2.1 Duurzame wereldeconomie

Kernbegrippen

  • Hoe de wereldeconomie van vandaag werkt en waarom we deze moeten veranderen
  • Onderzoeken van de wereldeconomie en de gevolgen van globalisering
  • Verschuiving van de mondiale economie naar duurzaamheid
  • Voetafdruk analyse en ecologische gevolgen

Introductie

De afgelopen 250 jaar heeft een ongekende toename laten zien op het niveau van economische activiteit, consumptie, uitputting van hulpbronnen, groei van de menselijke bevolking en CO2-uitstoot. In de afgelopen 50 jaar zijn deze trends exponentieel toegenomen: we zijn in plaats van lokale productie en consumptie, steeds vaker goederen van ver gaan halen. Hierdoor worden goederen duizenden kilometers over de aarde getransporteerd voordat het wordt geconsumeerd. Met als resultaat een enorme toename van de ‘ecologische voetafdruk’.

Omdat we zijn overgestapt op energie-intensieve productiemiddelen,  we veel meer (schaarse) hulpbronnen zijn gaan gebruiken en de distributie van goederen op lange afstand zorgt voor meer uitstoot van CO2, is de impact van onze economische activiteiten dramatisch toegenomen. Als iedereen op aarde zou consumeren op het niveau van de gemiddelde Nederlander, zouden we de middelen van meer dan drie planeten Aarde nodig hebben om dit mogelijk te maken.

In dit thema bestuderen we waarom dit gebeurd. Welke economische, politieke, culturele en spirituele factoren liggen ten grondslag aan het misbruik van ons natuurlijk kapitaal? Welke specifieke beslissingen hebben een economisch systeem gecreëerd dat tegen de belangen van zowel de grote meerderheid als het milieu ingaat? Wat kunnen we eraan doen?

‘Amerikanen importeren Deense suikerkoekjes en Denen importeren Amerikaanse suikerkoekjes. Het uitwisselen van recepten zou zeker efficiënter zijn. ‘
– Herman Daly

Om in onze economie onze drang naar kwantitatieve groei in omvang te transformeren tot een focus voor kwalitatieve groei in diversiteit, en de vreugde hiervoor de stimulerende kracht in ons leven te laten worden.

Door kwalitatieve groei van lokale en regionale economieën te stimuleren binnen de planetaire grenzen.

Verdiepende vragen

  • In hoeverre besteedt u binnen uw project aandacht aan de overgang van een cultuur aangedreven door concurrentievoordeel naar een cultuur die overvloed genereert door middel van samenwerkingsvoordeel?
  • Activeert u studenten in het maken van keuzes waarmee economische activiteiten, zoals aankopen van goederen, niet bijdragen ​​aan uitbuiting van mensen en middelen elders?
  • Besteedt u in uw project aandacht aan de negen planetaire grenzen?
  • Bespreekt u met de jongeren welke activiteiten bedrijven en consumenten kunnen doen om binnen de negen planetaire grenzen te blijven?
  • Stimuleert u jongeren om een economisch model bij hun projectontwerp te maken die meehelpt bijdragen bij het verminderen van economische ongelijkheid?
  • Bespreekt u met jongeren de negatieve gevolgen van verborgen externaliteiten in een boekhouding van een bedrijf?
  • Hoe laat u jongeren integraal nadenken over het managen in de supply chain?
  • Laat u jongeren verdiepen in de negatieve effecten op de planeet, doordat bedrijven of consumenten gebruik maken van producten die beïnvloed worden door verborgen subsidies.
  • Onderzoeken jongeren in uw project de noodzaak om gezonde ecosysteemfuncties te regenereren als een manier om ecosysteemdiensten te beschermen en te herstellen waar uw lokale gemeenschap en regio van afhankelijk zijn?
  • Heeft u overwogen om jongeren een ​​CO2-uitstootinstelling (zie EarthDeeds.org) in hun project op te laten nemen?
  • Heeft u overwogen de belangrijkste acties en effecten van uw project in kaart te brengen in het kader van de 17 SDG’s?
  • Hoe draagt ​​uw project bij tot de lokale economie, waarbij de nadruk ligt op kwantitatieve economische groei voor de kwalitatieve groei van lokale en regionale economieën?
  • Gebruikt u de acht principes van regeneratief kapitalisme om aan te laten geven hoe een meer regeneratieve bedrijfsstrategie kan worden ontworpen?
Theoretisch kader

► Wat is globalisering?

Er zijn verschillende dimensies te onderscheiden in globalisering. Het is goed om dit samen met jongeren te onderzoeken. Vaak zullen deze discussies helpen een onderscheid te maken tussen ‘culturele’ globalisering (die vaak als een over het algemeen positieve ontwikkeling kan worden beschouwd als lokale culturen worden gerespecteerd) en ‘economische’ globalisering (die gepaard is gegaan met meer verontrustende sociale, economische en ecologische gevolgen).

► Hoe en waarom is economische globalisering ontstaan?

In de discussie met jongeren is het belangrijk om het proces van globalisering niet als in zekere zin onvermijdelijk te zien, maar eerder als het resultaat van specifieke (en omkeerbare) beleidskeuzes. Belangrijke gespreksonderwerpen zijn onder meer:

  • In het reine komen met de grenzen aan groei op een eindige planeet.
  • De afname van energie in de komende periode, na de piek van olieproductie wereldwijd.
  • De gevolgen van het Newtoniaanse reductionistische paradigma.
  • Deregulering en liberalisering van producten, diensten en financiële markten.
  • Substantiële subsidies voor grootschalige problemen.
  • Een belastingstelsel dat de kapitaalintensiteit stimuleert ten koste van de arbeidsintensiteit.
  • Externalisering van vele sociale en milieukosten.
  • De werking van de belangrijkste internationale economische organisaties – Wereldhandelsorganisatie, Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds.

► Gevolgen globalisering

Bij het verkennen van de gevolgen van economische globalisering is het aan te raden jongeren aan te moedigen om systematisch te denken. Een goed hulpmiddel hierbij is het werken met technieken van het maken van een mindmap om nieuwe ideeën en inzichten vast te leggen. Studenten kunnen in de mindmap alle verschillende effecten van globalisering uitwerken. De volgende aandachtspunten kunnen hier in mee worden genomen:

  • Concentraties van politieke en economische macht.
  • Mondiale rechtvaardigheid en werknemersrechten.
  • Gezondheid van de habitats voor andere soorten.
  • Biodiversiteit.
  • Welzijnsmaatregelen ter vervanging van de economische groei (BBP).
  • Uitputting van hulpbronnen.
  • Gezondheid van de bodem en van de atmosfeer.
  • De creatie en het beheer van afvalstoffen.
  • Gemeenschapscoherentie en integriteit.
  • Kwaliteit van leven, geestelijke gezondheid, enz.

Als de groepsleden tevens met elkaar voorwaarden en effecten in hun eigen culturele / geografische context uitwisselen, geeft dit een extra verdieping in de discussie.

► Palmolie als voorbeeld

  1. Verhoogde economische welvaart leidt direct tot een toename van de vleesconsumptie en indirect tot een toename van de vraag naar biobrandstoffen (in een poging om de uitstoot van broeikasgassen door de economische activiteit te verminderen).
  2. De vraag naar palmolie, een hoofdingrediënt in zowel diervoeder als biobrandstoffen, neemt toe.
  3. Palmolieplantages breiden uit en verdrijven zelfvoorzienende boeren van hun land.
  4. in landen als Indonesië hebben gezinnen generaties lang gekweekt op de landerijen die plaats moeten maken voor de palmolie plantages. Sommige van de ontheemde kleine boeren verhuizen naar sloppenwijken in de stad, anderen gaan de heuvels op, waar ze bomen opruimen om nieuwe landbouwgrond te creëren.
  5. Omdat het land op de hellingen niet geschikt is voor landbouw, is het binnen enkele jaren zijn vruchtbaarheid kwijtgeraakt en wordt het door de inheemse boeren weer verlaten.
  6. Het kappen van de bomen beïnvloedt plaatselijke weerpatronen zodat het minder vaak regent. Maar wanneer het dan toch gaat regenen valt het in stortregens neer op de aarde.
  7. Er zijn geen boomwortels meer om de grond vast te houden, dus bij zware regenvallen ontstaan grote modderstromingen. De modder stroomt over de hellingen en dorpen raken overstroomd.

► Externaliteiten

Externe effecten zijn onbedoelde bijwerking van productie of consumptie die de welvaart van een ander dan de veroorzaker beïnvloedt. De bijwerking kan zowel positief als negatief zijn. Bij een positief extern effect neemt de welvaart van de externe partij toe. Bij een negatief extern effect daalt de welvaart van de externe partij. Omdat de veroorzaker (bij productie de producent) zélf niets merkt van het externe effect, is er ook geen reden om iets door te berekenen in de prijs. Daarom wordt ook vaak gezegd dat externe effecten niet in de prijs zijn verrekend.’ Bron: https://www.economielokaal.nl/externe-effecten-nw/.

“Externaliteiten” is de term die wordt gegeven aan de vele sociale en milieukosten die niet zijn inbegrepen in de prijs die de consument betaalt voor industrieel geproduceerde goederen en diensten.

Neem het voorbeeld van de palmolie. De prijs die de consument betaalt voor de vele goederen die palmolie bevatten, komt niet overeen met de werkelijke kosten die gepaard gaan met:

  • Langdurige schade aan de bodem door toepassing van chemische meststoffen en pesticiden op de palmboomplantages.
  • De vergiftiging van waterwegen als gevolg van de afvloeiing van landbouwchemicaliën die worden gebruikt bij de productie van palmolie.
  • De impact op lokale gemeenschappen door het verlagen van de waterstanden om de water hongerige palmolieplantages van water te voorzien.
  • De verplaatsing van lokale gemeenschappen om plaats te maken voor de plantages, om bijvoorbeeld de grond te gebruiken voor de aanleg van dammen die de plantages irrigeren of voor de wegen en luchthavens die nodig zijn om de geoogste palmolie te vervoeren.
  • Vergiftiging van landarbeiders als gevolg van blootstelling aan chemische meststoffen en pesticiden.
    Het verlies van boombedekking en bovengrond op de heuvels.
  • De kosten in verband met de verwoesting van gemeenschappen die worden getroffen door modderstromen die ontstaan door ontbossing van heuvelgebieden door inheemse boeren.
  • De broeikasgasemissies die samenhangen met het gebruik van fossiele brandstoffen in elke fase van het proces: ploegen van het land, bemesting met kunstmest en pesticiden, bouwen van dammen en andere noodzakelijke transport-, opslag- en verwerkingsinfrastructuur, bouwen van de groot- en detailhandelinfrastructuur, enz.

Dit zijn kosten die worden geïncasseerd door echte mensen, gemeenschappen en ecosystemen. Deze kosten zijn echter vaak uit het zicht, aan de andere kant van de wereld, en dus is het gemakkelijk om ze over het hoofd te zien.

Mochten externaliteiten worden geïnternaliseerd – dat wil zeggen dat de ware sociale en ecologische kosten, verbonden aan industriële producten, moeten worden opgenomen in de prijs die aan de consument wordt aangerekend – dan zou dit een sterke stijging van de kosten van deze producten geven en een waarschijnlijke daling van de winst van dergelijke industrieën.

► Subsidies

‘Small is Beautiful, Big is Subsidized’
– Helena Norberg-Hodge

Het afschaffen van landbouwsubsidies staat constant bovenaan de agenda van de landen van het mondiale Zuiden in internationale handelsbesprekingen onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), omdat hun boeren eenvoudigweg niet kunnen concurreren met de zwaar gesubsidieerde producten die worden gegenereerd door Europa en de VS.

EU-subsidies stimuleren bijvoorbeeld een jaarlijks overschot van zes miljoen ton suiker, waarvan een groot deel op de markten van arme landen wordt gedumpt onder de productieprijzen.

Overproductie leidt tot armoede in plaats van meer welvaart.’ – GAIA Education

Grote bedrijven ontvangen ook verschillende andere vormen van indirecte subsidies. Waaronder:

  • Overheidssubsidies voor onderzoek aan universiteiten en denktanks waarvan de onderzoeksagenda’s in toenemende mate worden bepaald door bedrijfsbelangen.
  • Belastingverlagingen en andere prikkels van nationale en lokale autoriteiten om grote ondernemingen aan te moedigen zich op hun grondgebied te vestigen.
  • Uitgaven voor vervoersinfrastructuur die worden betaald door belastingbetalers, maar onevenredig worden gebruikt door de distributeurs van industriële producten.
  • Het ontbreken van een belasting op vliegtuigbrandstof, de enige energiebron die aldus wordt vrijgesteld.

Een deel van het probleem om subsidies af te schaffen is de steeds grotere onderlinge verwevenheid die we de afgelopen jaren hebben gezien tussen overheid en bedrijfsleven. In veel landen financieren bedrijven het politieke proces. Individuen bewegen zich gemakkelijk tussen overheidsfuncties en hogere functies in het bedrijfsleven en de  bedrijfsbelangen domineren veel beleidscomités in parlementen over de hele wereld. Dit maakt het moeilijk om subsidies die schadelijk zijn te verwijderen of om beleid in een meer ecologische en gemeenschaps ondersteunende richting te oriënteren.

De transformatie naar meer duurzame economie

De meeste van de sociale en ecologische niet-duurzame bedrijfspraktijken van vandaag komen voort uit de onwetendheid over de manier waarop levende systemen functioneren. Deze niet-duurzame bedrijfspraktijken hebben meestal als uitgangspunt dat de mens los staat van de natuur. Het idee van onbeperkte economische groei is een voorbeeld van dit uitgangspunt. H. Thomas Johnson en Anders Bröms merken in hun boek ‘Profit Beyond Measure (2000)’ op dat niets in het universum eindeloos onbeperkt groeit.

“De kwestie waar we in de bedrijfswereld mee te maken hebben, is om onze obsessie met kwantitatieve groei in omvang te transformeren tot een focus voor kwalitatieve groei in diversiteit,  en de vreugde hiervoor de stimulerende kracht in ons leven te laten worden” (p.200).

Feedback van de biosfeer, zoals klimaat verstoringen en verlies van bossen, overbevissing en het verdwijnen van de bovenste vruchtbare bodemlaag, laat zien dat onze huidige economie onhoudbaar is. Veel systeemdenkers en ecologen zien dat het maximaliseren van bedrijfswinsten als de hoogste prioriteit van onze economie geleidelijk de verweven structuur vernietigt waarop al het leven afhangt.

In bedrijfsomgevingen is deze feedback moeilijk te uiten. Het erkennen van de feedback uit de biosfeer opent de weg naar nieuwe mogelijkheden: het gebruiken van zakelijke ervaring en vaardigheden bij het creëren van een nieuwe, duurzame economie. Dit is zowel mogelijk als noodzakelijk!

► Negen planetaire grenzen en de donut economie

Het begrip planetaire grenzen werd in 2009 geïntroduceerd door Rockstrom en zijn collega’s. De auteurs stellen 9 planetaire grenzen vast waarbinnen de mensheid moet navigeren om duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van de planeet Aarde. Drie van de negen grenzen zijn echter al overschreden, voor het klimaat, de biodiversiteit en de stikstof- en fosforkringloop.

De Britse Oxford-econome Kate Raworth bouwde een heel nieuw economisch systeem om de negen planetaire grenzen heen, de donut-economie. Op haar website ( https://www.kateraworth.com/ ) formuleert Raworth het volgende:

“De uitdaging voor de mensheid van de 21ste eeuw is tegemoetkomen aan alle noden van de planeet. Anders gezegd: niemand mag een tekort hebben aan de essentiële voorwaarden voor leven (voedsel, onderdak, zorg en een politieke stem) terwijl we ons gezamenlijk inspannen om niet teveel druk uit te oefenen op de levensondersteunende systemen van onze planeet (zoals een stabiel klimaat, vruchtbare bodems en een beschermende ozonlaag) De donut van sociale en planetaire grenzen is een speelse maar zeer serieuze benadering om die uitdaging vorm en inhoud te geven. De donut is te beschouwen als een kompas voor menselijke vooruitgang in deze eeuw.”

Umair Haque is een Amerikaanse schrijver. Hij schrijft dagelijks artikelen op Medium over zijn eigen land. Umair Haque maakt zich grote zorgen over ‘de wereld’ en vooral de manier waarop politiek en economie zich ontwikkelen. Maar evident is dat hij zich vooral zorgen maakt of een goed leven voor iedereen binnen planetaire grenzen in ‘onze tijd’ niet op het spel staat. Het cruciale artikel waarin hij zijn zorgen verwoordt, heeft als titel: Eudaimonics – the art of realizing genuinely good lives. Umair: “Als mensheid zullen we op zoek moeten naar een wereld waarin het niet in eerste (en laatste instantie) om ‘de economie’ (al dan niet met de noodzaak om te blijven groeien) draait, maar vooral om het welbevinden van ‘de mens’ (feitelijk: alle mensen).”

► Ecologische voetafdruk

“Wat is 120 keer zo groot als Londen? Het antwoord: het land of de ecologische voetafdruk die nodig is om aan de behoeften van Londen te voldoen. “
– Herbert Giradet

Stedelijke consumptie kost enorm veel middelen die worden geproduceerd buiten de stad. Je kunt meten hoeveel ruimte nodig is voor de productie van wat we gebruiken en de opname van CO2 die we uitstoten. Deze ruimte omgerekend naar de hoeveelheid productief land, in gha (mondiale hectare) gemeten, heet de Ecologische Voetafdruk.

► CO2 voetafdruk

Veel organisaties berekenen hun jaarlijkse CO2-voetafdruk. Het gaat dan vaak bij de meeste bedrijven om eigen stroom- en gasverbruik en de brandstoffen die nodig zijn voor vervoer op de weg of in de lucht. Door te onderzoeken wat binnen een organisatie de meeste uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt, kan gericht maatregelen genomen worden om de uitstoot van CO2 te verminderen. Met een CO2-calculator kan zelf de CO2-voetafdruk worden bepaald.

► Supply chain

Een supply chain is het geheel van activiteiten en goederen die worden vervoerd tussen een leverancier en een afnemer. Een supply chain maakt inzichtelijk welke materialen voor producten waar vandaan komen en welke partij de betreffende materialen levert. In het kader van lokale economie stimuleren is het aan te raden om een bioregionale map samen te stellen voor de regio waarin je woont en werkt, waarin duurzame lokale hulpstoffen in zijn opgenomen. De bioregionale map maakt inzichtelijk welke bedrijven welke duurzame producten en diensten aan bieden in de eigen regio, waarmee lokale keuzes kunnen worden gemaakt bij de aanschaf van producten (goederen, hulpstoffen) en diensten.

► 17 duurzame doelen

De 193 lidstaten van de Verenigde Naties (VN) hebben voor 2015 – 2030 een ontwikkelingsagenda vastgesteld. De agenda bestaat uit 17duurzame  doelen. Deze SDG’s heten voluit de Sustainable Development Goals maar worden vaak afgekort naar SDG’s. Zij gelden in alle landen en voor alle mensen.

De doelen zijn:

  1. Uitbannen van alle vormen van (extreme) armoede
  2. Einde aan honger, zorgen voor voedselzekerheid en duurzame landbouw
  3. Gezondheidszorg voor iedereen
  4. Inclusief, gelijkwaardig en kwalitatief onderwijs voor iedereen
  5. Gelijke rechten voor mannen en vrouwen en empowerment van vrouwen en meisjes
  6. Schoon water en sanitaire voorzieningen voor iedereen
  7. Toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen
  8. Inclusieve, economische groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen
  9. Infrastructuur voor duurzame industrialisatie
  10. Verminderen ongelijkheid binnen en tussen landen
  11. Maak steden veilig, veerkrachtig en duurzaam
  12. Duurzame consumptie en productie
  13. Aanpak klimaatverandering
  14. Beschermen en duurzaam gebruik van de oceanen en zeeën
  15. Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit
  16. Bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen
  17. Versterken van het mondiaal partnerschap om doelen te bereiken

► Wat kan nog meer bijdragen tot een meer duurzame economie?

In principe is het milieu onze meest schaarse hulpbron. We hebben maar 1 planeet aarde. Om de aarde te beschermen, wordt er nagedacht over het invoeren van een zogenaamde ecotax. Een belastingstelsel waarin er een tax wordt gehanteerd op goederen om de vervuiling en impact op de aarde te compenseren. Als de belastingheffing van mensen zou worden verlegd en zou worden ingezet voor het gebruik van hulpbronnen, zou arbeid relatief goedkoper worden op hetzelfde moment dat economische activiteiten in verband met zwaar hulpbronnengebruik en verontreiniging relatief duurder zouden worden. Dit zou kleinschalige, lokaal gebaseerde, arbeidsintensieve productieprocessen concurrerender maken. Progressieve denkers stellen voor om onmiddellijk dit in te voeren. Enkele andere hervormingen die zijn voorgesteld, zijn:

  • De geleidelijke afschaffing van subsidies voor milieu-verspillende  en niet-duurzame activiteiten en de vervanging daarvan door subsidies voor gemeenschaps- en ecosysteem bevorderende activiteiten.
  • De positie van natuur en natuurbeleid in politiek, bestuur en samenleving versterken.
  • Een onvoorwaardelijk en gegarandeerd basis- of burgerinkomen (BI) dat aan iedereen wordt verstrekt, ongeacht welk ander inkomen ook.
  • De nietigverklaring van openstaande internationale schuld. Niet van bedrijven!
  • De vervanging van belangrijke internationale economische organen door nationale, regionale en lokale communautaire financieringsinstellingen.
  • De invoering van een belasting op internationale valutatransacties (Tobin Tax)

Deze ideeën hebben allemaal betrekking op belangrijke dimensies van de transformatie naar duurzame economie en de meesten zullen waarschijnlijk, in een of andere vorm, deel uitmaken van het beleidskader voor de overgang naar een veerkrachtiger, rechtvaardig en duurzame mondiale economie.

► Acht sleutelprincipes voor regeneratieve economie

Het Capital Institute heeft acht principes van regeneratief kapitalisme ontwikkeld. Deze principes zijn gebaseerd op onderstaande kerngedachte:
De universele patronen en principes die de kosmos gebruikt om stabiele, gezonde en duurzame systemen in de echte wereld te bouwen, kunnen en moeten worden gebruikt als een model voor het ontwerp van een economisch systeem.
Vervolgens heeft het Capital Institute onderzocht welke belangrijke onderling verbonden principes hier aan ten grondslag liggen en heeft daarmee de acht principes van een regeneratieve economie geformuleerd. Kenmerken van een regeneratieve economie zijn:

  1. Het is humaan
  2. Het zorgt voor gemeenschappelijke welvaart
  3. Het is innovatief, past zich makkelijk aan en beweegt gemakkelijk mee
  4. Het stimuleert participatie
  5. Het laat mensen in hun waarde
  6. Waar de problemen het grootst zijn, liggen de mooiste uitdagingen
  7. Het floreert bij ouderwetse geldstromingen
  8. Het is in balans

De jongeren

  • verkrijgen inzichten in de manier waarop de wereldeconomie momenteel werkt.
    verkrijgen inzichten in de gevolgen van de wereldeconomie voor mens, maatschappij en ecosystemen.
  • onderzoeken de wereldeconomie en de gevolgen van globalisering.
  • leren handvaten hoe de wereldeconomie kan transformeren naar een meer rechtvaardigere, veerkrachtigere en duurzamere economie.
  • voeren acties uit die kunnen worden ingezet voor een meer duurzamere economie.
  • gebruiken voetafdruk analyses om de ecologische impact uit te drukken van een product of dienst.
4.1.1 Kan het anders? [maxbutton id=”2″]

Deze activiteit laat studenten via een andere manier van denken kennismaken met de vraag over hoe onze economie zou kunnen werken: een circulaire economie.

4.1.2 Op naar een duurzame wereldeconomie [maxbutton id=”2″ url=”#2″]

De ontwikkeling, economische groei en milieukosten van het huidige economische systeem onder de loep nemen.

4.1.3 Zwaardvisspel [maxbutton id=”2″ url=”#3″]

De deelnemers leren hoe belangrijk het is om De Commons duurzaam te beheren.

Overige activiteiten

Ecologische voetafdruk analyse (EFA)

Product biografieën

Overgangsvisualisatie

Play Video