2.2.2 Ruilhandel

In den beginne was er ruilhandel. Op een zeker moment is de ruilhandel verdwenen en vanaf dat moment werd er geld gebruikt om te handelen. Waarom?

Ervaren wat de functie van geld is en dat geld de handel een stuk eenvoudiger maakt.

De positieve kant van geld en de initiële waarde van geld ervaren zodat een breder beeld rond geld en ruilhandel ontstaat. Daarmee tevens een beeld krijgen van hoe het huidige geldstelsel afgedwaald is van haar originele doel.

Hand-outs, geprinte kaartjes in sets.

Download kaartjes in Word of PDF

Elke jongere krijgt een hand-out met 10 items die ze bezitten en tien items die ze moeten krijgen. In elke transactie mogen ze één artikel met  één ander artikel ruilen. De studenten krijgen ook een lijst waarop ze elke transactie die ze maken vast kunnen leggen. De tijdslimiet is ongeveer 20 minuten en ze krijgen extra punten voor elk item op hun verlanglijst dat ze uiteindelijk krijgen.

1

Apple

Bottle

Checkers

Desk

Glove

Lock

Organ

Radio

Socks

Turkey

2

Backpack

Bread

Cheese

Dog

Guitar

Magazine

Pen

Raisins

Soda

TV

3

Bag

Burger

Chicken

Door

Hammer

Map

Pencil

Rake

Spoons

Umbrella

4

Banana

Cake

Coat

Drums

Hat

Matches

Pepper

Rope

Straws

Vase

5

Baseball

Candles

Coffee

Fish

Honey

Milk

Phone

Rug

Sugar

Violin

6

Basketball

Candy

Comb

Flute

Ice Cream

Mirror

Piano

Ruler

Syrup

Vitamins

7

Bed

Car

Compass

Folder

Iron

Mustard

Pie

Salt

Table

Wagon

8

Beer

Carrot

Computer

Football

Jelly

Napkins

Pillow

Screwdriver

Tape

Wallet

9

Belt

Cat

Corn

Forks

Juice

Newspaper

Plates

Shirt

Tea

Watch

10

Bike

Cereal

Couch

Fries

Ketchup

Notebook

Popcorn

Shoes

Toothbrush

Wine

11

Blender

Chain

Crackers

Frisbee

Knives

Nuts

Printer

Shorts

Towel

Wrench

12

Book

Chair

Cups

Glasses

Light Bulbs

Oranges

Puzzle

Shovel

Trumpet

Yogurt

                     
                     
                     

1

Bag

Burger

Chicken

Fries

Ketchup

Notebook

Plates

Shirt

Tea

TV

2

Banana

Cake

Coat

Frisbee

Knives

Nuts

Popcorn

Shoes

Toothbrush

Turkey

3

Baseball

Candles

Coffee

Glasses

Light Bulbs

Oranges

Printer

Shorts

Towel

Vase

4

Basketball

Candy

Comb

Desk

Glove

Lock

Puzzle

Shovel

Trumpet

Umbrella

5

Bed

Car

Compass

Dog

Guitar

Magazine

Organ

Radio

Socks

Vitamins

6

Beer

Carrot

Computer

Door

Hammer

Map

Pen

Raisins

Soda

Violin

7

Belt

Cat

Corn

Drums

Hat

Matches

Pencil

Rake

Spoons

Wallet

8

Bike

Cereal

Couch

Fish

Honey

Milk

Pepper

Rope

Straws

Wagon

9

Blender

Chain

Crackers

Flute

Ice Cream

Mirror

Phone

Rug

Sugar

Wine

10

Book

Chair

Cups

Folder

Iron

Mustard

Piano

Ruler

Syrup

Watch

11

Apple

Bottle

Checkers

Football

Jelly

Napkins

Pie

Salt

Table

Yogurt

12

Backpack

Bread

Cheese

Forks

Juice

Newspaper

Pillow

Screwdriver

Tape

Wrench

De tabel toont eerst de items die ze aan het begin van het spel bezitten en vervolgens de items die ze moeten krijgen. Wat elke speler heeft en moet krijgen is iets anders. Er is slechts ruimte voor 12 unieke spelers. Mochten er meer dan 12 jongeren verschijnen, dan zit er niets anders op dan spelersbladen uit te delen waarvan er een aantal al in gebruik zijn. Die jongeren zijn waarschijnlijk in competitie met elkaar en kunnen het dus moeilijker hebben dan anderen. De game is dus in principe opgezet voor 12 spelers welke in theorie allemaal in staat zouden moeten zijn om te ruilen wat er op hun verlanglijstje staat.

De vraag is hoe moeilijk het is om het spel te maken. In de echte wereld, als je op ruilhandel zou moeten vertrouwen, zou je waarschijnlijk verschillende transacties moeten doen voordat je hebt wat je wilde (zoals goed A verhandelen om goed B te krijgen, dan goed B ruilen om C te krijgen en uiteindelijk goed C verhandelen om goed D te krijgen). Daarom is het spel zo ontworpen dat het moeilijk is om een aantal goederen op je verlanglijstje te krijgen (waarvoor verschillende transacties nodig waren), terwijl anderen minder transacties nodig hebben om ze te krijgen.

Met behulp van de informatie uit de onderstaande tabel is het mogelijk voor speler # 1 om bijvoorbeeld de volgende transacties uitvoeren:

  1.       Appel voor Blender met speler #11
  2.       Blender voor riem met speler #9
  3.       Riem voor bed met speler #7
  4.       Bed voor honkbal met speler #5
  5.       Honkbal voor tas met speler #3

Tas staat op de verlanglijst voor speler #1. Dit kost 5 stappen, heel veel werk (een probleem bij het opzetten van deze tabellen is dat je ervoor moet zorgen dat sommige andere goederen die elke speler heeft of wil, niet kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld in het bovenstaande geval, wat als speler # 3 een fles wilde hebben, dan zou hij zak kunnen ruilen voor speler # 1 voor de fles en hoeft er maar één transactie plaats te vinden – dit zou het spel te gemakkelijk maken).

In dit voorbeeld moet speler #1 5 transacties uitvoeren. Maar de andere spelers maken niet alleen een ruil, ze krijgen een item dat ze willen van speler #1, dus het spel is niet altijd zo moeilijk. Het bovenstaande verhaal waarbij speler #1 eindelijk zijn tas krijgt, zorgt er voor dat hij zijn fles en damstenen te krijgen. Hij zou 5 transacties maken met diezelfde vijf spelers die andere spullen hadden.

In dit volgende geval hoeft speler #1 maar drie transacties te doen

  1.       Bureau voor Drums met speler #4
  2.       Drums voor map met speler #7
  3.       Map voor Fries met speler #10

Iets soortgelijks zou met de handschoen en het slot gebeuren.

In dit volgende geval hoeft speler #1 maar twee transacties te maken

  1.       Orgel voor telefoon met speler #5
  2.       Telefoon voor platen met speler #9

Iets soortgelijks zou met de radio en sokken gebeuren.

In het laatste geval moet slechts één transactie worden uitgevoerd. Speler #1 ruilt zijn kalkoen naar speler #2 voor zijn tv. Dan kunnen spelers #3 & #4 slechts één ruil doen om een item te krijgen. Hetzelfde geldt voor de rest van de spelersparen.

Sommige transacties zijn dus eenvoudig en andere moeilijker. Jongeren moeten rondlopen en mensen vinden om mee te handelen. Het duurt niet lang voordat ze zich realiseren dat ze kleine groepen moeten vormen en bespreken wat iedereen heeft en wil. Dan begint iemand dingen te zeggen als “als je A voor mij ruilt voor mijn B, dan kun je B ruilen om C te krijgen van die andere persoon die op je lijst staat.” Dit gebeurt vaak spontaan, zonder dat de leraar hen zegt dit te doen. Wat op het eerste gezicht lijkt alsof het erg ongeorganiseerd of chaotisch zou zijn, verloopt redelijk soepel met een beetje samenwerking. Vaak als iemand zegt: “Ik heb A nodig”, zal een andere student zeggen “Pietje daar heeft item A” of “heb je item C? dat meisje daar heeft het nodig”. Nogmaals, dat gebeurt vrijwillig, zonder enige aanwijzingen van de docent. Dus een ordentelijk proces ontstaat zonder dat het gestuurd hoeft te worden.

In het begin kun je ze wel vertellen dat ze vaak verschillende transacties moeten doen om te krijgen wat ze willen, maar dat is het dan. Daarna roep je gewoon “begin met handelen” en geef ze een waarschuwing van vijf minuten voordat de tijd om is. Je kunt ze tijdens het spel eraan herinneren dat als ze inruilen voor het item dat ze het dan ook hebben en het kunnen ruilen voor iets dat ze willen.

Stel de jongeren, zodra het spel voorbij is, vragen als “zou het handig zijn dat je dit zou moeten doen elke keer dat je naar de winkel gaat?” Niemand zegt dan ja omdat ze pas hebben ervaren hoe moeilijk dat zou zijn. Het wordt ze daarmee heel snel duidelijk wat het oorspronkelijke doel van geld is.

Leeftijdsadvies (Kind - Jeugd- Volwassen)

Jeugd – Volwassen

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 80% 80%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 60% 60%
  • Hart – Attitude – Gedrag 60% 60%
  • Samenleven – Community 70% 70%

SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video