1.2 Herverbinden met de natuur

Kernbegrippen

  • Gaia Hypothese
  • Kosmische denkers
  • Opnieuw verbinden met de natuur
  • Leren van duurzame culturen
  • Ontwerpen met de natuur

Introductie

Na vele generaties van gefabriceerd stadsleven zijn steeds meer filosofen en religies gaan speculeren dat mensen op de een of andere manier afgescheiden zijn van de natuur. Sterker nog, er zijn mensen die vaak ook werken voor bedrijven, die zich feitelijk als superieur aan de natuur beschouwen. Met als gevolg dat er keuzes worden gemaakt met een desastreuze impact. Zoals bijvoorbeeld de massale aanleg van palmplantages, waardoor dagelijks grote gebieden tropisch regenwoud verdwijnen. En het overvloedige gebruik van fossiele brandstoffen, met alle klimaatveranderingen als gevolg.

Het leven op aarde bestaat drie en een half miljard jaar. Er is dus iets inherent duurzaam aan de manieren van de natuur. Wanneer mensen hun overmoed kunnen laten vallen en de natuur als een leraar en gids kunnen benaderen, zullen veel belangrijke lessen worden onthuld. Biomimicry designers kennen al de waarde van de natuur en gebruiken ontwerpen uit de natuur voor hun innovatieve duurzame ontwerpen.

In dit thema onderzoeken jongeren hun relatie met de natuur en hoe dat van invloed is op keuzes die ze maken. Ze vergelijken dit met andere denkwijzen over de relatie met de natuur. Zoals die van biomimicry ontwerpers, kosmische denkers en de Pachamama Alliance.

Onze eigen lichamen vormen de meest intieme context voor het opnieuw verbinden met de natuur. In dit thema gaan jongeren onder andere op zoek naar een relatief ongestoorde natuurlijke omgeving om vervolgens een tijdje stil te zitten en om de natuur intens te ervaren door hun zintuigen te openen en te gebruiken. Wat heeft de natuur aan hen te onthullen?

“Er kan geen vrede zijn tussen mensen zonder vrede met de planeet”
– Thomas Berry

 

Om te leren van de natuur.

Om te verdiepen in manieren waarop inheemse en traditionele culturen zich verhouden tot de natuur en de aarde en deze wijsheid te kunnen gaan gebruiken.

Om de natuur als inspiratiebron en informatiebron te kunnen gaan ervaren.

  • Door te onderzoeken wat je kunt leren van lokale traditionele ecologische kennis, inheemse wijsheid en lokale boeren en ouderen.
  • Door de richtlijnen voor het ontwikkelen van bioregionalisme toe te passen om op maat gemaakte ontwerpen te realiseren die een project verbindt met zijn regio.
Verdiepende vragen
  • Heeft  u de kernwaarden die worden beschreven door het ‘Deep Ecology Platform’ gedefinieerd voor jongeren en geïmplementeerd in uw project voor jongeren?
  • Heeft u samen met de jongeren gereflecteerd in hoe de kernwaarden, beschreven door het ‘Deep Ecology Platform’  weerspiegeld worden in de uitvoering van hun projecten? En wanneer ze niet worden weerspiegeld, heeft u dan aan jongeren gevraagd dit te motiveren?
  • Zou het mogelijk en wenselijk zijn om de activiteit  ​​’kosmische wandeling’ uit te voeren als onderdeel van uw project?
  • Hoeveel tijd besteedt u binnen uw project voor jongeren aan natuurbeleving en activiteiten in de natuur?
  • Heeft u overwogen een pelgrimstocht te organiseren om de kwesties die in het jongerenproject spelen of de kwesties die spelen op de locatie van het project nader te onderzoeken met de groep?
  • Heeft u de  ‘Life’s Principles’ in uw project kunnen implementeren?
  • Heeft u jongeren uitgelegd hoe biomimicry designers de natuur gebruiken ter inspiratie voor het ontwerpen van nieuwe innovaties?
  • Heeft u jongeren gestimuleerd de ‘Life’s principles’  toe te passen in hun ontwerpen?
  • Heeft u jongeren laten onderzoeken wat ze kunnen leren van lokale traditionele ecologische kennis, inheemse wijsheid, lokale boeren en ouderen?
  • Zou het gebruik van de integrale ecologie (vier kwadranten) jongeren kunnen helpen meer duidelijkheid te krijgen over materiële en immateriële, de innerlijke, uiterlijke, persoonlijke en collectieve dimensies van hun projectontwerp?
  • In hoeverre sluit uw project aan bij het idee van ‘kosmopolitisch bioregionalisme’?
  • Heeft u onderzocht hoe de ‘richtlijnen voor het ontwikkelen van bioregionalisme’ jongeren kan helpen om een op maat gemaakt ontwerp te realiseren dat hun project verbindt met zijn regio?
Theoretisch kader

GAIA Hypothese (SDG 14 en SDG 15)

“De Gaia-hypothese is een wetenschappelijke hypothese die stelt dat de biosfeer op de niet-levende omgeving inwerkt op een zodanige manier dat er een zelfregulerend complex systeem ontstaat zodat er gunstige omstandigheden blijven bestaan voor het leven op Aarde. De hypothese werd door de wetenschapper James Lovelock geformuleerd in 1969. Hij beschreef alle levende materie op aarde als één organisme en noemde dit naar de Griekse godin van de aarde, Gaea. De Amerikaanse microbioloog Lynn Margulis was de mede-ontwikkelaar van de hypothese. Eén van de hulpmiddelen om dit te onderbouwen was het numeriek model Madeliefjeswereld (Daisyworld).

Er zijn aanwijzingen dat er inderdaad zulke systemen voorkomen: De eencellige alg Emiliania huxleyi komt in de oceaan voor en de algenbloei kan met satellietfoto’s waargenomen worden. Deze algenbloei beïnvloedt wolkenvorming: er ontstaan gassen (dimethylsulfide) die in de atmosfeer omgezet worden tot zuren die condensatiekernen vormen; daardoor ontstaan er kleinere waterdruppels in de wolken, waardoor de wolken witter worden en meer zonlicht weerkaatsen. De algenbloei veroorzaakt zo indirect afkoeling van de planeet; het is dus een negatief terugkoppelingseffect.

De GAIA-gedachte heeft naast wetenschappelijke interesse ook spirituele aanhang gekregen. Dit heeft de wetenschappelijke acceptatie aanvankelijk gefrustreerd.”

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gaia-hypothese

Kosmische denkers (SDG 15)

Ons criterium voor het selecteren van ‘kosmische denkers’ is de originele bijdrage en inspiratie van de persoon in woord of actie aan de opkomende wereldvisie, waarmee ideeën worden uitgedrukt voor het transformeren van deze planeet in een meer duurzame en spirituele wereld.

Twee  grote ‘kosmische denkers’ van onze tijd, die het meest hebben bijgedragen aan het nieuwe paradigma denken, zijn historicus en expert op het gebied van oosterse religies, Thomas Berry en evolutionair bioloog Elisabet Sahtouris. Beide richten zich op het zeer grote beeld van de evolutionaire ontwikkeling van het leven op aarde. Thomas Berry vult ons met inspiratie met zijn brede “Story of the Universe” en zijn overzicht van de menselijke conditie. Daarom noemt hij zichzelf een ‘geoloog’.
Elisabet Sahtouris relativeert het, zoals ze overtuigend beweert vanuit het standpunt van een bioloog dat de ware bestemming van de mensheid te vinden is in samenwerking in plaats van concurrentie, consistent met het opkomende wereldbeeld van totale verbondenheid

Andere kosmische denkers zijn onder andere:

  • Thomas Berry (The Great Work)
  • Rudolf Steiner (Anthroposophy)
  • David Bohm (The Implicate Order)
  • Arne Naess (Deep Ecology)
  • Fritjof Capra (The Web of Life)
  • Bill Mollison (Permaculture)
  • Joanna Macy (American Buddhist)
  • Ken Wilber (Integral Theory)
  • Stanislav Grof (Transpersonal Psychology)
  • Vandana Shiva (Indian Activist)
  • Helena Norberg-Hodge (Ladakh, ISEC)
  • Thich Naht Hahn (Plum Village)
  • The Dalai Lama (Eastern Spiritual Leader)
  • Ari Ariyaratne (Sarvodaya)
  • Sulak Sivaraksi (Spirit in Education)
  • Johan Galtung (Peace Research)
  • Duane Elgin (Voluntary Simplicity)
  • Eckhart Tolle (Western Spiritual Leader)
  • David Korten (from Empire to Earth Community)
  • Elisabet Sahtouris (Evolutionary Biology)

 

► Kenmerken van een ecologische leefstijl (Arne Naess) (SDG 13)

  • Gebruik van eenvoudige middelen en niet aanhollen achter alle nieuwigheden
  • Activiteiten die zo direct mogelijk inherente waarden dienen of bezitten
  • Gevoeligheid bevorderen voor goederen waarvan er voor iedereen voldoende zijn
  • Geregeld verblijven in situaties van inherente of intrinsieke waarde.(i.p.v. nastreven van ‘kicks’)
  • Solidariteit op wereldvlak (“Think globally, act locally”)
  • Leefstijlen kiezen en waarderen die voor de hele wereldbevolking haalbaar zijn
  • Voorrang aan zinvol werk geven boven geld verdienen  
  • Leven in een collectief i.p.v. als individu in een anonieme samenleving
  • Deelnemen in de productie van eerste levensbehoeften
  • Vitale behoeften bevredigen i.p.v. begeerten en verlangens

Kernwaarden van het Deep Ecology Platform (SDG 13)

  1. Het welzijn en de bloei van het menselijke en niet-menselijke leven op aarde hebben waarde op zich (synoniemen: intrinsieke waarde, intrinsieke waarde, inherente waarde). Deze waarden zijn onafhankelijk van het nut van de niet-menselijke wereld voor menselijke doeleinden.

    2. Rijkdom en diversiteit van levensvormen dragen bij aan de realisatie van deze waarden en zijn ook waarden op zich.

    3. Mensen hebben niet het recht om deze rijkdom en diversiteit te verminderen, behalve om aan vitale behoeften te voldoen.

    4. De huidige menselijke bemoeienis met de niet-menselijke wereld is buitensporig en de situatie verslechtert snel.

    5. De bloei van het menselijk leven en culturen is verenigbaar met een substantiële afname van de menselijke bevolking. De bloei van het niet-menselijke leven vereist een dergelijke afname.

    6. Beleid moet daarom worden gewijzigd. De beleidsveranderingen zijn van invloed op fundamentele economische, technologische en ideologische structuren. De resulterende stand van zaken zal sterk verschillen van het heden.

    7. De ideologische verandering heeft voornamelijk betrekking op het waarderen van de levenskwaliteit (wonen in situaties met inherente waarde) in plaats van vast te houden aan een steeds hogere levensstandaard. Er zal een diepgaand besef zijn van het verschil tussen groot en groots.

    8. Degenen die de voorgaande punten erkennen, worden uitgenodigd direct of indirect deel te nemen aan de poging om de noodzakelijke veranderingen door te voeren.
 

Biomimicry (SDG 15)

De term biomimicry is afgeleid van de samentrekking van de Griekse woorden bios ’leven’ en mimesis ’imiteren’, dus letterlijk ’het leven imiteren’. Oftewel: leren van de natuur in plaats van over de natuur.
De term biomimicry werd voor het eerst gebruikt door Janine Benyus in haar boek ‘Biomimicry, innovation inspired by nature’ (1997). De natuur herbergt een aantal basisprincipes die Janine M. Benyus heeft beschreven in haar boek. Zo beschrijft ze hoe we van de natuur kunnen leren als het gaat om oplossingen voor onze huidige problemen en uitdagingen. Met haar 3,8 miljard jaar aan ervaring kan zij dan ook dienen als een model, maatstaf of mentor bij de creatie van een Future Proof Organisatie. Benyus onderscheidt de volgende drie toepassingsgebieden:

  • Natuur als een model: “Imiteer of haal inspiratie uit ontwerpen en processen om onze problemen op te lossen.”
  • Natuur als een maatstaf: “Met 3,8 miljard jaar ervaring weet de natuur wat werkt, wat past en wat goed blijft.”
  • Natuur als een mentor: “Bekijk en waardeer de natuur om ervan te leren.”

► ‘Life’s Principles’ (SDG 12. SDG 13 en SDG 15)

“De Amerikaanse organisatie Biomimicry3.8 (Janine Beyus) die de basis heeft gelegd voor het
Biomimicry denken, heeft na diepgaand onderzoek zes basisstrategieën gedestilleerd die voor alle
organismen op Aarde gelden. Deze basisprincipes noemen we de life’s principles. Het zijn de
principes die aan de basis liggen van het succes van het leven op Aarde. Je kunt ze zien als
ontwerpprincipes van organismen die hen in staat stellen succesvol te overleven op een planeet
waarop de omstandigheden cyclisch veranderen, waar grondstoffen gelimiteerd zijn en waar chemie
plaats vindt op basis van water. Het zijn basale en tegelijk ook duurzame strategieën:

  1. gebruik maken van milieuvriendelijke stoffen
    2. efficiënt omgaan met grondstoffen
    3. inspelen op lokale omstandigheden
    4. aanpassen aan veranderende omstandigheden
    5. evolueren om te overleven
    6. ontwikkeling en groei integreren”

Bron: vertaling in het Nederlands van hoofdstuk 2 uit het boek 4’33” time for a circular economy van de Fontys Hogeschool.

Pachamama Alliance (SDG 13)

Pachamama Alliance is een wereldwijde gemeenschap die mensen de kans biedt om te leren, contact te maken, te engageren, te reizen en het leven te koesteren met als doel een duurzame toekomst te creëren die voor iedereen werkt. Met wortels diep in het Amazone regenwoud, integreren hun programma’s inheemse wijsheid met moderne kennis om persoonlijke en collectieve transformatie te ondersteunen die de katalysator is om een ecologisch duurzame, geestelijk bevredigende, sociaal rechtvaardige menselijke aanwezigheid op deze planeet voort te brengen.

Pachamama Alliance heeft het up-to-us- ontwikkelingspad gecreëerd om een kritieke massa van pro-activistische leiders op te leiden, te inspireren en te engageren die zich inzetten voor het tot stand brengen van een bloeiende, rechtvaardige en duurzame wereld voor iedereen. De eerste stap op het pad is het Awakening the Dreamer-programma, een transformerende educatieve workshop waarin de rol wordt onderzocht die mensen kunnen spelen bij het creëren van een nieuwe toekomst. Je kunt dit programma vinden met onderstaande link,

https://www.pachamama.org/engage/awakening-the-dreamer

 

Integrale ecologie van Ken Wilber (SDG 15)

Integrale ecologie is de toepassing van Ken Wilber’s integrale theorie in milieustudies en ecologisch onderzoek. Het veld werd in de late jaren 1990 ontwikkeld door integraal theoreticus Sean Esbjörn-Hargens en milieu-filosoof Michael E. Zimmerman. Integrale ecologie maakt gebruik van een raamwerk van acht ecologische wereldbeelden, acht ecologische vormen van onderzoek, en vier terreinen.

Bronfenbrenner ecologisch model (SDG 15)

De theorie van Bronfenbrenner kent een ecologisch model. Hij omschrijft de omgeving van mensen als een soort ui, met verschillende lagen. Deze “ui” heeft 5 lagen, en elke laag heeft een verschillende invloed op de ontwikkeling van een mens. Hoe dichter de laag bij iemand staat, hoe meer directe invloed die laag op die persoon heeft. Hoe verder weg de laag bij deze persoon staat, hoe meer indirecte invloed die laag op de deze persoon heeft. Indirecte invloed klinkt misschien alsof het minder invloed heeft op iemand, maar ook een factor die indirect invloed heeft kan enorm veel bepalen (Van der Wal & de Wilde, 2017).

Kosmopolitisme (SDG 17)

Van kosmopolitisme is sprake als iemand een gevoel van verbondenheid met de mensheid in het algemeen ervaart, dat sterker is dan enig gevoel voor nationale of regionale identiteit. Een dergelijke verbondenheid
wordt ook wel aangemerkt als wereldburgerschap.

Wat is bioregionalisme? (SDG 15)

Bioregionalisme is een mooie naam voor het leven van een ‘geworteld’ leven. Het bioregionalisme, dat soms ‘op zijn plaats’ wordt genoemd, betekent dat je je bewust bent van de ecologie, economie en cultuur van de plek waar je woont en dat je je committeert aan het maken van keuzes die ze verbeteren.

Hoofd richtlijnen van bioregionalisme (SDG 13, SDG 14 en SDG 15)

  • De wereld bestaat uit bioregio’s. Bioregio’s worden gedefinieerd door geografie, flora en fauna, topologie, milieu – verschillende sociale, culturele en economische kenmerken en ontstaan daar waar fysieke verbindingen zinvol zijn.
  • Bioregio’s zijn lokaal gericht, op een schaal waar iedereen echt impact kan bereiken.
  • Bioregio’s zijn divers en uniek. Overal ter wereld zijn er tienduizenden ecosystemen, duizenden ecoregio’s, honderden bioregio’s, en net als bij elk ecosysteem, zullen de oplossingen die nodig zijn om hetzelfde probleem aan te pakken net zo divers zijn. Deze diversiteit is een bioregionale kracht en vertegenwoordigt een gezonde uitwisseling van ideeën, dialoog en beweging.
  • Bioregionalisme verbindt mensen met inheemse manieren van leven.
  • Cultuur heeft z’n wortels liggen in de geschiedenis van een plek. Bio-regio’ is simpelweg een afkorting voor ‘bio-culturele regio’ – en benadrukt zowel de diversiteit van de plek, als de mensen die er wonen. Veel van deze eigenschappen komen voort uit het gezamenlijk delen van een land; waar dezelfde gewassen groeien en op dezelfde manier om wordt gegaan met de weerpatronen en het klimaat. Als er sprake is van een natuurramp, zoals een overstroming, een aardbeving, een bosbrand, droogte of verzilting, dan beïnvloedt dit de hele bioregio.
  • Bioregionalisme bouwt aan identiteit. We praten erover als een sociale en culturele beweging omdat cultuur de som is van onze interpersoonlijke interacties. Cultuur betekent onder andere eten, drinken, muziek, sport en recreatie en de onderwerpen die het hart raken.
  • Bioregionalisme handelt plaatselijk en verbindt globaal. Lokaal willen bioregionale bewegingen de regionale autonomie en onafhankelijkheid vergroten door naar lokale bronnen van hernieuwbare energie toe  te werken, van wereldwijde naar lokale voedselvoorraden over te schakelen, duurzame vormen van huisvesting en transport te bevorderen, lokale valuta’s en economieën te creëren die welvaart binnen gemeenschappen houden, lokale democratie te creëren die mensen de mogelijkheid geven om invloed in het besluitvormingsproces te hebben.
  • Bioregio’s zijn ankers voor verandering.
    Door problemen tot een lokaal niveau te herleiden, kunnen we mensen verbinden met degenen die al werken om een ​​verschil te maken. Bioregionalisme gaat er vanuit dat verandering thuis begint, en dat iedereen dat verschil kan maken.
  • Een bioregionale beweging is een gatewaybeweging.
    Bioregionale bewegingen helpen elkaar in moeilijke tijden, luisteren en leren van bewoners over de hele wereld, passen lessen aan die kunnen werken voor hun eigen gebied en delen openlijk hun modellen voor succes.
  • Bioregionalisme gaat verder dan de grenslijnen op een kaart
    In plaats van politieke grenslijnen, is iedereen op een rechtvaardige manier in staat om een ​​duurzaam milieubeleid, groeimanagement en -planning, rampenparaatheid en respons te creëren en echte oplossingen en consensus te creëren voor de meest uitdagende kwesties.
  • Bioregio’s zijn proactief. De bioregionale benadering kan worden gezien als “proactief” in plaats van een vorm van protest tegen bestaande sociale, economische en politieke regelingen.
  • Bioregio’s bouwen aan wereld die ze graag willen zien. En dat betekent niet wachten tot anderen het voor ons doen.
  • Bioregionalisme ondersteunt een holistische systeembenadering. Bioregionalisme biedt een kader voor het creëren van een bioregio die duurzaam, autonoom, veerkrachtig en onafhankelijk is, en pleit voor holistische systeem benaderingen.
  • Bioregionalisme bouwt op uit de “schelp van het oude”
    En werkt op twee sporen om verandering te bereiken. Aan de ene kant bevordert het beleid en initiatieven die aansluiten bij het bioregionaal bewustzijn,  terwijl aan de andere kant actief alternatieven worden gecreëerd die veerkrachtiger, duurzamer en democratischer zijn.

Bioregionaal leven (SDG 13)

Een bioregionaal bewust leven leiden, betekent dagelijks keuzes maken die zich richten op de lokale ecologie, economie en cultuur. Dit kan een van de volgende zaken betekenen:

  • Lokaal geteeld voedsel (en organisch) kopen.
  • Grote detailhandelsketens vermijden ten gunste van winkels die lokaal eigendom zijn.
  • Op zoek naar producten die dicht bij huis zijn gemaakt door bedrijven die sociaal en ecologisch verantwoord zijn.
  • Bankieren met banken die in handen zijn van de lokale overheid, vooral banken die in de gemeenschap investeren.
  • De vogels, dieren, bomen, planten en weerpatronen van uw plaats kennen, evenals landkenmerken en grondsoorten.
  • De menselijke culturen begrijpen die uw plaats in het verleden hebben ingenomen en hun manier van leven respecteren.
  • Leer je buren kennen en “op elkaar letten”.
  • Op zoek naar entertainment dat in uw regio ontstaat; ondersteuning van lokale artiesten, musici, theatergezelschappen, verhalenvertellers.
  • Minder tv kijken en meer tijd doorbrengen met geliefden of buren die games spelen, muziek maken en samen met jou plezier willen beleven.
  • Weten waar uw afval vandaan komt en uw afval tot een minimum beperken.
  • Weten waar je drinkwater vandaan komt en conservatief water gebruiken.
  • Weten waar uw elektriciteit wordt opgewekt en waar mogelijk gebruik maken van duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie.
  • Stemmen bij lokale verkiezingen en betrokken zijn bij politieke besluitvorming.
  • Rechtstreeks betrokken zijn bij de opvoeding van uw kinderen, of ze nu op school zitten of via thuisonderwijs worden onderwezen.

De jongeren

  • kunnen kunst, wetenschap en spiritualiteit met elkaar verbinden als manieren om het bewustzijn te transformeren en uit te breiden.
  • raken vertrouwd met de filosofie en theorieën van moderne ‘kosmische denkers’ en de manieren waarop ze een nieuwe relatie met de natuur voorzien.
  • leren methoden toepassen voor het opnieuw verbinden met de natuur.                                                              
  • verdiepen zich in manieren waarop inheemse en traditionele culturen omgaan met de natuur en de aarde.
  • leren de basis van ontwerpen met de natuur als een partner, een maatstaf en model.
► 2.1.1 The Cosmic Walk: Short Walk 200m [maxbutton id=”2″]

Het ontwikkelen van een gevoel voor de uitgestrektheid van de natuur wat zorgt voor meer geïnspireerde eco-designs.

► 2.1.2 Vision Quest [maxbutton id=”2″ url=”#2″]

Leren dat de natuur als je maar goed kijkt en luistert je allerlei oplossingen kan bieden voor de problemen van alle dag.

Overige activiteiten

► Geluiden wandeling

Leren van de natuur

Galaxy-meditatie

De natuur nabootsen

Het Pachamama Allience programma

Het raamwerk van de integrale ecologie (vier kwadranten)

‘Life’s Principles for designs’

Richtlijnen voor het ontwikkelen van bioregionale gevoeligheid in ontwerpen

 

Play Video