Bouwen met leem

Bouwen met klei, zoals cob, adobe of vlechtwerk met leem, is een van de meest esthetische, toegankelijke en duurzame bouwmethoden. Deze technieken zijn vooral bruikbaar voor kleinere bouwprojecten, waar voldoende mankracht aanwezig is. Iedereen kan meehelpen bij de leembouw en het is door iedereen snel aan te leren. Technische kennis is wel belangrijk voor het bouwen van dragende structuren, funderingen en dakondersteuning. Leraren en begeleiders van deze activiteit moeten getraind zijn en enig verstand hebben van leembouw en bouwen met andere natuurlijke materialen.

De mogelijkheden laten zien voor het bouwen met lokale materialen en traditionele methoden, gebruikmakend van intensieve arbeid en slim ontwerp.

Begrijpen van een koolstof-neutrale ecologische voetafdruk en deze kennis toepassen bij het ontwerpen en/of bouwen met behulp van lokaal beschikbare bouwmaterialen, zoals klei, stro en hout.

1 Verdeel de groep in ‘waterdragers’, ‘aarde vervoerders’, ‘mixers’ en ‘vormers’.
2 Beschrijf de taak die elke groep moet doen. Kies of er een kleine vrijstaande muur, een natuurlijke sculptuur en/of een zitbank wordt gebouwd.
3 Kies een plek en bereid de basisstructuur voor door hooibalen, takken, planken en/of andere materialen op te stapelen en vast te zetten. Betrek de leerlingen bij het ontwerp en de voorbereiding van deze structuur.
4 De mixers mengen een eindje verderop leem met water en vezelmateriaal (liefst met handen en voeten…). De dragers brengen dit mengsel naar de constructie die gebouwd wordt.
5 Om scheuren te voorkomen brengen de vormers met tussenpauzes het aardemengsel in lagen op de structuur aan, zodat elke laag kan drogen voordat de volgende aangebracht wordt. Als de hele constructie na twee à drie dagen volledig droog is, wordt een dunne laag gezeefde klei voorzien van verschillende materialen aangebracht om zo diverse effecten te krijgen. Hiervoor kunnen eierschalen, verf, kleurstoffen, oliën of kalk gebruikt worden. De laatste laag moet zeer fijn en bijna vloeibaar zijn om een glad oppervlak te creëren.

Flip-over, plaatselijk gedolven leem, water en vezelmaterialen (stro, dennennaalden, maïsstengels, paardenmest), planken, takken of hooibalen, bevestigingsmaterialen, teilen en emmers, tarp, meng- en stucgereedschap.

Vraag leerlingen wat ze hebben waargenomen. Hoe ze zich voelden tijdens deze oefening. Wat hebben ze ontdekt over de technische, esthetische en praktische aspecten van het bouwen met leem? Wat kunnen ze ermee in hun omgeving? Waarvoor kunnen we deze technieken wereldwijd gebruiken? Waar zien ze geen verbindingen?

 

  • Hoofd – Cognitief – Concepten 30% 30%
  • Handen – Vaardigheden – Skills 70% 70%
  • Hart – Attitude – Gedrag 30% 30%
  • Samenleven – Community 80% 80%
SDGoals

1: No Poverty

2: Zero Hunger

3: Good Health and Well-Being for people

4: Quality Education

5: Gender Equality

6: Clean Water and Sanitation

7: Affordable and Clean Energy

8: Decent Work and Economic Growth

9: Industry, Innovation and Infrastructure

10: Reduced Inequalities

11: Sustainable Cities and Communities

12: Responsible Consumption and Production

13: Climate Change

14: Life Below Water

15: Life on Land

16: Peace, Justice and Strong Institutions

17: Partnerships for the Goals

Play Video