ponder 

·         Storie  3: and Questions to ponder 

Website  Downloadable document In menu’s same information as in the PDF Website includes the movie

Database with stories and assignments

Search function

Downloadable document

For each theme a page with this information: INTRODUCTION 

·         WHAT IS THE IMPORTANCE OF THIS 

·         WHAT ARE THE LEARNING OBJECTIVES  Essence  Cognitive  Attitude  Skills 

·         CORE CONCEPTS 

·         IN-DEPTH QUESTIONS FOR THE PRODUCT OWNER 

·         SPRINTS  Completed sprints  Free sprints 

·         PROJECT BASED LEARNING

·         Brief description  Working methods  

·         Storie  1 and  Questions to ponder 

·         Storie  2 and Questions to ponder 

·         Storie  3: and Questions to ponder 

·         Definition of Done (DoD)  

·         THEORETICAL FRAMEWORK  

·         SOURCES  

·         RELEVANT IMAGES 

Formeren implementatie groepen

 

We hebben besloten dat voor zowel de GAIA school in Estonia als voor Nederland een implementatie gemaakt wordt van het leerplan.

 

In Nederland zal een team van schrijvers starten met het maken van lokale verhalen. Daarnaast worden er twee voorbeeldprojecten uitgewerkt passend bij gemeenschap gebaseerd leren.

 

In Estonia zal een start gemaakt worden met het uitwerken van het curriculum voor de GAIA school voor gymnasium level in de leeftijd van 16 tot 19 jaar.

 

Werkwijze GAIA school Voortgezet Onderwijs in Estonia

 

Nog uitwerken

 

Werkwijze schrijven lokale verhalen voor Nederland en Europa

 

In Nederland wordt een duurzame wereld verhalen estafette georganiseerd met diverse scholen. Eens per jaar zal tijdens een event degene met het meest inspirerende inzending worden gekozen als ‘beste inspirator’.

 

Scholen kunnen met behulp van een lesbrief werken aan de voorbereiding van het evenement. Kort gezegd leren studenten via de opdrachten uit de lesbrief spelenderwijs de twintig duurzame thema’s uit het GAIA YES curriculum kennen. De studenten kiezen een thema of een verhaal uit de verhalenbundel, passend bij het thema uit en gebruiken dit als inspiratie om een link te maken met hun eigen leven en hun eigen omgeving. In een kortverhaal, of een blogbericht met foto, of een tiktok video  van 20 seconden of een kunstwerk beschrijven en/of visualiseren studenten een duurzame ontwikkeling in hun leven of in hun omgeving.

 

Werkwijze implementatiegroep gemeenschap gebaseerd leren projecten Nederland:

 

Nog uitwerken

 

7.    De uitvoering van GAIA YES projecten in de praktijk

 

7.1. Het GAIA YES model

 

Het GAIA YES model illustreert alle stappen van story based learning gekoppeld aan de opzet van het GAIA YES curriculum en procesbegeleiding vanuit scrum en vanuit de zeven gouden uitgangspunten van PBL. Het model kun je zien op de volgende pagina.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7.2 Hoe stel je een project samen?

 

Aan de hand van de volgende stappen kun je een project samenstellen.

 

  1. Verhaal uit de praktijk(bijvoorbeeld uit de verhalenbundel. He kan ook een krantenartikel zijn. Een museumbezoek. Een excursie. Een survival in de natuur. Etc.
  2. Gekoppeld aan de leeruitkomsten gebaseerd op aspecten uit het GAIA YES curriculum
  3. Onderzoeksvragen uitwerken vanuit de vijf perspectieven cultureel, sociaal, ecologisch, economisch en sociaal
  4. Kick off met opdrachtgever of casus inbrenger uit de lokale omgeving
  5. Onderzoeksvraag of ontwerpvraag vaststellen per groep
  6. Programma van eisen opstellen per groep
  7. Stem van de student en keuze maken met hulp van Trade of matrix
  8. Concepten uitwerken met hulp van sprint backlogs
  9. Tussen evaluatie en product herziening
  10. Presentatie aan een breed publiek

 

Een uitwerking van een project stap per stap kun je vinden op de website.

8.    Jouw rol als begeleider

 

 

8.1 De 6 vaardigheden bij projectgestuurd werken.

 

  1. plannen en aanpassen aan standaarden

Als leerkracht maak je een project of je past een bestaand project aan van de start tot de eindpresentatie. Hierbij ga je uit van de standaarden dat een kind de kerndoelen binnen het project moet bereiken (kennis) en succeservaringen moet hebben in vaardigheden. Je houdt rekening met de inbreng van leerlingen, maar bewaakt wel de lijn van het project. Ook houd je rekening met het niveau van je leerlingen.

 

  1. motiveer je leerlingen

Neem je leerlingen mee in een cultuur van onafhankelijk zelfstandig werken, laat ze groeien in wat ze doen. Sta open voor onderzoek en blijf letten op de kwaliteit van het werk. Op deze manier motiveer je leerlingen het best om zich te verbeteren.

 

  1. manage de activiteiten

Hoewel de leerlingen hun inbreng hebben en ervoor kiezen wat ze willen leren, ben jij als leerkracht degene die overall alles in de gaten houdt. Samen met de leerlingen plan je het proces. Stelt controlepunten en deadlines vast en helpt de leerling bij het zoeken naar bronnen. Zeker in de onderbouw zal dit die begeleiding meer van jou uitgaan en vaker nodig zijn. Werk ernaartoe dat de inbreng van leerlingen gaandeweg groter wordt. Blijf hoge eisen stellen aan het werk.

 

Als leerkracht gebruik je een verscheidenheid aan lessen, tools en instructiestrategieën om alle leerlingen te helpen bij het bereiken van hun projectdoelen. Die instructies bevatten ook de kennisoverdracht vanuit de kerndoelen.

 

  1. begeleid het leerproces

Hoewel het begeleiden veel te maken heeft met het managen wat we hierboven bespreken. Noemen we deze vaardigheid toch apart. Het gaat bij begeleiden namelijk meer om het gemotiveerd houden van je leerlingen. Ze uitdagen om zo goed mogelijk te presteren. Complimenten geven. Stimuleren. Kennis overdragen en alles wat je als leerkracht al doet.

 

  1. beoordeel het leerproces

 

Beoordeel van tijd tot tijd hetgeen een leerling heeft gedaan of geleerd. Geef daarbij ruimte aan de inbreng van medeleerlingen en benadruk ook zelf-reflectie. Dit is een moeilijke vaardigheid. We zijn namelijk zeer gewend om zaken te beoordelen langs standaarden die uitgaan van het geven van een cijfer. Nu moet je beoordelen of de kwaliteit goed genoeg is om het eindproduct te presenteren. Je kunt veel steun hebben aan artikelen over formatief evalueren.

 

  1. verbind en coach

Gedurende het gehele project is het de leerkracht die de verbinding maakt. Samen met de leerling vier je successen, stimuleer je het werken aan de opdracht, verbeter je fouten, en werk je samen toe naar het uiteindelijke eindresultaat.

In de volgende paragraaf vind je meer over de leerkracht als coach.

 

leerkrachtvaardigheden voor projectgestuurd onderwijs.

 

Deze 6 vaardigheden staan hierboven heel kort beschreven. Stuk voor stuk zijn het echter elementen die je je eigen moet maken en die niet makkelijk zijn. Een les geven uit een methode, huiswerk opgeven en een toets afnemen is een stuk simpeler. Of die werkwijze echter net zoveel voldoening schenkt als bijvoorbeeld die ietwat verlegen leerling die een pakkende presentatie over hemellichamen geeft voor de ouders. De keus is aan jullie.

 

8.2  De leerkracht als coach.

 

Bij het coachen wordt je rol als kennis overbrengen wat op de achtergrond gezet. Het zijn immers de leerlingen zelf die iets willen leren. Dat kan zelfs de professional in de klas niet van hen overnemen. Toch is jouw rol daarbij niet minder belangrijk. Naast het verstrekken van informatie en het aanzetten tot nauwkeurig waarnemen en nadenken, is een leraar, als het goed is, vooral bezig met coachen.

 

Coachen is ervoor zorgen dat iemand van A naar B komt. Vroeger was dat letterlijk want coachen was het mennen van de paarden van de coach (koets) die mensen vervoerde. Tegenwoordig is coachen vooral van A naar B in de ontwikkeling van de gecoachte. De beste definitie die ik ken is:

 

iemand zo begeleiden dat die persoon eigenaar blijft van de beoogde verandering.

 

Een goede coach is daardoor vooral actief met ervoor te zorgen dat degene die hij coacht, actief wordt en blijft. Dat is voor het coachen van leerlingen niet anders. Als een leerling zegt iets niet te snappen is de pavlov-reactie van sommige leraren:

  • “Luister goed, dan leg ik het nog een keer uit”
  • “Kijk goed, dan doe ik het nog een keer voor”.

 

Die reactie past niet bij de rol van coach. Om te kunnen leren, om te snappen wat nu de volgende stap is en wat je daarvoor moet doen, is in veel gevallen niet in de eerste plaats instructie nodig. De leerlingen in kwestie moeten eerst zelf gaan nadenken, of eens op rij zetten wat ze nu al wel weten of kunnen. De voornaamste taak van een coach is het activeren van de gecoachte.

mindset

 

Volgens psychologe Carol Dweck (2006) die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de relatie tussen motivatie en prestaties, zijn er grofweg twee manieren waarop leerlingen naar hun eigen rol als leerling kijken. Zij benoemt dat als een verschil in mindset.

  • Er zijn leerlingen met een ‘fixed mindset’
  • Er zijn leerlingen met een ‘growth mindset’.

 

De eerste groep vertoont vaak ‘hulpeloos’ gedrag, ziet een moeilijke taak niet zitten, is geneigd de schuld voor fouten of falen bij anderen te leggen, en zal op den duur taken die inspanning vragen eerder mijden dan aangaan.

 

Die tweede groep is juist gericht op doorzetten en een groeiend vertrouwen in eigen mogelijkheden. Het effect van dit onderscheid is, dat verschillen in leerprestaties niet één op één zijn te herleiden tot verschillen in intelligentie. Zo zien we juist bij intelligente leerlingen nogal eens zo’n fixed mindset, doordat zij intelligentie als alibi gebruiken om zich niet te hoeven inspannen.

 

8.3 De rol van de leraar

Leraren hebben veel invloed op het ontstaan van zo’n mindset.

Als je bijvoorbeeld prestaties constand beloont als eigenschappen van de leerling (Wat ben jij knap!) bevorder je het ontstaan van hulpeloosheid. Leerlingen die bij herhaling te horen krijgen hoe knap ze zijn, gaan hierdoor geloven dat als iets niet lukt, het niet aan henzelf kan liggen, wat zij zijn immers knap…

 

Ook de vaste groepsindeling die op veel scholen is ingevoerd (instructieafhankelijk, -gevoelig en –onafhankelijk) leidt tot dit effect, zo bleek deze week weer toen een leerling mij toevertrouwde dat hij aan de verlengde instructie moest meedoen omdat hij dom was. Dat was niet zo tegen hem gezegd, maar het was wel zijn conclusie uit die vaste indeling en hoe er over die groepen werd gepraat

 

Ook het geven van taken die niet zijn afgestemd op de te bereiken doelen, stimuleren een fixed mindset, doordat inspanning van de leerling niet leidt tot het bereiken van leerdoelen.
De leraar heeft ook buiten specifieke coachingsgesprekken nog een coachende rol naar de leerlingen. Door de manier waarop je het onderwijs organiseert:

  • criteria voor instructiegroepjes,
  • het gebruik van die instructietafel,
  • de inzet van materialen en activiteiten,
  • door opmerkingen die je maakt
  • door de wijze waarop je leerlingen aanduidt. (De zonkinderen gaan vandaag… )

 

Ander onderzoek (o.a. Hattie 2012) geeft aan hoe belangrijk feedback is. Met name de mogelijkheid om feedback te vragen en krijgen blijkt stimulerend voor het leerproces en dus voor de opbrengst daarvan. Feedback is echter een spiegel, geen oordeel of beloning. Het levert  ’informatie’ op waarmee de leerling zelf weer verder kan denken en handelen en stimuleert daardoor de wil om door te zetten.

 

8.4 Coachingsvaardigheden

Wie een leerling gaat coachen zal in de eerste plaats zorgen interesse in die leerling uit te stralen. Houding, mimiek en woorden moeten congruent zijn en elkaar niet tegenspreken. Een effectieve coach beschikt over drie belangrijke vaardigheden:

  • luisteren,
  • vragen stellen,
  • analyseren.

 

Luisteren is van groot belang. Het gaat niet alleen om ‘auditief waarnemen’, maar ook het vermogen de dingen die de leerling vertelt niet direct te labelen of ervan uit te gaan dat jij direct snapt wat de ander bedoelt. De eigen vanzelfsprekendheden of je beeld van die leerling kunnen je soms behoorlijk in de weg zitten.

 

Daarom is vragen stellen en vooral doorvragen naar uitleg of voorbeelden, essentieel om goed luisteren mogelijk te maken. Een leerling die de vraag “Hoe reken jij deze som uit?” beantwoordt met “Nou, gewoon…!” hoeft niet de manier ‘gewoon’ te vinden die in de klas is aangeboden. Doorvragen is dan nodig om daarachter te komen. Doorvragen vraagt wel een bepaalde aanpak. Het gebeurt nogal eens dat leerlingen door zo’n vervolgvraag denken dat hun antwoord fout was, of dat je iets speciaals van hen wilt horen. Nieuwsgierigheid laten merken kan dan helpen. Dat helpt trouwens ook om suggestieve vragen te vermijden, want suggestieve vragen stel je als je zelf het antwoord al weet.

 

Analyseren is de derde vaardigheid die nodig is, omdat het niet om goede of foute antwoorden gaat, maar om het vinden van een ingang om de leerling te activeren. Analyseren leidt samen met luisteren ook tot vragen of tot het op een andere manier uitlokken van reacties. De valkuil is hier dat je analyse leidt tot een conclusie, zonder bij de leerling te checken of die klopt.

 

8.5 Inhoud en timing

Het begeleiden van leerlingen die bezig zijn te leren, is een normale taak van elke leraar, zeker in het basisonderwijs. Dat leren kan gaan over leerstof, over een vakinhoud, maar ook over andere vaardigheden:

  • samenwerken,
  • plannen,
  • impulscontrole,
  • initiatief nemen,
  • verantwoordelijkheid nemen,

 

het zijn allemaal leerprocessen waar veel leerlingen middenin zitten. Het is goed om te beseffen dat die begeleiding niet pas nodig is als het misgaat. Juist in de fase dat de leerling actief is, werkt een coachingsgesprek stimulerend. Door zo’n gesprek kan je leerlingen bewust maken van hoe zij bezig zijn en hen bevestigen in goede aanpakken en daardoor mogelijk behoeden voor valkuilen.

 

Vertrouwen geven en zelfvertrouwen versterken zijn hierbij sleutelbegrippen. Op tijd zijn met coachen heeft ook een heel praktisch voordeel: het kost minder tijd en inspanning, voor beide partijen. Een leerling die al is vastgelopen coachend weer actief te maken is heel zinvol, maar kost vaak veel tijd en moeite. Voorkomen is ook in dit verband te verkiezen boven genezen.

 

8.6 Coachingsgesprekken

Een coachingsgesprek begint met iets dat je een ‘ijsbreker’ kunt noemen. De leerling moet er vertrouwen in krijgen dat je in hem geïnteresseerd bent en dat het geen gesprek wordt om voor in spanning te zitten. Vervolgens stap je over naar de aanleiding (een eerder contact, een verzoek of een vaste ronde) en de inhoud die centraal staat.

 

We hadden samen afgesproken in deze week weer even te bespreken hoe het met het plannen van je taken gaat. 
of
Je gaf bij het plannen van deze week aan, dat je graag wilde dat ik nog eens met je meekeek, hoe je die nieuwe aftreksommen op de lege getallenlijn uitrekent.

 

Daarna is de leerling aan zet: die nodig je uit om te vertellen of demonstreren hoe het er voor staat, te beginnen met wat al lukt. Soms hebben leerlingen behoefte aan bevestiging, doordat ze twijfelen over wat ze doen of hoe ze dat doen. “Het is zo simpel, klopt dat wel” of juist “Het is heel lastig op deze manier, kan dat niet anders?” of “Ik vergeet het steeds, wat kan ik daaraan doen?”. Vraag in zo’n gesprek liever niet “Wat vind je nog moeilijk?”.

Het gebruik van het woord ‘moeilijk’ is riskant. Voor sommige leerlingen klinkt die argeloze vraag “Wat vind je nog moeilijk?” als een beschuldiging of als de bevestiging van falen. Het gevaar bestaat dat ‘iets moeilijk vinden’ iets wordt dat je als leerling beter kan vermijden. Ook lijkt het alsof er maar twee soorten taken bestaan: moeilijke en gemakkelijke. Aarzelen, even langer moeten nadenken, afwegen of het a of b moet zijn, worden dan niet herkend als een teken dat iets nog niet helemaal wordt beheerst. Toch zijn dat heel normale fasen in een leerproces. Een coachingsgesprek kan helpen leerlingen inzicht te geven in de fasen die zij al lerend doorlopen. Daardoor snappen zij beter wat voor hen zoiets als ‘oefenen’ betekent.

 

Het vervolg van het gesprek is er daarom op gericht de leerling te laten herkennen en benoemen waar hij nu staat, wat al is gelukt en waardoor dat komt en welke de volgende stappen zijn en hoe die er kunnen uitzien. Ook de emotie die hiermee gepaard gaat, verdient aandacht:

  • trots,
  • teleurstelling,
  • enthousiasme,
  • angst,
  • blijdschap
  • wanhoop.

 

Dergelijke emoties zeggen iets over hoe een leerling de leertaak beleeft, maar vertellen ook of die gevoelens bevorderend of belemmerend werken op de inspanningen om het afgesproken doel te halen.

 

Aan het eind vat je jullie gesprek kort samen, waarbij je met name de conclusie vanuit het perspectief van de leerling formuleert. Vermijd zinnen als “Ik vind dat je goed bezig bent.”

Het is niet zo van belang of jij dat vindt. Beter is iets te zeggen in de trant van

“Ik merk/hoor/zie dat jij nu x en y doet en dat heeft z als resultaat. Als je dat volhoudt gaat het helemaal lukken.” 

 

Dit maakt dat die leerling zich in de periode daarna niet gaat afvragen wat zijn leraar ervan zal vinden, maar zelf kan nagaan of hij goed bezig is. Het zijn subtiele verschillen, maar bij coaching van leerlingen is deze zorgvuldigheid een sleutel tot succes.

 

Tot slot

Is een leraar nu alleen nog maar coach?

Nee, zeker niet. Die coachende rol is wel doorslaggevend voor de opbrengsten van je onderwijs. Een slechte instructie kan je nog wel corrigeren met goede coaching. Slechte coaching kan je niet corrigeren met een goede instructie. Het verschil schuilt in de verbondenheid tussen leraar en leerling en de sfeer die daardoor ontstaat.

 

8.7  Evalueren en toetsen

 

 

 

 

 

 

Er zijn twee soorten evaluaties: Formatieve evaluatie is het evalueren tijdens het proces, summatieve evaluatie gebeurt achteraf aan de hand van de resultaten. Bij het evalueren kan gelet worden op de groep of op het individu. Wellicht ten overvloede: besef dat het gaat om persoonlijke informatie, het is dus nodig om zorgvuldig te zijn.

Leerlingen die reflecteren op hun inzet en aanpak, dat wil elke leraar wel. Hoe pak je dat aan? Hoe zorg je ervoor dat een leerling weet waar hij naartoe werkt, dat hij weet wat hij nodig heeft om het leerdoel te behalen? Wanneer en hoe geef je zinvolle feedback? En hoe bepaal je vervolgstappen? Op deze pagina vind je alles over formatieve evaluatie, wat je kunt gebruiken in de klas en in je team op school.

 

Cyclus van formatief evalueren

Als je formatief werkt in je lessen, komen de vijf fasen van formatief evalueren steeds terug binnen een les en lessenreeks.

Gulikers & Baartman 2017

  • Verwachtingen verhelderen
    Weten jouw leerlingen waar ze naartoe werken en hoe ze dat gaan bereiken? In deze fase verhelder je leerdoelen en ontdek je samen met leerlingen hoe succes er van een bepaald leerdoel uitziet. Het gebruik van verschillende voorbeelden vormt een krachtig middel daarbij. Een belangrijke fase, omdat alle andere fasen hiermee staan of vallen.

 

Wat DOE je als docent in fase 1

  • 1. Je vertaalt kennis over je eiegen vakgebied en de ontwikkeling van studenten daarin (= learning progression) naar heldere leerdoelen en succescriteria
  • 2. Je houdt rekening met veel voorkomende moeilijkheden die studenten vaak tegenkomen in hun ontwikkeling richting startend professional
  • 3. Je communiceert leerdoelen op meerdere manieren en meerdere momenten tijdens lessenserie
  • 3. Je stelt leerdoelen over participatie/leren leren/autonomie
  • 4. Je gebruikt actieve werkvormen om met studenten leerdoelen en succescriteria te benoemen en te verhelderen
  • 5. Je gebruikt concrete voorbeeldproducten om succescriteria uit te distilleren
  • 6. Je formuleert leerdoelen die randvoorwaarden aangeven, maar ook ruimte voor individuele invulling laten

 

 

  • Leerlingreacties ontlokken
    Zet jij bewust verschillende leeractiviteiten in waarmee jouw leerlingen laten zien in hoeverre ze de leerdoelen al beheersen? Zowel meer informeel, zoals een mini-quiz of klasdiscussie als meer formeel, zoals een diagnostische toets. Het is erg belangrijk gerichte leeractiviteiten te selecteren die passen bij de leerdoelen en die rijke informatie leveren om met de leerlingen de volgende stap in het leren te maken.

 

Wat DOE je als docent in fase 2

 

  • 1. Je gebruikt manieren om studentreacties te ontlokken passend bij leerdoelen
  • 2. Je zet een variatie aan methodieken in, zowel formeel maar vooral ook veel informeel (zie kader onderaan)
  • 3. Je stelt open vragen gericht op diep begrip in plaats van op het goede antwoord
  • 4. Je stimuleert groepsdiscussies om zicht te krijgen op begrip, onbegrip en misconcepties van studenten
  1. Je zet studenten zelf en onderling in actie om hun begrip te expliciteren en uit te diepen (dus naar meer studentsturing)
  2. Je kan inspringen op wat studenten inbrengen

 

  • Leerlingreacties analyseren en interpreteren
    Weet je nu goed genoeg waar je leerling en je klas staat ten opzichte van de leerdoelen? In deze fase stel je bewust jezelf deze vraag. Zo nee, dan verzamel je aanvullende informatie. Zo ja, dan trek je conclusies om met leerlingen de volgende stap in het leren te kunnen zetten. Leerlingen betrekken bij het zelf analyseren van eigen werk en dat van elkaar is een effectieve formatieve praktijk.

 

Wat DOE je als docent in fase 3

 

  • 1. Je neemt de tijd om studentreacties kritisch te bekijken
  • 2. Je analyseert studentreacties op kernaspecten en leerdoelen van het vakgebied (en

niet op oppervlakkige vormkenmerken)

  • 3. Je identificeert misconcepties, sterke punten en zwakke punten op klasniveau
  • 4. Je oordeelt niet te snel, maar vraagt door en verzamelt aanvullend bewijs
  • 5. Je laat studenten actief hun eigen en elkaars werk vergelijken en interpreteren
  • 6. Je kan technologie effectief gebruiken voor formatieve doeleinden en punten 1-5

 

  • Communiceren met leerlingen
    Pak jij bij het terugkoppelen van wat je ziet, leest en hoort de leerdoelen en succescriteria erbij? Betrek je leerlingen daar ook bij? In deze fase bespreek je met leerlingen waar ze staan en wat ze nog moeten doen. Waar ze nog aan moeten werken en wat hun sterke punten zijn. Een goede mix van klassikale feedback, feedback in groepjes en individuele feedback is essentieel.

 

Wat DOE je als de docent in fase 4

  1. Je koppelt feedback aan leerdoelen
  2. je geeft concrete suggesties voor verbetering gekoppeld aan de leerdoelen
  3. Je biedt (binnen de module en/of daarna) ruimte om iets te doen met de feedback en

verbetering te laten zien

  1. Je laat studenten zichzelf en elkaar feedback geven, maar biedt hier een heldere

structuur voor (punt 3-4, zie kader)

 

  • Vervolgstappen ondernemen
    Pas jij je instructie aan als je ontdekt dat leerlingen de leerdoelen al hebben behaald of juist nog niet? Doelgerichte vervolgacties zijn belangrijk om te zorgen dat de leerling zijn leerdoelen behaalt. Denk aan andere manieren van uitleggen, andere werkvormen, leerstrategieën of groepssamenstellingen.

 

Wat DOE je als docent in fase 5: de moeilijkste fase!

  • 1. Je past vervolginstructie/werkvorm aan naar aanleiding van analyse van studentreacties:
    • Zwakten, sterktes, misconcepties
    • Individueel/groeps/klasniveau
    • Leerdoelen en leerlijn
  • 2. Je zet een breder didactische repertoire in dan “herhalen” en “vertragen of versnellen”. Kiest alternatieve instructies/werkvormen als vorige niet blijken te werken.
  • 3. Je durft af te wijken van voorgestructureerde curriculum/lesplan
  • 4. Je biedt structuur aan zelfregulerende/zelfsturende activiteiten

 

9.    Procesbegeleiding

 

9.1 Van sturing naar zelfsturing:

 

Leerlingen kun je zelfsturing aanleren, zodat ze hun eigen leerproces beoordelen en zelf de leertaken kiezen die voor hen op dat moment het meest geschikt zijn. Ze kunnen dit leren via modelvoorbeelden, checklists of ondersteuning door online tutors. Maar leerlingen die zelfsturing in het ene vakgebied hebben geleerd, blijken die vaardigheid in een ander vakgebied niet zomaar toe te passen.

 

Technieken om zelfsturing aan te leren

Kun je technieken die effectief zijn bij het aanleren van kennis ook inzetten om zelfsturingsvaardigheden aan te leren. Dat zijn bijvoorbeeld vaardigheden van leerlingen of studenten om hun leerproces te beoordelen of om te bepalen wat hun volgende studie-activiteit zal zijn.

  1. Gebruik modelvoorbeelden (bv. Video’s)
  2. Gebruik bij het uitkiezen van taken procedurele, strategische of meta-cognitieve sturing.
  3. Gebruik checklists om zelfsturingsvaardigheden aan te leren.

 

Bij meta cognitieve ondersteuning moet je denken aan ondersteuning op de volgende vaardigheden:

  • Concentreren
  • Niet opgeven
  • Samenwerken (coöperatief)
  • Nieuwsgierig zijn
  • Proberen
  • Je fantasie gebruiken
  • Jezelf blijven verbeteren
  • Genieten van het leren

 

Er is onderzoek gedaan naar op welke manier je zelf sturing het beste aan kunt leren. Daar kwamen de volgende aanbevelingen uit:

 

Instructie vooraf én tips voor meer zelfsturing nodig

Enkele belangrijke uitkomsten van het onderzoek:

  • Het maakt weinig verschil welke techniek wordt gebruikt om zelfsturing te onderwijzen; modelvoorbeelden, checklists of tutor-ondersteuning werken even goed.
  • Zelfsturingsvaardigheden die zijn aangeleerd in het ene vakgebied lijken niet of nauwelijks over te dragen naar een ander vakgebied; transfer komt dus niet zomaar tot stand.
  • Een combinatie van instructie vooraf en het geven van aanwijzingen om zelfsturing te verbeteren leidt tot betere leerresultaten dan instructie of aanwijzingen alleen.

 

Aanbevelingen om zelfsturing toe te passen in de praktijk

  • Leraren kunnen hun leerlingen helpen om meer grip te krijgen op hun eigen leerproces. Dit kunnen ze doen door voorbeelden te tonen (videobeelden), online tutorprogramma’s in te zetten, of leerlingen gerichte vragen te laten beantwoorden over hun leerproces.
  • Een leraar mag niet verwachten dat overdracht (transfer) van de geleerde zelfsturingsvaardigheden naar een ander vakgebied zomaar plaatsvindt; dit lijkt niet het geval. Wel bleek in het onderzoek dat leerlingen beter taken kunnen selecteren voor andere leerlingen dan voor zichzelf.
  • Leerlingen zijn geneigd om zichzelf te overschatten en te kiezen voor te moeilijke leertaken. Dit doen ze ook als ze bij een vorige leertaak fouten hebben gemaakt.

 

9.2   Het gebruik van scrum technieken.

 

Als je over gaat naar project onderwijs is scrummen een handige manier van samenwerken, die je ook je leerlingen stapsgewijs kunt aanleren..

Scrum is een effectieve en flexibele manier van werken – die het voor een team mogelijk maakt productiever een project of werkstuk op te leveren en eventuele problemen snel te tackelen.

 

Binnen Scrum wordt er gewerkt in zelforganiserende teams bestaande uit verschillende specialisten met elk hun eigen verantwoordelijkheden.

  1. Degene die het Scrum proces begeleidt, wordt de Scrum Master genoemd. Deze persoon zorgt ervoor dat het team optimaal kan presteren.
  2. De Developers en de Scrum Master werken samen met Product Owner, die als intermediair fungeert tussen de klant (voor wie het product gemaakt wordt) en
  3. De Developers (zij die het product daadwerkelijk maken).

 

Op deze manier werkt het scrumteam in het bedrijfsleven. De scrum master en de Product owner maken dan vaak geen deel uit van het developers team. In het onderwijs en zeker als je met groepjes van 3-4 leerlingen werkt is het handiger de leerkracht als product owner te laten werken en binnen het team van developers 1 leerling als scrum master te laten fungeren.

De scrum master is meer een soort van manager. Hij bewaakt de tijd, zorgt dat alle materialen aanwezig zijn, leidt de bijeenkomsten. Delegeert de taken etc.

 

Hoe werkt de Scrum-werkwijze?

Dat begint met het maken van een user story.

Een User Story is een korte, eenvoudige beschrijving van een behoefte van de eindgebruiker. Een User Story is geen functionele beschrijving, maar maakt duidelijk wat een eindgebruiker wil, of nodig heeft en ook waarom dat nodig is.    Een handig hulpmiddel hierbij zijn de woorden Als, wil ik en zodat.

 

Bijvoorbeeld:

  • Als dietiste, wil ik een folder voor diabetici, zodat ik hen informatie mee kan geven over gezonde voeding

 

Het team gaat nu brainstormen over de manier hoe met korte  duidelijke stappen het einddoel bereikt kan worden. Die stappen worden sprints genoemd. Een sprint vindt plaats binnen een afgebakende tijdsperiode. De sprint begint met een sprint planning waar de taken verdeeld worden voor de sprint en het eindigt met een sprint review waar besproken wordt wat er gedaan is, wat af is en wat nog moet gebeuren. Op basis daarvan wordt de volgende sprint planning gemaakt. Dit wordt allemaal bijgehouden op een planbord.

 

 

 

Bij de zakelijke sprints is er iedere dag een sprint review. Stand up genaamd omdat iedereen staat. In de dagelijkse schoolpraktijk zal dat niet dagelijks kunnen.

 

Met de scrummethode werken leerlingen in teamverband op een effectieve en flexibele manier samen. Leerlingen vormen een multidisciplinair en zelfsturend team. Een team pakt een project samen op, maakt de planning en verdeelt de taken. Deze methode kan ook goed werken als didactisch hulpmiddel. Het geeft de leraar de kans om te differentiëren

 

Minder stress en chaos

Leerkrachten die eerder met scrum gewerkt hebben merken dat het beter werkt dan o&o lessen. Met scrum blijft het werk dat gedaan moet worden voor alle leerlingen overzichtelijk en is op tijd klaar. Aan het begin van de les is er een stand-up. De leerlingen bespreken met hun groep de voortgang, wie wat doet en waarmee ze elkaar kunnen helpen. Eventueel worden taken herverdeeld en vervolgens gaan ze aan de slag.

 

Meer verantwoordelijkheid met scrum

leerlingen werken planmatiger , waardoor ze veel eigen verantwoordelijkheid hebben en zelfstandig de opdracht uitvoeren. De leraar kan lesstof meer differentiëren. Ze heeft meer tijd voor leerlingen die moeite hebben met bepaalde onderdelen. De leerlingen pakken het werk serieuzer aan doordat ze eigenaar zijn van het project.

 

Hoe werkt de vereenvoudigde scrum?

Scrum werkt volgens een vaste methodiek en rolverdeling:

  • De groep maakt een user story.
  • Leerlingen noteren hun kwaliteiten en kijken welke ze inzetten voor dat specifieke project.
  • De scrummaster stuurt de groep en zorgt dat de groep zich aan de planning houdt en goed doorwerkt.
  • De scrummasters stellen hun groep samen op basis van de verschillende kwaliteiten van de leerlingen. Hierdoor vullen groepsleden elkaar aan.
  • Een sprint is een deel van het project dat een bepaalde tijd duurt.
  • Per sprint maakt de groep een planning. Ze noteren de taken, verdelen de taken en stellen prioriteiten vast
  • De groep noteert alles op een planbord en verwerkt daarop alle wijzigingen.
  • Zo werkt de groep steeds aan een nieuwe sprint tot het doel van de user story bereikt is,

 

Dat doel van de user story wordt beschreven in de “defenintion of done” Een verzameling criteria waaraan moet worden voldaan zodat het eindproduct ook voldoet aan de wensen van de klant.

I

n principe is de product owner degene die de defenition of done opstelt. In dit geval dus meestal de leerkracht. Als de groep klaar is met de user stories is het tijd voor de presentatie. Dan wordt gecontroleerd of wat de leerlingen hebben gepresteerd ook voldoet aan de vooraf gesteld defenition of done.

 

Deze manier van werken met scrummen is zelfs al toepasbaar in groep 7 en 8 van het basisonderwijs en is een goede start in het VO. Later kunnen dan elementen als product backlog, sprint backlog en alle andere facetten van scrum worden toegevoegd. Deze beschrijven we in een andere blog op deze site

 

 

10.                      Hoe beoordeel je leerervaringen met GAIA YES?

 

 

10.1 Evaluatie formulier

 

Nog uitwerken

 

 

10.2          Beoordeling vanuit opdrachtgever

 

Nog uitwerken

 

10.3          Zelfreflectie

 

Nog uitwerken

 

10   Tools voor een lokaal duurzaam curriculum

 

11.1 Een verhalenbundel met korte verhalen en bijpassende vragen passend bij de 24 thema’s uit het Holistisch curriculum, opgesteld door GAIA YES

 

Deze verhalen kunnen gebruikt worden bij de introductie van een les of een project. Ze passen bij de 20 duurzame thema’s uit het GAIA YES curriculum. De verhalen zijn geschreven voor jongeren tussen de 14 en 19 jaar. Ze passen in de leefwereld van de jongeren. De verhalen zijn prikkelend, en kunnen vragen en gevoelens oproepen die je kunt bespreken in de klas. In het gesprek met jongeren, kun je als docent aan gaan voelen wat de jongeren al weten over het onderwerp, hoe ze zelf kijken naar het thema, en waar behoeften liggen waar jongeren meer over zouden willen weten.

 

11.2 Gebundelde werkbladen met deelopdrachten om basisbegrippen en basisvaardigheden te leren

 

Er zijn deelopdrachten gemaakt bij de 24 thema’s uit het holistisch curriculum van GAIA YES. Voor ieder thema zijn twee of drie deelopdrachten te vinden. Deze deelopdrachten staan op volgorde gebundeld in een PDF. Ze zijn ook te vinden in de databank van de website GAIA YES. Je kunt in de database zoeken via zoektermen naar een passende deelopdracht. De deelopdrachten zijn bedoeld om basisbegrippen en basisvaardigheden te leren die passen bij het duurzame thema. De opdrachten kun je als aanvulling binnen je eigen reguliere lesprogramma integreren. Daarnaast kun je de deelopdrachten binnen een duurzaam project gebruiken. De deelopdrachten vormen samen een prima basis voor een samenhangend duurzaam en holistisch leerprogramma.

 

 

 

11.3 Tools voor het maken van een compleet duurzaam en holistisch leerplan

 

Wanneer je in een (lerend) docentteam samen wil werken aan een compleet duurzaam en holistisch leerplan, zijn er tools ontwikkeld die je daarmee kunnen helpen. Zoals de excelsheets voor de schoolontwikkelingstool om te bepalen waar je staat en waar je als organisatie naar toe wil werken. De mural pentad diagram, om in het programma mural samen te brainstormen over je visie op duurzaam onderwijs. De GAIA YES vloermat met bijbehorende thema kaarten, om spelenderwijs te onderzoeken wie wat kent, weet, en kan inbrengen bij het samenstellen van de projecten. En GAIA YES werksheets, die je kunnen helpen om van de globale thema kaarten en verhalen, lokale thema’s en verhalen te maken.

Er worden tevens ter inspiratie voorbeelden gegeven van uitgewerkte leerplannen, die je kunt gebruiken bij het opstellen van je eigen leerplan.

 

11.4 Uitgewerkte projecten

 

Er zijn twee uitgewerkte projecten samengesteld voor community gebaseerd leren in een hybride omgeving. Deze kun je direct gebruiken binnen je eigen organisatie. Zo kun je een idee krijgen hoe community based leren werkt, en er ervaring mee op doen. Deze voorbeeld projecten kunnen ook een houvast geven bij het zelf samenstellen van duurzame holistische projecten vanuit een hybride omgeving.

 

11.5 Tools op de website

De volgende tools zijn op de website van GAIA YES te vinden ter ondersteuning van de implementatie van het GAIA Yes curriculum:

 

  1. PDF introductie en beschrijving curriculum
  2. PDF docentengids
  3. Excelsheet Schoolontwikkelingstool
  4. Mural Regeneratieve Pentad
  5. GAIA YES Vloermat
  6. Themakaarten
  7. Mural holistic curriculum framewerk leeg
  8. GAIA YES Excelsheet overzicht thema’s en leeruitkomsten
  9. GAIA YES excelsheet verhalen verzamelen
  10. PDF Verhalenbundel
  11. E learning gedeelte studenten (per thema korte uitleg over thema en drie verhalen met onderzoeksvragen)
  12. Database voor docenten (per thema uitleg, achtergrond informatie en bijpassende opdrachten)
  13. Voorbeelden voor O&O
  14. Scrum tools
  15. Netwerk met discord

 

 

Play Video