3.2 Duurzaam bouwen en renoveren

Kernbegrippen

  • Groen bouwen
  • Verwarmen en koelen
  • Lokale materialen
  • Stedelijke omgeving
  • Retrofitting

Introductie

Dit thema gaat over milieuproblemen en gezondheidsproblemen die kunnen ontstaan bij reguliere woningbouw en geeft een overzicht van mogelijke oplossingen en verbeteringen om gezond en duurzaam te wonen en werken. Een belangrijk onderdeel binnen het bouwen en renoveren van duurzame gezonde huizen is de materiaalkeuze; hoe gezond is een bepaald materiaal of bepaalde techniek, wat zijn de milieu-effecten, aan welke kosten/investeringen moet gedacht worden bij de keuze en wat is het gebruikscomfort. In dit thema onderzoeken jongeren hoe je een duurzame woning of bedrijfspand kunt bouwen of renoveren, en wat daar allemaal bij komt kijken.

Isolatie en daarmee het behoud van energie is belangrijk bij het verduurzamen van een woning. Het is op langere termijn veel effectiever en goedkoper om vanaf het allereerste begin van het ontwerpproces de nadruk te leggen op energie-efficiëntie, door isolatie in te bouwen, dan het in de toekomst te moeten gaan inpassen. Maar nieuwbouw is niet altijd de oplossing. Je kunt ook duurzaam een reeds bestaande situatie, bijvoorbeeld een oud pand, aanpassingen te maken. Of kiezen voor een lokale bioregionale aanpak, gebruik makend van de traditionele kennis en technieken van een gebied. Renoveren is (vaak) nog duurzamer dan nieuwbouw.

Om door duurzaam te bouwen en te renoveren het milieu minder te belasten. Ook kunnen bouwdelen of producten worden gebruikt met een langere levensduur waardoor de negatieve milieueffecten van de productie over een langere periode worden verspreid.

Door duurzame, veilige, koolstofneutrale, betaalbare en esthetisch aangename woningen te bouwen en bestaande panden te verduurzamen.

Verdiepende vragen
  • Is er in het jongerenproject gedacht aan het gebruik van integraal systeem ontwerp voor het duurzaam bouwen of renoveren?
  • Is er in het jongerenproject overwogen om de ontwikkeling van een gemeenschappelijk project van ca. 30 huizen als uitgangspunt te nemen?
  • Zijn alle belangrijke aspecten bij het ecologisch bouwen en renoveren besproken, zoals bijv. de locatie, het uiterlijk, comfort, budget, vorm, materialen en gezond binnenklimaat?
  • Is er in het jongerenproject aandacht besteed aan duurzame koel- en verwarmingstechnieken?
  • Is er in het jongerenproject aandacht besteed aan het gebruik van lokale materialen?
  • Is er in het jongerenproject aandacht besteed aan de duurzame inrichting van het omliggende gebied?
  • Is er in het jongerenproject overwogen de reeds aanwezige panden te verduurzamen en dat de ecologische en CO2 voetafdruk verkleind kan worden door duurzame renovatie?
Theoretisch kader

Ecologisch bouwen en renoveren (SDG 6, 7, 9. 11, 12)

Ecologisch bouwen is een benadering in het bouwen van duurzame woningen. Het is een combinatie van ontwerpfilosofie, technologie en de integratie van de bewonerswensen van de gebouwen, waarbij wordt gewerkt vanuit de vier thema’s van het duurzaamheidskompas. Het betrekken en trainen van bewoners in ecologisch denken en handelen binnen een dergelijk bouwproces is essentieel voor het succes van het project. De belangrijkste kenmerken van dit proces zijn:

  • Behoud  – voornamelijk voor wat betreft groene bouwmaterialen.
  • Energie – gericht op CO2 neutraal.
  • Bio-klimatologische aanpak – via intelligent ontwerp.
  • Afvalbeheer – recycling van vaste stoffen en water voor zover haalbaar.
  • Communicatie – bewonersparticipatie, sensortechniek en slimme besturing, breedbandverbindingen en beveiliging.

Voor “nul op de meter” gebouwen geldt als algemene richtlijn; 50% van het succes kan worden toegeschreven aan architectuur, 25% aan goede en efficiënte systemen en 25% aan de houding van de gebruikers.

In plaats van een lijst van groene gebouwtechnologieën te geven, zal in dit thema als casus ingegaan worden op een ontwikkeling van een gemeenschappelijk project, bijvoorbeeld een CPO, van maximaal dertig huizen, met strategieën voor koude en warme klimaten. Belangrijke aspecten hierin zijn:

Integraal systeemontwerp

  • Circulaire systemen ontwerpen
  • Low impact design = Kleine ecologische voetafdruk = relatief kleine huizen
  • Biophilia
  • Organisch ontwerp met natuurlijke materialen en ecologische engineering
  • ‘Spirit’ en cultuur van de plek

Locatie en uiterlijk bepalen van woningen

  • Vormgeving, uiterlijk
  • Klimatologische omstandigheden
  • Grondstructuur
  • Rampbestendig ontwerpen (bosbrand en overstroming)
  • De plek zelf – waar liggen ondersteunende infrastructuren en hoe is het terrein opgebouwd?

Ontwerpen voor comfort

  • Het gebruik van passieve zonne-energie
  • Passieve en actieve isolatie
  • Ademende muren
  • Het belang van cross-flow ventilatie

Ontwerp en budget

  • “size matters” groter bouwen = duurder
  • Gedeelde faciliteiten / Gedeelde kosten
  • Het effect van materialen op de kosten

Gebouwen in alle vormen en materialen

  • Houtskeletbouw
  • Baksteen / steenstrips
  • Beton en cement
  • Gestampte aarde / gestorte aarde
  • Leem
  • Klei
  • Koepels / geodetische dome
  • Strobalen
  • A-frame huizen
  • Paalwoningen
  • Ondergrondse huizen
  • Hobbithuizen (huizen deels gebouwd in de aarde)
  • Gerecycleerde materialen
  • Cradle to cradle materialen

Gezond binnenklimaat

  • Allergieën
  • Geuren van materialen
  • Elektriciteit en magnetische velden
  • Verwarmen en koken
  • Loodvergiftiging
  • Meervoudige chemische gevoeligheid
  • Pesticiden
  • Straling
  • Schimmels

Aandachtspunten

  • Verwarming
  • Elektriciteit
  • Hout en houtproducten
  • Stoffen en vezels
  • Verven, vernissen, vlekken
  • Lijmen / verwijderaars
  • Metalen producten
  • Kunststof
  • Huishoudelijk onderhoud
  • Pesticiden en fungiciden

Verwarmen en koelen (SDG 7)

Ecologisch intelligent ontwerp maken voor verwarmen en koelen betekent dat je gebruik maakt van onder andere:

  • Bio-klimatologische strategieën
  • Passieve en actieve zonneverwarming
  • Ventilatie
  • Groene daken
  • CO2-voetafdruk en CO2 neutrale technologie
  • Ecologische voetafdruk

Lokale materialen (SDG 12)

Het is het meest duurzaam om materialen uit de eigen regio te gebruiken. Dit vanwege het feit dat we bij lokale materialen niet te maken hebben met transport over grote afstand, en daardoor een lagere CO2 voetafdruk hebben. Daarnaast is het goed om te bekijken hoeveel energie er nodig is geweest bij de vervaardiging van het materiaal.

Materialen die veel energie nodig hebben tijdens productie en transport, zijn:

  • Beton
  • Aluminium
  • Staal
  • Materiaal met veel bewerkingen tijdens de productie.
  • Bulk materiaal afkomstig van ver.

Materialen die weinig energie nodig hebben tijdens productie en transport

  • Lokaal hout
  • Ongebakken kleibakstenen (adobe)
  • Gestampte aarde
  • Twijgen
  • Leem
  • Lokale isolatie, zoals schapenwol, gerecycled papier, stro, hennep

Voor een overzicht van de interne energie van materialen en techniek kunt u terecht op http://www.yourhome.gov.au/materials/embodied-energy

Omliggende omgeving en slimme straten

Binnen het ontwerp van de omliggende omgeving kan gedacht worden aan het gebruik van een schonere en efficiëntere, milieuvriendelijke en energiezuinige omgeving met een duidelijke lokale, regionale uitstraling en slimme straten. Een slimme straat betekent een straat waarvan iedereen in de straat kan genieten van de faciliteiten en afgestemd is op het gebruik en het gedrag van de inwoners.

Opknappen en verbeteren oudere panden

Er zijn veel dingen die je kunt doen om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen in oudere panden. Hier zijn enkele voorbeelden:

  • Isolatie aanbrengen
  • Tochtdicht maken
  • Nieuwe HR-condensatieboilers
  • Heetwatertanks isoleren
  • Koelen in plaats van airconditioning.
  • Duurzame energiebronnen installeren.
  • Biomassakachel: deze werken op houtpellets en worden gezien als CO2 neutraal.
  • Biomeiler plaatsen (composteringswarmte)
  • Zonnepanelen en zonnecollectoren plaatsen
  • Warmte koude pomp plaatsen
  • Biovergister plaatsen
  • Regenwater gebruiken voor toiletten

De jongeren

  • Kunnen objectief de problemen die inherent zijn aan ‘moderne’ bouw- en constructietechnieken benoemen.
  • Vergroten hun bekendheid met verschillende ‘groene’, soms ‘alternatieve’ bouwtechnieken waarvan de ontwerpen zorgen voor gezondere, energie-efficiëntere en minder milieubelastende structuren.
  • Kunnen beargumenteren waarom het duurzaam is om te kiezen voor lokale bouwmaterialen en architecturale stijlen die het meest geschikt zijn voor een specifieke bioregio.
  • Kunnen problemen en oplossingen onderzoeken bij het duurzaam renoveren van oude panden.
  • Kunnen plannen ontwikkelen voor het rehabiliteren en herinrichten van gedeeltelijk of volledig verlaten bestaande nederzettingen (ruïnes).
  • Kunnen een reconstructie maken van verloren culturele identiteit van een specifieke plek.
► 3.2.1 Bouwen met leem [maxbutton id=”2″]

Meten en ontwerpen voor een koolstof neutrale ecologische voetafdruk en deze kennis toepassen bij het ontwerpen en / of bouwen met behulp van lokale hulpmiddelen zoals klei, stro en inheems hout.

► 3.2.2 Retrofitting van een bestaande ruimte [maxbutton id=”2″ url=”#2″]

Het vinden van oplossingen voor het aanpassen van slecht ontworpen of oude gebouwen, inclusief stedelijke en sub stedelijke constructies, en het ontwikkelen van plannen voor het herstel en gedeeltelijk of volledig opnieuw bewonen van verlaten bestaande nederzettingen.

Andere activiteiten

Duurzaam bouwen

Ontwerp je eigen aardehuis (maquette)

Afhankelijk van de locatie en het tijdstip van het jaar, kunnen de deelnemers alleen of in kleine groepen werken aan ecologische ontwerpen. Het mooiste is als leerlingen hun resultaat kunnen presenteren en aan de hand van feedback kunnen verbeteren. Te denken valt aan:

  • Opstellen van een compleet plan voor een ecologisch huisje, met behulp van lokale materialen en een lokale bouwstijl.
  • Evaluatie van de energie-efficiëntie van bestaande gebouwen of berekenen van de energie-efficiëntie voor nieuw te bouwen woning of gebouw.
  • Samenstelsel van de ingrediënten voor een leem-mengsel voor een bruikbaar leem-project.
  • Deelnemen aan de bouw van een woning met strobalen, leembouw, of zoiets dergelijks.
  • Lokaliseren, voorbereiden en gebruiken van gerecyclede materialen voor constructiedoeleinden.
  • Actief deelnemen aan de wederopbouw of renovatie van bestaande gebouwen.
  • Herontwerpen van nieuw gebruik voor bestaande openbare en private ruimtes.
  • Actief deelnemen aan het herstel van agrarische infrastructuur en gebouwen.
Play Video